Posts tonen met het label de Volkskrant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de Volkskrant. Alle posts tonen

dinsdag 27 september 2022

In de aanloop van het Kamerdebat over de nieuwe Transgenderwet, laait de discussie opnieuw op: waarom ligt het zo gevoelig?

De Tweede Kamer debatteert vanaf vanavond over de nieuwe Transgenderwet, die voor veel discussie zorgt. Wat moet het wetsvoorstel oplossen, en waarom is dit controversieel?

Link naar het artikel in De Volkskrant van 27 september 2022

"In een opiniestuk in vragen mediasocioloog Peter Vasterman en schrijver Renate van der Zee – beiden ondertekenaars van het manifest – zich af wat het schrappen van de deskundigenverklaring betekent voor de diagnose van kinderen en jongeren met genderdysforie (sterk onbehagen met het toegewezen gender, red.). ‘Worden er dan kinderen vanaf 12 jaar behandeld met puberteitsremmers, hormonen en operaties (vanaf 16 jaar) zonder dat vaststaat of zij genderdysforie hebben?’"


donderdag 17 maart 2022

New Transgender Act is a major violation of the rights of women and girls

With the new Transgender Act, the distinction between men and women will be abolished and men who consider themselves women will soon have access to women’s changing rooms and prisons without gender adjustment.

Peter Vasterman en Renate van der Zee

De Volkskrant 15 februari 2022

Dutch version

In their response (O&D, 8 February) to the column by Martin Sommer (Opinie, 5 February), the three representatives of COC and Transgender Netwerk Nederland, Brand Berghouwer, Astrid Oosenbrug and Philip Tijsma, slalom like Olympic descenders past almost all controversies that the new Transgender law delivers. This law makes it possible to change from man to woman or vice versa from the age of 16 with a simple signature on the town hall, and perhaps soon also in X, non-binary.


There used to be strict requirements such as operations, but since 2014 a medical statement of ‘gender dysphoria’ is sufficient: a condition in which someone suffers from the discrepancy between one’s own gender identity and his or her sex. That condition has now also expired, the only thing that matters in the new law is the ‘experienced gender identity’: whether someone ‘feels’ to be really a man or woman inside.

Although the three authors mention the concept of gender identity once, they do not explain that it is a highly personal feeling that cannot or may not be challenged any further by anyone. It also remains unmentioned that according to the gender identity theory that feeling is completely separate from the male or female body in which that feeling is located.

Nor do they say that introducing a ‘feeling’ as the basis for a legal category results in abolishing the distinction between men and women. De facto this means the end of any physical space that is now accessible only to women or men.

vrijdag 18 februari 2022

Nieuwe Transgenderwet is forse inbreuk op de rechten van vrouwen en meisjes

Met de nieuwe Transgenderwet wordt het onderscheid tussen man en vrouw afgeschaft en hebben mannen die zich vrouw voelen straks ook zonder geslachtsaanpassing toegang tot vrouwenkleedkamers en -gevangenissen.  

De Volkskrant van 15 februari 2022

English translation

In hun reactie (O&D, 8 februari) op de column van Martin Sommer (Opinie, 5 februari) slalommen de drie vertegenwoordigers van COC en Transgender Netwerk Nederland, Brand Berghouwer, Astrid Oosenbrug en Philip Tijsma als olympische afdalers langs vrijwel alle controverses die de nieuwe Transgenderwet oplevert. Die wet maakt het mogelijk om vanaf  16 jaar met een simpele handtekening op het gemeentehuis van man in vrouw te veranderen of omgekeerd, en misschien binnenkort ook in X, non-binair. 


Vroeger waren er strenge eisen zoals operaties, maar sinds 2014 volstaat een medische verklaring van ‘genderdysforie’: een conditie waarbij iemand lijdt onder de discrepantie tussen de eigen genderidentiteit en zijn of haar geslacht. Ook die voorwaarde komt nu te vervallen, het enige dat telt in de nieuwe wet is de ‘beleefde genderidentiteit’: of iemand zich man of vrouw ‘voelt’ van binnen.

De drie auteurs noemen weliswaar één keer het begrip genderidentiteit, maar leggen niet uit dat het een hoogstpersoonlijk gevoel is dat door niemand verder kan of mag worden getoetst. Onvermeld blijft ook dat volgens de genderidentiteitstheorie dat gevoel helemaal losstaat van het mannelijk of vrouwelijk lichaam waarin dat gevoel zich bevindt. 

maandag 28 februari 2011

Bodar maakt karikatuur van zedeloze jaren '80

Gepubliceerd in de Volkskrant van 28 februari 2011.

‘Mediabisschop’ Antoine Bodar deed vorige week in het programma De Wereld Draait Door een poging om het seksueel misbruik in de kerk in een historische context te plaatsen. Hij liet een fragment zien uit een uizending van Koos Postema uit 1978 (‘Een groot uur u’) waarin PvdA-senator Brongersma verklaart dat ‘dat in ieder mens iets van een pedofiel schuilt’, en dat kinderen zelf graag lichamelijk contact willen. Ook in het interview met de Volkskrant (24 februari) wil hij duidelijk maken dat er twintig, dertig jaar geleden in Nederland een andere seksuele moraal heerste, zoals zou blijken uit de oprichting van de pedofielenvereniging Martijn in 1982 en de invoering van de nieuwe zedenwet uit 1991 die seks met kinderen zou toestaan. Volgens Bodar draagt ‘de maatschappij’ daarom ‘ook een collectieve schuld: want in die tijd, de tijd van Brongersma, zijn wij veranderd. Het is goed om ons historische geheugen op te frissen.’

dinsdag 11 oktober 2005

Koning Blog is geen journalist

de Volkskrant 11 oktober, 2005


De Fortuyn-revolte maakte duidelijk dat journalisten te veel meningen en te weinig feiten geven. Weblogs zijn geen afdoende antwoord, zegt Peter Vasterman.

Dat de Volkskrant een web-logsite opent waar lezers in alle vrijheid hun schrijfsels kunnen publiceren, is een mooi initiatief. Het vergroot vermoedelijk de betrokkenheid van internetters bij de krant en trekt mogelijk meer jongeren de Volkskrant-community binnen.
Wat me wel verbaast, is dat Geert-Jan Bogaerts en Patrick Engelsma, de redacteuren die de Volkskrant-blog onder hun hoede hebben, consequent schrijven over bloggen als een voorbeeld van 'burgerjournalistiek' en daarmee hun eigen vak in de uitverkoop gooien. In hun visie is er blijkbaar al sprake van 'journalistiek' als je in al dan niet onbetamelijke bewoordingen je eigen mening op internet zet. Enige vorm van professionaliteit is blijkbaar niet meer nodig om journalist te zijn.
Het is dan ook niet verbazingwekkend dat meteen al blijkt dat de burgerjournalisten van de Volkskrant zich niet veel gelegen laten liggen aan journalistieke codes, zoals het vermelden van initialen bij verdachten en het beschermen van de privacy van mensen. Naam en toenaam van een verdachte werden op aandringen van de hoofdredactie verwijderd, maar de link naar de foto van de man die ervan wordt verdacht zijn vrouw en twee dochters te hebben vermoord, bleef staan. Volgens de beide redacteuren gelden voor de blogs andere regels en moeten de gebruikers elkaar maar corrigeren als het uit de hand loopt.

woensdag 29 augustus 2001

Mediakokbacterie

de Volkskrant, 29 augustus 2001

Wim Wirtz

Incest groeide uit tot een mediahype. De meningokokkenziekte ook. Het is een vast patroon: incidenten worden opgeblazen tot gebeurtenissen van nationale omvang. 'Het heeft te maken met de werking van het nieuws.'

IS de meningokokkenziekte een mediahype?

'Het is een klassiek voorbeeld van een mediahype', zegt Peter Vasterman, docent massacommunicatie aan de Hogeschool Utrecht en kenner van mediahypes, waarop hij volgend jaar wil promoveren. 'Je ziet in dit soort gevallen steeds hetzelfde patroon: geisoleerde gevallen worden gezien als een cluster, en dat is dan al gauw een epidemie.'

Een epidemie werd het niet genoemd, maar het leek er wel op. Na de eerste melding van twee dodelijke slachtoffers in het Brabantse Zevenbergen, een meisje en een jongen van elf, en een drietal besmettingsgevallen in de buurt stortten de media zich boven op de meningokokbacterie. Een medewerker van de GGD gaf toe dat het wel opvallend was, zoveel meningokokinfecties van de gevaarlijke C-bacterie in zo korte tijd in dezelfde regio. Drie dagen later maakte de onrust zich meester van de West-Brabantse bevolking toen de media melding maakten van een derde dodelijk slachtoffer, niet ver van Zevenbergen: een 23-jarige vrouw uit Etten-Leur. Een dag later volgde een eenjarig kind in Leeuwarden, medio augustus een 32-jarige man in het Noord-Hollandse Asssendelft, en vorige week een baby van zes maanden in Venlo. De berichtgeving in kranten, op radio en tv over nieuwe gevallen van besmetting hield aan, tot begin deze week.

De GGD in West-Brabant besloot al vrij snel tot vaccinatie over te gaan bij kinderen in Zevenbergen en Klundert. De GGD in Noord-Limburg hield de boot af, net als de landelijk inspecteur voor de gezondheidszorg, die het nog niet nodig vond om de anti-meningokokprik in het rijksvaccinatieplan op te nemen.

In de media werd aan de verschijningsvormen van de meningokokkenziekte uitgebreid aandacht besteed. Deskundigen kwamen aan het woord om de symptomen te beschrijven en uitleg te geven over de verschillende typen meningokokbacterien B en C, en het al jaren stabiele aantal doden van zestig per jaar. 'Wij waren wel blij met die verhalen', zegt voorzitter Wilma Witkamp van de Nederlandse Meningitis Stichting, die voorlichting geeft over alles wat met meningokokbesmettingen te maken heeft. 'Aan de andere kant werd het allemaal wel gebracht alsof er sprake was van een ramp. Dat werkte eraan mee dat er onrust ontstond, en paniek. Wij zijn ook platgebeld en -gemaild door bezorgde ouders.'

Het patroon bij een mediahype is vaak hetzelfde: incidenten die dezelfde kenmerken dragen, worden opgeklopt tot een verschijnsel van nationale omvang. Dat gebeurde na enkele gevallen van zinloos geweld (Tjoelker, Kloppenborg). En het gebeurde ook na berichten over seksueel misbruik in Maurik en Oude Pekela. In die zaken verlegden de media hun aandacht van incest binnen het gezin naar gevallen van grootschalig seksueel misbruik, gedwongen abortussen, kinderporno, en misbruik in kerken, inrichtingen, de sportwereld en op scholen.

SOMMIGE hyperventilerende kranten, radio- en televisierubrieken bliezen zaken van seksueel geweld buitenproportioneel op. En zo ontstond een mediahype. Vasterman zag het van nabij gebeuren. In 1988 deed hij onderzoek naar vijf jaar berichtgeving over incest. 'En toen was ik nog zo naief om te veronderstellen dat die enorme golf van publiciteit over dit onderwerp na die vijf jaar wel zou gaan afnemen', zei hij eind vorig jaar. Het tegendeel was het geval. Vasterman zag hoe incest binnen het gezin in de berichtgeving een eindeloze reeks vertakkingen kreeg in allerlei varianten van misbruik. Het was een vast patroon: de ontdekking van weer een nieuwe vertakking, weer een nieuw probleem, leidde tot een geconcentreerde nieuwsgolf. Uitgebreide reportages verschenen op tv, grote stukken kwamen in de krant. Telkens doken nieuwe gevallen op. En opeens leek het probleem op veel grotere schaal voor te komen dan menigeen had kunnen bedenken.

Het leverde volgens Vasterman een overspannen beeld op. Daarna verdween het alsof het nooit had bestaan. 'De media schetsen op het ene moment een zeer overspannen beeld rond pedoseksualiteit, kindermoorden of ontucht op scholen, maar melden het volgende moment niet meer hoe het verder gaat en of de problemen toe- dan wel afnemen. Dat gaat ten koste van de geloofwaardigheid van de media', was zijn stelling.

In het geval van de meningokokkenziekte begon de mediahype al meteen na de eerste dodelijke slachtoffers. De suggestie van een epidemie diende zich aan. De media wendden zich massaal tot de deskundigen om uitleg te vragen over bacterien en vaccins. Het Nederlands Referentielaboratium voor Bacteriele Meningitis, onderdeel van het AMC in Amsterdam, werd dikwijls gebeld. Johan Kortenraay, hoofd voorlichting van het AMC, vond het 'ook niet verkeerd', al die uitlegverhalen over de meningokokkenziekte. 'Maar wat je vervolgens ziet is dat er een zwiep in de nieuwsstroom ontstaat en dat die uitmondt in een hype met bijna elke dag korte berichten, vooral op de radio en tv. Er zijn zeshonderd gevallen van een meningokokinfectie per jaar. Dat is anderhalf geval per dag, en elf per week. Dat is een heel stabiel patroon, al twintig jaar lang. Als je wilt zou je dus elke dag wel melding kunnen maken van een besmettingsgeval. Maar dat is overdreven.'

'Je ziet een vast patroon in de berichtgeving', zegt Kortenraay. 'Er wordt melding gemaakt van een infectie, het vermoeden wordt uitgesproken dat het om een meningokokbacterie gaat, dat wordt vervolgens bevestigd, en dan wordt elk nieuw geval door de media gemeld. Op een bepaald moment wordt de indruk gewekt dat er sprake is van een epidemie, terwijl dat niet zo is. Ik noem dat het vliegtuigvirus: zodra er een vliegtuig is neergestort, zie je overal berichten opduiken over neergestorte vliegtuigen. Dat versterkt de onrust.'

'HET DEED mij denken aan een mediahype in Engeland, in 1994-1995, rond een vleesetende bacterie - een streptokokbacterie waarmee je bij wijze van spreken je schoonmoeder kon laten opeten', zegt Vasterman. 'De situatie in Engeland is natuurlijk een andere dan in Nederland. Je hebt daar vrij veel sensatietabloids, die er ook meteen groot mee uitpakten: de killer bacteria. Die bacterie was niet nieuw, maar niettemin ontstond er een volstrekte hysterie in de media en vervolgens bij het publiek.

'Het heeft te maken met de werking van het nieuws. Zo'n onderwerp leidt tot een nieuwsthema, en alles wat ermee te maken heeft, krijgt dan aandacht. Oude gevallen worden onderzocht en naar voren gehaald, en in combinatie met nieuwe gevallen van besmetting versterkt dat de idee dat er sprake is van een epidemie. Dat wekt onrust. Lezers en kijkers raken de context kwijt. En gaan het risico enorm overschatten.' De huisartsen in Engeland merkten het onmiddellijk. Hun patientenbezoek nam drastisch toe en hun wachtkamers stroomden vol.

De concurrentie tussen de media is groot, want er zijn veel media. En alle media willen zich onderscheiden. 'Bij zo'n onderwerp als de meningokokkenziekte vraagt iedereen zich af of er een nieuwe invalshoek te bedenken valt, en of er nog nieuwe bronnen kunnen worden bedacht om te raadplegen', zegt Vasterman. 'Het positieve daarvan is dat problemen goed worden uitgezocht en dat zo'n onderzoek nieuwe feiten boven water kan halen. Het negatieve aspect is dat het tot een enorme overschatting kan leiden van het verschijnsel en van de risico's. Dat gebeurt heel vaak bij risico-onderwerpen. Je ziet het bijvoorbeeld ook bij genetische modificatie en DNA-onderzoek. Er is een soort overgang in de berichtgeving: eerst worden de risico's en de context geschetst, daarna krijg je de nieuwsverslaggeving, en daarin gaan dingen een eigen leven leiden. Dat zou eens moeten worden onderzocht: hoe die processen van berichtgeving en van daaropvolgende onrust samenhangen.'


zaterdag 15 juli 2000

'Golf van kindermoorden' is misvatting

de Volkskrant, 15 juli, 2000

Door: Toine Heijmans. 

Media hebben steeds meer aandacht voor persoonlijke drama's zoals dat van Maartje Pieck. Het aantal moorden op kinderen stijgt niet, zeggen experts.

Het aantal kindermoorden neemt niet toe, maar daalt. Evenmin stijgt het aantal meisjes dat werd omgebracht na seksueel misbruik. 'Met grote verbazing' hoort I. Vogels van de Divisie Centrale Recherche Informatie (CRI) hoe verschillende media een golf van kindermoorden suggereren. Terwijl de toedracht van de dood van Maartje Pieck (15) nog onbekend is, legde het NOS-Journaal donderdag meteen verband met een oplopend aantal tienermeisjes dat de dood vond na te zijn misbruikt.

'Onzin', zegt Vogels. 'Vorig jaar waren er drie gelijksoortige zaken waarin een meisje werd meegenomen en vermoord. Dat is inderdaad meer dan in 1998, want toen was het er een. De jaren daarvoor schommelde het tussen de nul en twee zaken; dat zijn geen cijfers waaruit je iets kunt afleiden. Van een trend is geen sprake.'

Ook het aantal kindermoorden is zo klein, dat er nauwelijks iets over valt te zeggen. Vanaf 1992 schommelde het rond de tien, met een opmerkelijke stijging in 1996 (21) en 1997 (24). Vorig jaar werden elf kinderen onder de zestien omgebracht, dit jaar zijn het er negen. De omstandigheden waaronder de moorden plaatshadden, verschillen zo, dat vergelijken vrijwel onmogelijk is. Soms zijn de kinderen om het leven gebracht door hun (stief)ouders, soms door een crimineel, soms blijft de toedracht voor altijd onduidelijk.

Vogels begrijpt de gretigheid van de pers wel. 'Sinds de dood van Sybine Jansons is er veel aandacht voor dit soort incidenten.' De namen van Marianne Vaatstra, Chanel-Naomi Eleveld en - recent, in Schiedam - Nienke Kneiss zijn in het collectieve Nederlandse geheugen gegrift. Elk spoortje nieuw bewijs, elke zoektocht, elke juridische splinter wordt uitgebreid belicht.

Zo ontstaat vanzelf de idee dat de meisjes iets met elkaar gemeen hebben, zegt socioloog P. Vasterman, die promoveert op mediahypes. 'Of dat waar is, doet er niet toe. Het gevoel dat er een golf is van tienermoorden, maakt zichzelf waar doordat alleen gezocht wordt naar bevestiging, en niet naar ontkenning. De schokkende gebeurtenis zelf is voor de meeste media het belangrijkste, daaromheen wordt vervolgens een constructie gebouwd die het belang ervan breder moet maken. Heel kleine, irrelevante zaken kunnen dan enorme aandacht krijgen. '

Ook de zaak-Maartje Pieck is een hype in aanbouw, denkt Vasterman. Een vreselijk, persoonlijk drama trekt altijd de aandacht, zeker in de nieuwsluwe zomer; vroeger voornamelijk bij de populaire media, tegenwoordig ook bij de traditioneel meer terughoudende, serieuze pers. Trouw bijvoorbeeld bracht vrijdag groot een dramatische reportage die het verdriet van Kampen tot onderwerp had. Persbureau ANP publiceerde een lijst van eerdere drama's onder de kop 'Nederland regelmatig opgeschrikt door kindermoord'.

Dat is gevaarlijk, zegt psychiater prof. F. Beyaert, omdat het mogelijke daders op een idee kan brengen. Beyaert was directeur van het Pieter Baan Centrum in Utrecht, waar daders worden onderzocht. Hij ziet duidelijk verband tussen media-aandacht en het plegen van een delict, en pleit voor terughoudendheid bij journalisten.

'Het zijn gruwelijke, opzienbarende incidenten - ik kan wel begrijpen dat daar sensatie omheen ontstaat, dat er nieuws vergaard moet worden. Maar al die aandacht is niet verstandig. Daders laten zich beïnvloeden door publiciteit, sommigen houden ervan in de belangstelling te staan. Veel aandacht maakt het erger.'

Beyaert hoopt op meer discussie op de redacties en een kritische blik van het publiek. Die discussie is er zeker, zegt Vasterman. 'De vraag wat je als journalist aan moet met dit soort onderwerpen was het issue van het afgelopen jaar.' Desondanks blijft het de trend meer aandacht te geven aan persoonlijke drama's . 'Ook de serieuze media moeten wel, vanwege de concurrentie.'

Vasterman wijst erop dat hypes verlopen via een golfbeweging, en dat ook deze tot bedaren zal komen. Op een gegeven moment is het onderwerp uitgeput, en wordt naar iets anders gezocht. 'Het is maar waar je de schijnwerpers op zet. Een paar jaar geleden ging het om ouders die hun kinderen hadden gedood. Dat aantal zou ook toenemen. Een verband is nooit aangetoond. Op een gegeven moment is dat onderwerp uitgeput. Nog steeds worden kinderen door hun ouders omgebracht - maar nu horen we er niks meer over.'


vrijdag 8 oktober 1999

HYPE HYPE HOERA!

de Volkskrant, 8 oktober 1999. 

Henk Blanken. 

Deze week gaf premier Kok de Rijksvoorlichtingsdienst opdracht het nieuws 'strakker te begeleiden'. Want de ene hype is nog niet voorbij (Bijlmerleed) of de volgende (bankierende ambtenaren) dringt zich op. Inmiddels is de hype zelf tot hype geworden.

PREMIER KOK wil greep op de Haagse hype. Te vaak, vindt de minister-president, spoelen oncontroleerbare publiciteitsgolven over het land. Aanzwellende verhalen over dioxine-kippen, kabinetsruzies, genetisch gemanipuleerde sojabonen, bankierende bestuurders en 'onder de pet' gemoffelde Bijlmerverhalen.

Voorbeelden van mediahypes gaf de premier niet toen hij deze week in de Tweede Kamer opperde dat zijn Rijksvoorlichtingsdienst het nieuws 'strakker' moet begeleiden. Maar het laat zich raden aan welke affaires Kok denkt als hij zegt dat de RVD perscontacten moet 'stroomlijnen', de regie moet nemen bij incidenten, en voor 'een juiste context' moet zorgen.

Nu ook de minister-president zich erover opwindt, staat vast dat de mediahype 'in' is. Eerder werd er al een debat aan gewijd in De Balie, discussieerden deskundigen op de radio, organiseerde De Rode Hoed een bijeenkomst, begonnen talkshow-redacteuren zich 'in te lezen' en schreven adviseurs van Twijnstra Gudde op hoe de RVD met hypes kan omgaan.

Als HP/de Tijd nu ook nog met een coverstory komt, is de hype zelf hype geworden. Onderzoeker Peter Vasterman, docent massacommunicatie aan de Hogeschool Utrecht, herkent het patroon al. Er lijken 'steeds meer' hypes te komen, ze zijn 'verontrustend', en belangengroepen springen er bovenop: zoals Greenpeace dat doet bij de sojabonen ('Frankenstein-voedsel'), doet de RVD dat bij hypes.

Volgens hype-vorser Vasterman - hij hoopt erop te promoveren - zijn er hypes en hypes. Hij ontrafelde vooral verhalen over maatschappelijke problemen. BSE-koeien, mishandelde kinderen, bedreigde bejaarden. Die verhalen waren meestal overdreven en zelden afdoende nagetrokken. Met zijn analyses poogt Vasterman studenten journalistiek 'kritische zin' bij te brengen, en enig benul van de macht die bronnen hebben.

vrijdag 27 september 1996

Helft Nederlanders vindt media-aandacht voor VVD-leider overdreven, blijkt uit steekproef bureau Interview Grote publiek gunt Bolkestein zijn vakantie op Cyprus

de Volkskrant, 27 september 1996

Hella Rottenberg 

De deskundigen roepen 'Reageer', en: 'Kom terug', maar het grote publiek lijkt Bolkestein zijn vakantie op Cyprus van harte te gunnen. 'Er gebeuren ergere dingen', en: 'Als iemand bekend is, wordt er zo'n heisa over gemaakt.' Het bureau Interview heeft in opdracht van de Volkskrant honderd Nederlanders naar hun mening gevraagd in de kwestie-Bolkestein. Verreweg de meesten vinden zijn terugkeer op zaterdag vroeg genoeg.

Bij de VVD-fractie stromen de adhesiebetuigingen binnen. Niet dat de telefooncentrale overbelast raakt, maar wie belt laat blijken mee te leven met Bolkestein en de liberale partij. Een aanmelding voor lidmaatschap kwam binnen, van een CDA'er nota bene, die zich vreselijk kwaad maakte over de 'hetze' van de media.

De vraag is of de affaire bij het grote publiek dezelfde opwinding veroorzaakt als bij de media en rond het Binnenhof. Uit de verkennende steekproef blijkt dat veel mensen de aandacht die de media deze week aan Bolkestein besteden, overdreven vinden. Maar ongeveer net zovelen vinden het terecht dat de naam Bolkestein het nieuws en de commentaren beheerst.

De rondvraag geeft aan dat de meningen ook half om half verdeeld zijn over de vraag of de politiek snel met een standpunt dient te komen over belangenverstrengeling. Of Bolkestein in vergelijking met andere kamerleden meer of minder ethisch handelt, durft men over het algemeen niet te zeggen. Ze hebben er geen oordeel over.

De mediabelangstelling is buiten proporties, vindt de helft van de respondenten uit de steekproef, want 'een belangrijk man als Bolkestein mag best lobbyen, hij weet wat hij doet', 'hij houdt de mensen in Nederland aan het werk' en 'ze moeten hem met rust laten'.

De andere helft van de respondenten is het daar niet mee eens. Zij denken dat de politieke zuiverheid in het geding is en dat de zaak de aandacht krijgt die zij verdient. 'Twee petten op kan niet', zegt iemand. Een ander meent: 'De kiezer kiest een partij, niet een bedrijf'. Sommigen ergeren zich aan de 'hautaine' houding van Bolkestein, alsof hij zich alles kan veroorloven.

Tegelijkertijd vinden de meeste ondervraagden het helemaal niet nodig dat Bolkestein eerder terugkomt van Cyprus. 'Het is belachelijk om hem op zijn vakantie lastig te vallen', 'het is nu toch al gebeurd, die paar dagen maken niets uit', zo luidt de teneur van de antwoorden.

Niet alleen collega-politici en media denken daar anders over, ook deskundigen op het gebied van public relations zijn ervan overtuigd dat Bolkestein er veel verstandiger aan had gedaan meteen op de aantijgingen te reageren.

Charles Schwietert, die als voormalig staatssecretaris op dit punt ervaring heeft en nu specialist is op het gebied van imago-beschadiging, gaf Bolkestein deze raad: 'Reageren! Pak het initiatief. Je moet de trend doorbreken! Zoiets waait nooit vanzelf over.'

Volgens docent Peter Vasterman van de Utrechtse hogeschool voor journalistiek, die een proefschrift over media-hypes schrijft, breidt de berichtgeving zich als een olievlek uit, zolang het object in kwestie zich in zwijgen hult. 'De opwinding verdwijnt op het moment dat Bolkestein reageert. Media moeten elke dag iets over de affaire melden, en die blijft dus in het nieuws. Als er geen nieuws is, wordt het jagen op nieuws zelf nieuws. De achtervolging van Bolkestein op Cyprus kregen we in het Journaal te zien.'

De eerste presentatie van een schandaal zet de toon, zo blijkt uit onderzoek. Het is vervolgens erg moeilijk om de beeldvorming nog te wijzigen. Hoe langer iemand wacht met het geven van tegenargumenten, des te minder kans op succes, meent Vasterman.

Bolkestein stuurde als commissaris een brief over een MSD-medicijn naar het prive-adres van minister Borst. In de Netwerk-uitzending daarover kwamen politici aan het woord die dit veroordeelden als iets onbehoorlijks. De brief van de VVD-leider had ook anders kunnen worden uitgelegd, namelijk als bewijs dat hij correct had gehandeld en zijn functies van fractievoorzitter en commissaris van MSD scheidde. De uitleg van dezelfde gebeurtenissen, kortom, kan sterk verschillen.

Bovendien blijkt bij affaires vaak later dat de feiten toch iets anders liggen. Vasterman: 'Naarmate de tijd verstrijkt, lijken de oorspronkelijke feiten er steeds minder toe te doen. Media brengen reacties op de eerste onthulling. En dan volgen weer reacties op reacties. Het natrekken van de oorspronkelijke feiten gebeurt veel minder.'

De concurrentie tussen de media is groter dan vroeger, en journalisten zijn bang nieuws te missen. Daardoor ontstaat vrij snel eenstemmigheid. Ook de ontzuiling en depolarisering is daar debet aan. Kon je er vroeger gif op innemen dat wanneer De Telegraaf iemand aanviel, de Volkskrant hem in bescherming nam en andersom, tegenwoordig ligt dat genuanceerder. In de zaak-Bolkestein neemt ook De Telegraaf een kritisch standpunt in.

Of Bolkestein blijvende schade oploopt, durven opiniepeilers en pr-deskundigen niet te voorspellen. Het hangt van talrijke factoren af: wordt hij sympathiek gevonden of bestaat er latente antipathie tegen hem; is hij in staat helder en consistent weerwerk te leveren; wordt hij zichtbaar gesteund door prominente figuren om hem heen; wekt de affaire morele verontwaardiging bij het publiek of is de kwestie onduidelijk en te technisch?

Hoe belangrijk de media en de publieke opinie ook mogen zijn, ze geven niet automatisch de doorslag bij het maken en breken van een politieke carrière. 'De machtsverhoudingen zijn heel bepalend', zegt Vasterman. Een mooie illustratie vormen Lubbers en Brinkman. Beiden werden beschuldigd van onoorbaar gedrag en belangenverstrengeling. Lubbers liep geen schram op, Brinkman kwam ten val.

Bij de VVD is geen spoortje onzekerheid merkbaar over de goede afloop. Op een afdelingsavond in het liberale bolwerk Wassenaar, druk bezocht door gesoigneerde heren en enkele dames, lopen de emoties hoog op als het gaat om de monetaire toekomst van Nederland. Moeten we ons wel aansluiten bij de EMU? Kunnen we er ooit nog uit als het niet bevalt?

De kwestie-Bolkestein wordt nonchalant weggewoven. 'Ontzettend opgeklopt', zegt een VVD-wethouder. 'Ik begrijp het wel. De VVD heeft succes. We staan op 43 zetels. Dat wekt grote ergernis op bij D66 en PvdA.'

'Een hetze van de linkse pers', oordeelt een gepensioneerde ondernemer. 'Het stelt niets voor. Wat noem je zuiverheid? Ik vraag ook wel eens wat aan de wethouder die ik goed ken.'





Classification


donderdag 4 april 1996

DE PARADOX VAN DE MEDIAHYPE. IN DE GREEP VAN DE GEKKE KOE

DE PARADOX VAN DE MEDIAHYPE. IN DE GREEP VAN DE GEKKE KOE

Peter Vasterman

Gepubliceerd in de Volkskrant van 4 april 1996
Wetenschappers zijn er nog niet in geslaagd om het verband ook daadwerkelijk te bewijzen, maar het kan bijna geen toeval zijn dat zich juist in Engeland een reeks van affaires voor heeft gedaan rond gezondheidsrisico's. Vorig jaar was er nog de 'pilpaniek', twee jaar geleden de opwinding rond de ontdekking van een nieuwe -al meer dan 100 jaar bekende- vleesetende bacterie en in de jaren daarvoor was iedereen in de ban van de hypes rond de salmonella en lysteria besmettingen.(Detection methodologies for Listeria monocytogenes)