vrijdag 17 februari 2012

Balanceren tussen feiten, risico’s en doemscenario’s.

Lezing ter gelegenheid van de uitreiking van de Pfizer Persprijs 2011 op 15 februari in Utrecht aan Manon Blaas en Jos van Dongen voor hun tv-uitzending ‘Opnieuw antibiotica alarm’ van Zembla.


Balanceren tussen feiten, risico’s en doemscenario’s.

De organisatoren van vandaag hebben als thema voor Pfizer persprijs het thema ‘infectieziekten’ gekozen en dat is ook wel begrijpelijk want op dat gebied is er de afgelopen jaren veel gebeurd, zowel nationaal als internationaal (Sars in 2002 en de Vogelgriep, 1997/2007).

Denk wat Nederland betreft aan de ophef over de HPV-vaccinatiecampagne van het RIVM in 2009 en de twijfels over de veiligheid van dit vaccin, een controverse die vooral via internet (hyves: http://stopdeprik.hyves.nl/) werd uitgevochten.

Denk aan de Mexicaanse griep in datzelfde jaar, waarbij een nieuw griepvirus (A H1N1) voor het eerst in ruim 40 jaar een heuse pandemie veroorzaakte. Bijna een jaar lang was Nederland in de ban de Mexicaanse griep, die uiteindelijk een zeer mild verloop bleek te hebben en minder slachtoffers maakte dan de jaarlijkse griep, namelijk 63, van wie er vijf geen zogenaamd ‘onderliggend lijden’ hadden. In Nederland ontstond vooral in het najaar veel verontrusting toen er kort na elkaar enkele gezonde kinderen overleden, sterfgevallen die veel media-aandacht opleverden. Ook bij de Mexicaanse griep was er controverse over wel of niet vaccineren, compleet met de wildste complottheorieën over nanochips.

En dan was er ook nog de geleidelijke opmars van Q-koorts vanaf 2007, die pas eind 2009 veel publiciteit ging opleveren toen duidelijk werd dat de gevolgen waren onderschat. Uiteindelijk zouden er zeven mensen aan overlijden, ruim tweeduizend mensen werden ziek.

Minder duidelijk gekoppeld aan een specifieke uitbraak, maar wel regelmatig in het nieuws, is het gebruik van antibiotica en de kans op nieuwe resistente bacteriën.

Veel publiciteit was er in 2011 voor de uitbraak van de EHEC bacterie (een variant van de E. Colibacterie) in Duitsland die uiteindelijk vijftig mensen het leven zou kosten en duizenden mensen ziek zou maken. In Nederland waren er maar een paar ziektegevallen, maar de economische schade was enorm omdat allerlei groenten, van komkommers, tomaten tot en met taugé achtereenvolgens als dader werden bestempeld.

En dan was er ook nog de uitbraak van de resistente Klebsiella bacterie op de intensive care afdeling van het Maasstad ziekenhuis in Rotterdam, een mooie onthulling van het NOS Journaal (genomineerd vandaag). Van drie patiënten is vastgesteld dat ze zijn overleden direct als gevolg van deze besmetting, bij 10 patiënten is het niet uitgesloten dat de bacterie verantwoordelijk was of heeft bijgedragen aan het overlijden (al was in de berichtgeving vaak sprake van 20 sterfgevallen a.g.v. de bacterie).

In de afgelopen maanden speelde ook nog de controverse over de effectiviteit van de griepprik, aangezwengeld door huisarts Hans van der Linde die, zeer opmerkelijk, door Roel Coutinho van het RIVM voor de rechter is gesleept in een bodemprocedure wegens smaad vanwege zijn uitspraken over de vermeende belangenverstrengeling van Coutinho. Het vertrouwen in de door de overheid voorgestelde vaccinaties is duidelijk tanende zoals ook al bleek uit de HPV controverse.

En tot slot was er de afgelopen weken veel aandacht voor de risico’s van het publiceren van een Nederlands onderzoek van Ron Fouchier van het Erasmus MC die er in is geslaagd om het ‘zeer dodelijke H5N1-vogelgriepvirus’ zo aan te passen dat het makkelijk door de lucht zoogdieren kan besmetten. De resultaten zouden in handen kunnen vallen van terroristen, die daarmee de halve mensheid zouden kunnen uitroeien. “Dutch Scientists Create a Super-Killer Virus”
Er is dus veel aan de hand rond infectieziekten en de bestrijding.

Als we al deze uitbraken, controverses en affaires overzien, wat valt ons dan op?

Infectieziekten zijn regelmatig een groot tot zeer groot nieuwsonderwerp, soms zou je zelfs van een mediahype kunnen spreken, of zoals dat in de Angelsaksische wereld noemen een ‘health scare’ of ‘food scare’. Mexicaanse griep en de EHEC bacterie zijn voorbeelden van grote nieuwsonderwerpen die maandenlang het (inter)nationale nieuws hebben gedomineerd. Ook kleinere uitbraken kunnen groot nieuws zijn als er een schandaal in zit, bijvoorbeeld als blijkt dat de overheid niet alert is opgetreden om de uitbraak te voorkomen of in te dammen.

Wat ook opvalt is dat er relatief maar weinig mensen overlijden aan infectieziekten die zo veel media-aandacht krijgen (Mexicaanse griep, Ehec, Klebsiella). In vergelijking met allerlei andere aandoeningen blijken de infectieziekten buitengewoon goed te scoren in het nieuws.
Van het totaal aantal sterfgevallen in Nederland per jaar komt ongeveer 1,5 procent voor rekening van infectieziekten (2100 mensen), tegen bijvoorbeeld, zoals bekend, ruim 30 procent voor respectievelijk kanker en hart en vaatziekten.

Bij die 1,5 procent gaat het om TBC, Meningokokkeninfecties, Virale hepatitis, AIDS, en overige infectieziekten (bij elkaar zo’n 2000). Als je naar de leeftijden gaat kijken bij infectieziekten blijkt dat 85 procent van de patiënten ouder is dan 65 jaar, waarmee duidelijk is dat 15 procent, 324 mensen jonger dan 65 overlijden aan een infectieziekte. De grootste groep daarvan is weer 55 plus, zodat ‘maar’ 95 mensen (4,5 procent van alle infectiedoden) overlijden die jonger zijn dan 55.

Hoeveel daarvan bijvoorbeeld griepdoden zijn is niet bekend, omdat dit niet wordt geregistreerd bij normale griep, wel bij de Mexicaanse griep. Men rekent bij de seizoensgriep (net als bij een hittegolf) met een ‘zogenaamde’ oversterfte van ongeveer 800 tot 1000 personen, dat zou beteken dat ongeveer 40 tot 50 procent van alle infectiedoden overlijdt aan de seizoensgriep (vooral ouderen uiteraard). De kansen om aan een infectieziekte te overlijden zijn dus zéér klein, zeker als je jonger bent dan 55.

Dankzij betere drinkwatervoorzieningen, betere gezondheidszorg, vaccinatieprogramma’s en natuurlijk antibiotica is dit overlijdensrisico de afgelopen eeuw spectaculair gedaald. Van honderd jaar geleden nog 20 procent, naar 5 procent in 1950, tot momenteel dus 1,5 procent (op steeds hogere leeftijd). Valpartijen kosten meer doden per jaar dan infectieziekten.

Als je deze getallen rond infectieziekten overziet, kun je stellen dat de hoeveelheid media-aandacht voor ziektes omgekeerd evenredig is aan de sterftecijfers. Die andere doodsoorzaken zijn statistieken, infectieziekten zijn nieuws, dat wil vooral ook zeggen nieuwe infectieziekten. De normale griep is geen nieuws, een nieuwe zoals de Mexicaanse griep daarentegen wel. In 2009 brachten de landelijke dagbladen in totaal meer dan 2200 artikelen over de Mexicaanse griep, en de televisiejournaals (NOS, RTL, SBS) bijna 300 items zonder dat er enig verband was met het feitelijke aantal besmettingen, ziekenhuisopnames of overlijdensgevallen.

Twee factoren spelen hier een rol: de nieuwswaarde criteria bij de nieuwsselectie en onze diepgewortelde angst voor de epidemie. Een epidemie is immers niet alleen een plotselinge toename van het aantal ziektegevallen (de epidemiologische definitie), niet alleen een naderende crisis voor de gezondheidszorg, het is vooral ook een Verhaal, een cultureel referentiekader.

Het idee van een epidemie activeert bewust of onbewust de bekende schrikbeelden over de pest in de Middeleeuwen (de Zwarte Dood) of over de Spaanse griep na de Eerste Wereldoorlog met miljoenen doden. Epidemieën horen cultuurhistorisch gezien bij het eind-der-tijden-denken. Een epidemie als de straf van god voor de goddelozen (zo werd ook nog vaak over Aids gedacht in de beginjaren).

Iedere kans op een epidemie heeft daarom extra nieuwswaarde voor de media: dat 30.000 mensen overlijden aan kanker is geen voorpaginanieuws (dat is een statistiek), maar drie doden als gevolg van een nieuw virus of een relatief onbekende bacterie, dat kan wereldnieuws opleveren. Dat is bijzonder en dat zou wel eens heel groot kunnen worden met alle gevolgen van dien.

Die factor onzekerheid, gekoppeld aan worst case scenario’s over wereldwijde epidemieën (soms wordt zelfs het eind van de mensheid voorspelt), zorgt voor een enorme nieuwspotentie van het onderwerp. In een van de artikelen over Fouchier was sprake van ‘doomsday engineering.’

Jarenlang (na de uitbraken van Sars en de Vogelgriep) was er gewaarschuwd voor de komst van een alles ontwrichtende pandemie, dus toen de Mexicaanse griep zich in april 2009 aandiende leek dat scenario werkelijkheid te worden. Dat zorgde internationaal voor een enorme nieuwsgolf en voor veel verontrusting. De nieuwswaardecriteria sluiten immers naadloos aan bij de psychologische factoren die de risicoperceptie van mensen beïnvloeden. Bij het inschatten van risico’s spelen de vier O’s een grote rol: onbekendheid, oncontroleerbaarheid, onvrijwilligheid en onrechtvaardigheid.

Mensen hebben de neiging een risico te overschatten als er sprake is van een onbekend risico waaraan men onvrijwillig wordt blootgesteld en dat als onrechtvaardig wordt ervaren. Alledaagse risico’s (te weinig bewegen, te veel en te vet eten, roken) die mensen zelf nemen, worden doorgaans juist onderschat. Als mensen maar het idee hebben dat ze het heft in handen hebben (of een stuurwiel) schatten ze risico’s laag in, vliegtuigpassagiers die moeten vertrouwen op de piloot schatten de risico’s hoger in. Hoewel er in het hele internationale vliegverkeer ongeveer evenveel doden vallen als in het verkeer in Nederland is een vliegtuigongeluk waar ook ter wereld, ook met een paar doden (een weekend op de weg) altijd nieuws.

Media hebben een grote voorkeur voor rampzalige gebeurtenissen waarbij veel mensen in een keer om het leven komen. Daarnaast speelt de zogenaamde dread factor een rol, het afgrijzen, de afschuw om op zo’n manier dood te gaan. Dat geldt voor vliegtuigongelukken met veel doden, maar ook voor besmetting door een onzichtbaar, misschien wel dodelijk, virus. Het is niet voor niets dat de pandemie een dankbaar thema is voor spannende rampenfilms zoals Outbreak, Pandemic en recenter Contagion. Ze exploiteren onze angst voor een virus dat mensheid kan uitroeien.

Dat is ook de reden waarom media bij de uitbraak van een nieuw virus zoals de Mexicaanse griep in 2009 flink gingen speculeren over worst case scenario’s, al dan niet op gezag van virologen die al jaren waarschuwen dat de pandemie een keer gaat komen. In Nederland duurde het bijna een half jaar voor de griepepidemie een feit was in Nederland en al die maanden bleef de griep een grote nieuwsonderwerp met veel verontrustende berichten. De eerste griepdode in augustus was groot voorpaginanieuws.



In Engeland steeg het aantal besmettingsgevallen heel snel in juni en juli om daarna snel af te nemen. Het werd vrij snel duidelijk dat de griep heel erg meeviel en het gevolg was dat de berichtgeving ook vrij snel afnam en veel minder verontrustend was dan in Nederland dat toen nog in afwachting was van de komende epidemie in het najaar en de donkere schaduw van de pandemie over de berichtgeving lag. Onzekerheid is dus een belangrijke factor bij de berichtgeving over infectieziekten en epidemieën. (Zie het rapport over de Mexicaanse griep en de media).

De media staan voor de opgave om te waarschuwen voor de mogelijke gevolgen zonder meteen de doemscenario’s de voorpagina’s te laten domineren. Dat is een lastige balanceeract, want de onzekerheid is groot, evenals de verleiding van het ultieme horrorverhaal.

Uit veel onderzoek blijkt dat vooral in de eerste dagen een behoorlijk verontrustend beeld wordt neergezet van de nieuwe vijand, het virus of de bacterie: die is extreem besmettelijk, levensgevaarlijk dan wel zeer dodelijk, maar vooral nieuw, ‘een unieke genetische mix’, ‘nog nooit eerder bij mensen aangetroffen.’ Etc. De term Superbacterie (EHEC, Klebsiella, ESBL) duikt al snel op, evenals het killervirus.

Bovendien domineren vaak militaristisch metaforen: het virus is geduchte tegenstander die ons onverhoeds aanvalt en die ons dwingt om keihard terug te slaan. En daarmee is de toon gezet voor de daaropvolgende berichtgeving over de op handen zijnde epidemie.

Als de overheid maatregelen aankondigt (zoals het bestellen van vaccins) vormt dat een bevestiging van het op handen zijnde gevaar en neemt de media-aandacht verder toe. De overheid wil vooral rust uitstralen –alles is onder controle- maar het gevolg is dat de verontrusting toeneemt. Als er niks aan de hand was zou het niet iedere dag op de voorpagina staan.

Deze wisselwerking tussen media, overheid en publiek kan een soort spiraalwerking opleveren die in de wetenschappelijke literatuur te boek staat als risico-amplificatie: het nieuwe risico wordt enorm uitvergroot en groeit uit tot een groot maatschappelijke issue.
Met alle gevolgen van dien: hele economische sectoren storten in zoals bijvoorbeeld bij de EHEC bacterie of eerder bij Sars in China of BSE in Engeland.

In die spiraal lijken ergens de verhoudingen zoek te raken: staan de maatschappelijke reactiesnog wel in verhouding tot de feitelijke risico’s? Maar qua risicoperceptie zijn mensen heel pragmatisch: waarom risico lopen, ook al is het risico extreem klein? Als ik ook iets anders kan eten, of ergens anders op vakantie kan gaan?

Om het vertrouwen terug te winnen besluit de overheid soms nog veel drastischer maatregelen te nemen met als gevaar dat perceptie management belangrijker wordt dan (evidence based) risico management. In plaats van het meest waarschijnlijke scenario gaat het mediagenieke worst case scenario leidraad voor beleid worden.

Het optreden van de overheid en de gezondheidsinstanties ligt bovendien onder een vergrootglas, zodra er ook maar een aanwijzing is dat zij niet alert of niet adequaat optreden, is de kiem voor een schandaal gelegd. Dat woord heeft twee betekenissen: de misstap of misstand waar mensen verontwaardigd over zijn, maar ook het maatschappelijk proces dat op gang komt na de eerste aantijgingen.



Daar spelen de media een belangrijke rol in, maar tegenwoordig vooral ook de nieuwe media, waar de verontwaardiging zich snel als een virus over het internet kan verspreiden. En waar zelf benoemde ‘google experts’ erin slagen om grote aanhang te verwerven, bijvoorbeeld in de strijd tegen vaccinaties. Maar ook politici en woordvoerders van belangengroepen zien hun kans schoon als zich een schandaal aandient.

Het schandaal kent zo haar eigen dynamiek, voortgestuwd door een actiereactiepatroon van aantijging en verdediging, vergezeld van nieuwe onthullingen over wie wat wist over welke informatie op welk moment en over wat er met die informatie is gebeurd. In de opwinding die daarna gaat ontstaan over falende ministers, verkeerde adviezen van de Gezondheidsraad, belangenverstrengeling of klungelende medisch specialisten, verdwijnen de feitelijke risico’s uit beeld. Als er dan patiënten overlijden, zal dat de bewindsman zo ongeveer persoonlijk worden aangerekend. Dit is natuurlijk een algemeen scenario, maar de berichtgeving gaat wel vaak meer over verontrusting en verontwaardiging (en de maatschappelijke gevolgen daarvan) dan over de virussen zelf die ons bedreigen.

Het resultaat is een enorme uitvergroting van bepaalde (mediagenieke) risico’s, terwijl andere, minder spectaculaire dreigingen onderbelicht blijven. De enorme omvang alleen al van de media-aandacht wekt de indruk dat het om een groot risico gaat. Ook de context ontbreekt vaak: hoeveel doden vallen er eigenlijk als gevolg van individuele voedselbesmettingen per jaar? Hoe veel mensen overlijden aan de gewone griep? De meeste winst valt zoals bekend te behalen bij het aanpakken van de lifestyle risico’s. Maar ja, dat is natuurlijk niet zo mediageniek als een nieuwe superbacterie of een killervirus dat misschien wel de hele mensheid bedreigt.

De artikelen en reportages die vandaag genomineerd zijn stuk voor stuk uitstekende journalistieke producten, waarvoor ik veel waardering heb, maar met dit verhaal heb ik proberen duidelijk te maken dat te midden van alle opwinding en verontrusting over de nieuwste uitbraak de context van gezondheidsrisico’s en risicoperceptie ook aan bod dienen te komen in de berichtgeving. Evenals de rol van de media zelf en hun invloed op het overheidsbeleid. Vooral dat laatste is nogal een taboe in de media, die net doen alsof ze geen rol spelen in de processen waar ze over berichten. Want anders dan in de wetenschap beïnvloeden de media dagelijks hun object van onderzoek.

Labels:

woensdag 4 januari 2012

Moerdijk en de media: van gifwolk tot angstwolk

Omdat de grote brand bij Chemie-Pack in Moerdijk een jaar geleden plaatsvond, op 5 januari, hierbij de complete tekst van mijn inleiding bij de expertmeeting ‘Evalueren en leren van Moerdijk’ op 21 september 2011. klik hier voor de sheets.


INLEIDING
Ter voorbereiding van deze inleiding over de rol van de media in de dagen na de brand in Moerdijk heb ik alles nog eens de revue laten passeren, kranten doorgeploegd en tv-reportages teruggekeken van o.m. Nieuwsuur, Journaal en Hart van Nederland. En daarbij viel ik alsnog van de ene verbazing in de andere. Hoe was het mogelijk dat er bij een dergelijke brand (en geen ‘ramp’ zoals minister Opstelten in een ongelukkig moment meldde) zo snel zo’n grote kloof kan ontstaan tussen feiten en beeldvorming, meer specifiek tussen de feitelijke en de waargenomen risico’s voor de volksgezondheid? In mijn inleiding vandaag ga ik een tien factoren bespreken die hebben bijgedragen tot de discrepantie tussen feiten en percepties. Factoren die te maken hebben met de media maar met interactie tussen media, overheid en publiek.

FEITEN EN BEELDVORMING
Even een samenvatting van de feiten: een grote chemische brand, snel onder controle, geen doden of gewonden, wel een grote zwarte rookpluim hoog boven een groot gebied ten noorden van Moerdijk.
Door de grote hoogte zijn omwonenden niet blootgesteld aan giftige stoffen, bovendien vindt er een snelle verdunning plaats van gevaarlijke stoffen. Uit voorzorg krijgen de bewoners het advies ramen en deuren te sluiten, mocht de rook neerslaan. Zoals vanaf het begin is meegedeeld zijn er dan ook geen gevaren voor de volksgezondheid. Ook uit het RIVM onderzoek (dat al na een paar dagen klaar was) naar het neerslaan van deeltjes van gevaarlijke stoffen blijkt dat de risico’s zeer beperkt zijn.
Er is wel vervuild bluswater rond het bedrijf, dat opgeruimd moet worden. Wel heeft zich een beperkt aantal hulpverleners, werknemers en omwonenden gemeld met gezondheidsklachten; de klachten betreffen vooral bezorgdheid en irritatie van de bovenste luchtwegen.

Dat zijn de feiten, maar de beeldvorming in de media na de brand is totaal anders en buitengewoon verontrustend: er zijn bij de ‘giga-brand’ ‘mega’ veel giftige, kankerverwekkende stoffen vrijgekomen, die zijn mogelijk ingeademd door hulpverleners en omwonenden.
Het was een ‘chemisch inferno’ dat grote gebieden heeft verontreinigd met giftige fall out. Er zijn heel veel mensen (vele honderden) met ernstige gezondheidsklachten.

Terwijl de autoriteiten iedere dag riepen dat er ‘geen gevaar voor de volksgezondheid’, moesten wel ramen en deuren gesloten blijven, moest het vee wel binnenblijven en mocht groente voorlopig niet geoogst worden. Wat is dat voor tegenstrijdige communicatie?

Dat was de dagenlang beeldvorming in de media, terwijl er -als je naar de feiten kijkt- toch niet zo veel aan de hand was. Ja, er was zogenaamd veel verontrusting, maar was die verontrusting niet vooral het gevolg van deze beeldvorming in de media? Van het werk van verslaggevers die ter plaatse telkens bewoners vroegen of ze niet verontrust waren nu hun hele omgeving onder het gif lag?

DISCREPANTIE TUSSEN FEITEN EN PERCEPTIE
In de berichtgeving zie je die discrepantie al vrij snel ontstaan tussen de gecommuniceerde voornamelijk geruststellende boodschappen en de, laten we het maar noemen, de gezond verstand perceptie: inktzwarte rookwolken vol met giftige, kankerverwekkende stoffen en dan toch geen gevaar voor de volksgezondheid?

Dat kan niet, zoals een ‘verontruste’ inwoner van Strijen zegt in De Telegraaf de dag na de ramp; “Ze kunnen nu wel zeggen dat er geen gevaar is voor de volksgezondheid, maar als ik maar even buiten sta, dan slaat het meteen op mijn ogen en keel. Ik vertrouw dit voor geen meter”.

Het ‘geen gevaar’ mantra heeft duidelijk averechtse gevolgen omdat het in strijd is met de gezond verstand perceptie van dit wel kankerverwekkend moet zijn.

Schandaalframe: het is veel erger dan ze zeggen!
Deze discrepantie biedt de media een aanknopingspunt om de brand in een bepaald kader te plaatsen, te framen zogezegd: en het frame dat hier toegepast gaat worden is het schandaalframe: het is allemaal veel erger dan ze zeggen en ze proberen het ook nog voor ons verborgen te houden. Dat is schandalig, dat is de toon.

Voor de media is dat een aantrekkelijk frame met nieuwswaarde (Schandaal! Falende overheid! Gezondheidsklachten! Doofpot! Dat hebben we vaker gezien!).

Een frame dat meteen een duidelijk kader biedt voor het interpreteren van allerlei overheidsboodschappen, onderzoeksresultaten, reacties en gebeurtenissen. Alles valt als het ware op zijn plek, alles wat het frame kan bevestigen krijg veel aandacht, tegenstrijdige informatie wordt gemarginaliseerd of geneutraliseerd bijvoorbeeld door de bron verdacht te maken.

Omdat alle media meedoen wordt dit al vrij snel het dominante beeld in de berichtgeving. Deskundigen die erin meegaan krijgen iedere dag ruim baan om te vertellen over al die kankerverwekkende stoffen die niet alleen in de polder maar ook in de stad (VU Toxicoloog De Boer over Dordrecht) zijn neergeslagen. Zo komen ook allerlei ‘feiten’ tot stand door vage associaties en gezond verstand denken (koeien krijgen niet zomaar diarree).

Dat leidt tot zelfversterkende processen: media berichten over de verontrusting die ze zelf met deze framing veroorzaken, maar ze benadrukken voortdurend dat de gebrekkige overheidscommunicatie de verontrusting veroorzaakt. Ook dat wordt een rondzingend thema: de vermeende ‘communicatieramp’ na de brand, zo vaak herhaald dat het vanzelf een feit wordt.

Maar waarom liep dat zo? Welke triggers hebben dat schandaalframe gelanceerd en telkens weer versterkt? Welke factoren spelen een rol bij het op gang komen van die dynamiek waarbij de verontrusting steeds verder toeneemt, ondanks of misschien wel mede dankzij geruststellende boodschappen vanuit de overheid.
Er zijn in totaal tien van die triggers voor het schandaalframe aan te wijzen.

TIEN TRIGGERS.
1. Geen gevaar: als het eruit ziet als een gifwolk, is het een gifwolk
2. Vermeende doofpot: lijst onder de pet gehouden
3. Falend toezicht: bij Chemie-Pack was het zootje
4. Uitgelekt: vervuild bluswater!
5. Als het niet gevaarlijk was, waarom zijn er dan veel mensen met gezondheidsklachten?
6. De communicatie was ook een ramp
7. Andere experts vinden het wel degelijk gevaarlijk
8. Vroeger zeiden ze ook dat astbest niet gevaarlijk was
9. Waakhondfunctie: we doen zelf wel onderzoek
10. Maar is dat niet zo? Geen afronding in de media

Trigger 1: geen gevaar voor de volksgezondheid. Te snel roepen dat er geen gevaar is, terwijl iedereen een grote gifwolk vol kankerverwekkende stoffen voorbij ziet trekken, is ongeloofwaardig en leidt vanaf het begin tot wantrouwen. Hier geldt de zogenaamde regel van de typische zaken: als het eruit ziet als een eend (gifwolk) en als het kwaakt als een eend dan is het een eend (gifwolk).
Neem deze mededeling: “De hoge concentraties van het giftige lood, arseen, antimoon, mangaan, nikkel, chroom en cadmium die zijn gevonden in het gras van de Mariapolder, leveren ‘geen direct risico’ op voor mens en dier.” (VK 13/1/2011). Het is dus giftig maar niet gevaarlijk.
De boodschap dat er geen gevaar was voor de volksgezondheid was weliswaar feitelijk juist, maar niet erg specifiek. De burgemeester had moeten zeggen dat deze boodschap alleen betrekking had op het inademen van giftige stoffen tijdens de brand (onmogelijk vanwege de grote hoogte), maar dat er nog onderzoek gedaan moest worden naar de neerslag van roetdeeltjes in het gebied. Ander probleem is dat voorzorgmaatregelen (ramen en deuren sluiten, vee op stal) de indruk wekken dat er sprake is van een ernstig risico, terwijl dat niet zo is. Dat het alleen om voorzorg gaat wordt onvoldoende gecommuniceerd.

Trigger 2: de vermeende doofpot. “Autoriteiten konden niet vertellen welke chemische stoffen op het bedrijf aanwezig waren” (Telegraaf), terwijl het volgens experts moet gaan om een “cocktail van gevaarlijke stoffen.” (Het woord ‘cocktail’ is een sterke metafoor die altijd met gif wordt geassocieerd en onvoorspelbare gevolgen).
Volgens andere media zoals NRC moeten ze het wel hebben geweten (milieu effect rapportages en directie). Dat riekt naar een doofpot, onder de pet houden, dat kennen we nog uit de Bijlmeraffaire met de grote canard (neponthulling) over de lijst met gevaarlijke stoffen die altijd onder de pet was gehouden. (Het bleek dat die stoffen waren uitgeladen op Schiphol).
Als bekend wordt dat het OM de lijst met stoffen bij Chemie-Pack in beslag heeft genomen (hè er was dus wel een lijst!) en dus ‘geheim’ blijft, vormt dat een bevestiging voor de doofpotgedachte.
‘Zolang de lijst geheim is zullen we nooit weten of we iets hebben opgelopen.’ En; “Instanties creëren mist rond giftigheid stoffen.” (RD). Dat je aan de lijst niet veel hebt voor het beoordelen van de gezondheidsklachten past niet in het schandaalframe en krijgt dus niet veel aandacht. In BN De Stem zegt Helsloot wel: “Als het eenmaal fikt, maakt het niet meer uit dat er zo'n lijst was. En het nut van meten is ook beperkt.” In ditzelfde Schandaalframe past wel weer de opzienbarende onthulling van Nieuwsuur (met dank aan toxicoloog De Boer) dat tijdens de persconferentie over het bodemonderzoek van het RIVM niet is gemeld dat er op een bepaald meetpunt in de polder extreem hoge loodgehaltes zijn gevonden. (Bleek later een rekenfoutje te zijn van het RIVM). Zie verder.

Trigger 3: falend toezicht: dit bedrijf had al lang gesloten moeten worden. Het chemiebedrijf had zijn zaakjes helemaal niet op orde. Hier wordt een verband gesuggereerd tussen de brand, gedoe met vergunningen van het bedrijf en natuurlijk falend overheidstoezicht. Dat voedt ook weer wantrouwen tegenover overheid: die heeft zelf boter op het hoofd blijkbaar. Er hoeft natuurlijk helemaal geen verband te zijn tussen de brand en het gedoe met vergunningen. Zoals NRC schreef: ‘Wat mis is, is niet per se gevaarlijk.’ Maar Lucas Reijnders haalt zo’n beetje alle media met zijn uitspraken in Eenvandaag dat Chemie-Pack op basis van alle overtredingen al lang gesloten had moeten worden. Zie verder.

Trigger 4: breaking news: giftig bluswater. Als iets uitlekt heeft dat een grotere nieuwswaarde dan wanneer dat nieuws gewoon bekend wordt gemaakt aan alle media. Journaal-presentator Rik van de Westelaken bericht op vrijdagmidaag via Twitter: ‘Brekend: ‘t opgevangen bluswater bij Moerdijk bevat kankerverwekkende stoffen, blijkt uit onderzoek van ‘t waterschap Brabantse Delta.’ (VK 10/11). Dat is groot nieuws, in de meeste kranten verschijnen op zaterdag grote luchtfoto’s van het fel rood gekleurde bluswater in en rond het bedrijf. (Geenstijl verdenkt de VK ervan het rood nog veel roder te hebben gephotoshopt). Het gaat om stoffen, die ‘in lage concentraties al zeer kankerverwekkend’ zijn, dus het is wel degelijk heel ernstig en er hebben heel veel mensen rondgelopen, ook journalisten die zich ook zorgen maken en daarover schrijven.

Trigger 5: Als het niet gevaarlijk was, waarom zijn er dan veel mensen met gezondheidsklachten?
‘Heel veel mensen hebben gezondheidsklachten’ klonk het in de media in de eerste dagen. Dat voedt uiteraard het schandaalframe: want hoe kan de overheid nu beweren dat er niets aan de hand is als er zoveel mensen ziek zijn geworden? En waarom komt er dan geen groot gezondheidsonderzoek? De aantallen ‘slachtoffers’ lopen nogal uiteen van enkele tientallen tot zelfs vele honderden mensen met ‘acute’ gezondheidsklachten. De term ‘acuut’ suggereert ernstige klachten die meteen behandeld moeten worden. Maar er liggen helemaal geen mensen in ziekenhuizen en evenmin zijn de huisartsen overbelast.
[De politie is overigens volgens het AD “in stilte een grootschalig intern onderzoek gestart uit vrees dat hulpverleners blijvende klachten houden of ziektes krijgen.” En voegt er aan toe: “Tot dusver menen de autoriteiten dat er geen grote gevaren zijn geweest voor de volksgezondheid van omwonenden en omstanders.”]

Als je naar de feiten kijkt, blijft er niet veel over van deze vermeende grote groep mensen met gezondheidsklachten, ja er hebben zich wel mensen gemeld bij de GGD en bij de huisarts, met klachten over geïrriteerde ogen en irritaties aan de luchtwegen, maar uiteindelijk is daar niet veel van over gebleven. Als je naar het verloop van de meldingen kijkt, dan valt op dat er in het begin maar enkele tientallen meldingen waren en dat daar ook mensen bij zaten die de huisarts hadden gebeld met vragen omdat ze verontrust waren.

Interessanter is dat de meeste meldingen pas zeven (!) dagen na de brand binnenkomen, na een oproep van de GGD om gezondheidsklachten te melden en een screeningsvragenlijst in te vullen.
Zeventig procent (161) van de (232) meldingen komen dàn binnen. Uiteindelijk zal blijken dat het in minder dan de helft, namelijk 44 procent (93) gaat over lichamelijke klachten, de rest bestaat dus uit vragen of vage verontrusting. Bovendien is hier sprake van zelfrapportage, waarbij natuurlijk niet is vastgesteld dat de klachten daadwerkelijk iets met de brand te maken hebben.
Je vraagt je natuurlijk af waarom mensen een week wachten als ze acute klachten hebben? Ik heb het vermoeden dat de buitengewoon verontrustende berichtgeving over al die giftige stoffen hier een rol bij hebben gespeeld. Een interessant detail is dat volgens de GGD in Dordrecht er na een interview met Lucas Reijnders in een plaatselijke krant vijf meldingen zijn binnengekomen van bezorgde burgers.
Een ander interessant detail in het GGD rapport over de gezondheidsklachten is dat er die periode sprake was van een griepgolf in de regio en dat sommige hulpverleners tijdens de bluswerkzaamheden voedselvergiftiging hebben opgelopen dankzij de plaatselijke Chinees.

Toch nemen de media voetstoots aan dat er honderden mensen met gezondheidsklachten zijn. Merkwaardig genoeg komen de slachtoffers zelf vrijwel nooit aan het woord, een enkele uitzondering daargelaten (zoals een mevrouw met een zonnbril in Eenvandaag (11 januari)

Trigger 6: de ‘communicatieramp’. De verontrusting als gevolg van de veronderstelde gebrekkige communicatie wordt zelf een media onderwerp. Al vrij snel presenteren de media het idee van de ‘communicatieramp’. Het was niet terecht om meteen ‘geen gevaar’ te roepen, er zijn tegenstrijdige berichten (geen gevaar maar kinderen wel binnen houden), er werden zaken achterhouden zoals de lijst met gevaarlijke stoffen en dat leidt allemaal tot steeds meer verontrusting. De verslaggever van Nieuwsuur zegt: “door de gebrekkige communicatie is wantrouwen van de burger versterkt.” Er komen dan ook heel veel mensen aan het woord in al die reportages die verontrust zijn of verontwaardigd en die worden weer uitgespeeld tegenover de autoriteiten. “Mensen geloven u nog steeds niet.”
Maar als de overheid nog niet meteen op alle vragen antwoord kan geven, betekent dat nog niet dat er sprake is van falende communicatie.

Trigger 7: andere experts vinden het wel degelijk gevaarlijk.
De rol van experts en andere actievoerders. Experts die de risico’s voor de volksgezondheid benadrukken krijgen ruim baan (past in het frame), terwijl de toxicologen die vergelijking maken met de gevaren van de zomerse barbecue het moeten doen met een artikeltje achteraf. Zo krijgt VU Toxicoloog Jacob de Boer avonden aan een stuk de kans om in Nieuwsuur te speculeren over de gezondheidsrisico’s. Hij ontdekt in het RIVM rapport dat er op een meetpunt loodgehaltes zijn gevonden die 1000 keer boven de norm liggen. “Lood geeft heel snel gezondheidseffecten. Zie de koeien met diarree, dat is een eerste teken, mogelijk, maar die stonden binnen dus ik weet niet of ze daar waren.” (daarvoor zat een reportage over een boer die zich zorgen maakt over een paar koeien die diarree hebben). Een dag later komt Dordrecht in beeld bij De Boer: volgens hem ligt de stad ‘vol met dat lood en die zware metalen.’ Misschien moet er wel grond worden afgegraven.
Ook experts van de milieubeweging zien hun kans schoon om de gevaren te benadrukken van deze ‘chemische bom’ ‘Deze stoffen zijn in lage concentraties al zeer kankerverwekkend’, zegt chemisch technoloog Sijas Akkerman, van de stichting Natuur en Milieu over het bluswater.
Ook hoogleraar milieukunde Lucas Rijnders heeft voornamelijk verontrustende boodschappen: ‘Roet is praktisch gesproken altijd gevaarlijk. Het is een belangrijke veroorzaker van longkanker. Als je roet ziet, kun je niet meer zeggen dat er geen gevaar is voor de volksgezondheid.
Aan de andere kant zijn er ook –zij het een week later- relativeringen zoals in de VK op 12 januari: ‘PAK’s heb je ook bij de barbecue’; Aalt Bast, hoogleraar humane toxicologie aan de Universiteit Maastricht. Volgens hem hoeven we ons weinig zorgen te maken over de gezondheidsrisico's van de brand.”

Trigger 8: Vroeger zeiden ze ook dat asbest niet gevaarlijk was.
Er duiken in berichtgeving veel vergelijkingen op met de brand bij ATF Afvalverwerking in Drachten in 2000. De overheid, zo gaat het verhaal, vertelde toen ook dat er geen verontrustende concentraties waren gemeten, maar moesten zeven jaar later toegeven dat er toch wel significante hoeveelheden schadelijke stoffen waren vrijgekomen (RD) en dat daar veel mensen ziek van zijn geworden. Ook al zegt de toxicoloog bij Eenvandaag dat in Drachten enkele mensen binnen de 100 meter van de brand giftige stoffen hebben ingeademd (terwijl dat in Moerdijk niet het geval was), blijft vooral hangen: toen zeiden ze ook dat er geen gevaar voor de volksgezondheid was en kijk... (het gaat om 3 personen)

Trigger 9: de waakhondfunctie van de media: dat onderzoek doen we wel zelf. Als waakhonden van de macht en de overheid moeten de media kritisch zijn en zelf op onderzoek uitgaan, maar tegenwoordig bestaat dat uit wantrouwen tegenover alle mededelingen van officiële instanties, ook onderzoeksinstituten zoals het RIVM.
Neem de ‘grote onthulling’ een paar weken na de brand van het NOS Journaal dat er in het gebied ten noorden van Moerdijk sterk verhoogde concentraties aluminium in de grond zijn gevonden. Er is geen acuut gevaar voor mensen maar het moet niet in de voedselketen terecht komen. Prima dat de NOS zelf onderzoek laat doen, maar maak er dan niet een grote onthulling van als er niks uitkomt, want dat was het geval. Omdat het aluminium op 30 tot 50 centimeter diepte werd gevonden lag het een verband met de brand niet voor de hand. Het NOS Journaal suggereert dus een gezondheidsrisico, terwijl dat er niet is, en komt er vervolgens nooit meer op terug.

Trigger 10: Maar is dat niet zo? het ontbreken van ‘closure’ in de media. Het is opvallend dat de media veel verontrustend nieuws brengen, maar daar later nooit meer op terugkomen, waardoor het publiek in het ongewisse blijft over het waarheidsgehalte van veel met veel bombarie gelanceerde claims. Als later blijkt dat het allemaal erg meevalt is dat natuurlijk geen nieuws meer. Laat staan dat de media zelf terugkomen op hun eigen berichtgeving. En dat is jammer want de media spelen een belangrijke rol in de hele dynamiek maar doen in hun berichtgeving net alsof ze zelf niet bestaan, ze zijn de onzichtbare fly on the wall, maar intussen zijn ze zeer bepalend voor de beeldvorming en de reacties van zowel de overheid als de omwonenden.

Ik ga afronden, wat zijn de belangrijkste patronen in de berichtgeving over incidenten, crisis en rampen?

Snelle mediatisering van het incident: de media construeren een beeld van het incident (ze kiezen een frame) en die wordt bepalend voor vervolgberichtgeving.
Framing: doofpot, falende overheid, milieuschandaal. Geïsoleerde feiten, die bij gebrek aan een breder perspectief op de ramp moeilijk op waarde te schatten zijn, worden via uitgebreide schakelredeneringen direct in verband gebracht met de oorzaken van de ramp. Feiten veranderen zo in aantijgingen die dagenlang in de media rondzingen

Veel human interest en verontrusting: interviews met bewoners die nooit een kritisch vraag krijgen.
Politisering en koppensnellen: ‘falende’ bestuurders onder vuur
Risico-amplificatie: relatief kleine risico’s worden enorm uitvergroot ivm alledaagse risco’s (schril contrast met roken, een van de hulpverleners had een verhoogde concentratie van koolmonoxide in zijn bloed...).
Overreactie van overheid, media en belangengroepen: interactie, elkaar opzwepen, druk om drastische maatregelen te nemen.

Crisiscommunicatie zoekt de schuld vooral bij zichzelf: na iedere affaire, incident of ramp gaat de overheid en de rampenbestrijding evalueren. Al die evaluaties van het overheidsoptreden versterken wel weer de indruk dat de ‘schuld’ voor wat er misging ligt bij diezelfde overheid, bij de voorlichting, bij de crisiscommunicatie. Maar de media blijven buiten schot.
Maar waarom is er geen media evaluatie onderzoek opgezet? Waarvan de resultaten besproken kunnen worden met de verslaggevers van de verschillende media? Waarom wordt er niet meer geïnvesteerd in deskundigheidsbevordering bij journalisten als het gaat om crises, rampen en gezondheidrisico’s?

Media meer aanspreken op hun verantwoordelijkheid.
Wat betreft de communicatie rond de brand in Moerdijk heb ik eigenlijk maar een aanbeveling: laat je niet zo inpakken door de media. Biedt veel meer tegenwicht, spreek journalisten aan op hun verantwoordelijkheid, stel de rol van de media zelf ter discussie, bestrijdt speculaties en weerleg zo snel mogelijk onjuiste informatie. Monitor de berichtgeving en gebruik eventueel Twitterberichten om meteen op allerlei onjuiste of overhaaste publicaties te reageren. Buig niet te snel deemoedig het hoofd (‘ja dat beter gekund’). Schiet niet meteen in de verdediging, kies de aanval, reageer onmiddellijk en laat in alle openheid zien wat op dat moment wel of niet bekend is, en waarom bepaalde besluiten worden genomen.
Stelling voor discussie: crisiscommunicatie zoekt de schuld te veel bij zichzelf.

Labels:

donderdag 22 december 2011

Van wolf tot wietpas

Steeds vaker en sneller plant het nieuws zichzelf voort. De grootste mediahypes in 2011: Mauro en de snelwegschutter. Plus: een etentje.

De hype van 2011 is volgens mediawetenschapper Peter Vasterman een etentje; het etentje dat zoveel aandacht kreeg in de media dat het proces-Wilders erdoor werd overschaduwd. 'Het was een bewust gecreëerde hype die eindeloos doorging, terwijl het in het proces een minor punt was.'

lees verder in de Volkskrant van 22 december 2012.

Labels:

woensdag 21 december 2011

Zonder mediahype geen commissie Deetman

Verslag van een conferentie over het vrijdag verschenen eindrapport van de commissie-Deetman, waaruit onder meer blijkt dat geestelijken in de periode 1945-1985 tussen de 10.000 en de 20.000 minderjarigen seksueel hebben misbruikt. De kerkleiding wist dat er misbruik plaatvond, maar schoot ernstig tekort in de hulp aan slachtoffers.

Reformatorisch Dagblad 20 december 2011.

Labels:

zaterdag 10 december 2011

KLPD: Snelwegschutter bestaat niet

Was er sprake van een mediahype?

EENVANDAAG 9 DECEMBER 2011

Bestaat de snelwegschutter wel of niet? Niet, liet De KLPD liet vanmiddag weten. Twintig rechercheurs hebben de afgelopen maanden onderzoek gedaan naar het opvallende aantal ruiten dat sneuvelden op de snelweg.

De politie kreeg 500 tips, camerabeelden werden ingezet, drie mannen werden opgepakt en weer vrij gelaten, maar de snelwegschutter is nooit gevonden en heeft dus waarschijnlijk nooit bestaan. Was er sprake van een mediahype? We spreken hierover met Peter Vasterman, specialist in mediahypes.

Zie: onderzoek incidenten autoruiten snelwegen afgerond: waarschijnlijk geen schutter
9 december 2011 - Arrondissementsparket Rotterdam

Labels:

Free counter and web stats