vrijdag 16 februari 2024

Transgender mensen in de VS: vooral jong, non-binair en geboren als vrouw

In februari 2024 verschenen de voorlopige resultaten van “The 2022 U.S. Transgender Survey,” in opdracht van the National Center for Transgender Equality.  Doel van de uitgebreide vragenlijst is om de ervaringen van transgender mensen te beschrijven. 


Ruim 90.000 mensen ondervraagd


Het onderzoek is gebaseerd op 92.329 respondenten vanaf 16 jaar, onder wie 84.170 mensen ouder dan 18 jaar. De onderzoekers claimen representativiteit op grond van extra weging van verschillende factoren zoals leeftijd, ras/etniciteit, opleiding en regio om vertekening in de steekproef te voorkomen. Het onderzoek heeft niet vastgesteld hoeveel transgender mensen er zijn op de totale populatie. Het voorlopige rapport geeft de eerste resultaten weer over de kenmerken van de respondenten


Geboren vrouwen in de meerderheid 


Die bevestigen het internationale beeld dat -in tegenstelling tot vroeger- de transgender mensen die als vrouw zijn geboren in de meerderheid zijn, namelijk 55 tegen 45 procent. 



Non-binair grootste groep, vooral geboren vrouwen 

woensdag 31 januari 2024

Hoeveel jongeren zeggen een transgender of genderdiverse identiteit te hebben? Een analyse van de cijfers uit onderzoek ‘Seks onder je 25e’.

Ruim 92.000 jongeren (tussen 12 en 25 jaar) identificeren zich als transgender, genderdivers of non-binair, dat zijn er bijna 29.000 meer dan vijf jaar geleden. Een toename van 45 procent. De toename komt vooral voor rekening van de meisjes die nu 63 procent van deze groep uitmaken. Vooral 'non-binair' en 'gendertwijfel' zijn sterk toegenomen in tegenstelling tot de transgender identiteit. Dat zijn de belangrijkste resultaten van het onderzoek Seks onder je 25e ten aanzien van genderidentiteiten. 

Onlangs verschenen de resultaten van het onderzoek 'Seks onder je 25e', dat om de vijf jaar wordt gehouden onder tienduizenden jongeren in Nederland. Dit is het vierde onderzoek na edities in 2005, 2012 en 2017. Uitgevoerd door Soa Aids Nederland en Rutgers in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het RIVM. 

In de media was vooral aandacht voor het feit dat de leeftijd voor de ‘eerste keer’ blijft stijgen. Maar het onderzoek stelt ook vragen over genderidentiteit. Jongeren is gevraagd of ze volgens hun gevoel een jongen, een meisje, tussen een jongen en meisje in, zowel jongen als meisje, of geen jongen en ook geen meisje zijn, zich anders te voelen of dit nog niet te weten. Als het antwoord ‘het tegenovergestelde van toegewezen sekse’ is, geldt dit als ‘transgender’ identiteit. De andere antwoorden vallen onder de categorie ‘genderdivers’. Als iemand zich geen jongen of meisje voelt betekent dat een non-binaire identiteit. De onderzoekers gebruiken dezelfde categorieën als bij de vorige editie in 2017, op één nieuwe antwoordcategorie na namelijk: ‘tussen jongen en meisje in.’ Zie Tabel 3.2.1 uit het rapport, pagina 28.

dinsdag 30 januari 2024

NPO/Human Medialogic documentary: "The battle for transgender care" is now available with English subtitles (2021)

Argos Medialogica Battle for Transgender Care

In Dutch with English subtitles here

Last summer, the transgender community protested against the problems in Dutch transgender care. Activists are given space in the media to express their concerns and grievances about this. They argue for a fundamentally different design of healthcare. But according to critics, there is little room in the Dutch media for possible downsides or trade-offs within this theme.

Argos Medialogica decided to investigate transgender care following an opinion piece in the NRC Handelsblad. Media sociologist Peter Vasterman argued that journalism does not report broadly and critically enough, for example about the possible role of social influences in young people's choice to transition. A discussion that, according to Vasterman, is being held abroad, but receives little attention in the Netherlands.

According to trans activists, the media spread trans hatred by paying attention to these critical questions. To what extent does this mean that as a journalist you should not publish about it? Shouldn't a scientist do research into it? Medialogic delves into the transgender dossier and investigates whether there is indeed more going on in transgender care than we see and hear in the Dutch press. And whether an open discussion about this is actually possible.

Documentary makers: Myrthe Buitenhuis and Martine Braam

Sunday, December 26 at 9:49 PM on NPO 2

In Dutch with English subtitles here




dinsdag 9 januari 2024

Radio 1, Wat zijn de oorzaken en gevolgen van de ruk naar rechts op 22 november?


In De Ronde Tafel van Roderick kijkt Roderick Veelo met zijn gasten terug op de politieke aardverschuiving van 22 november 2023. Hoe kan het dat de winst van de PVV als een verrassing werd gezien? Hoe gaat het nieuwe kabinet er uitzien? En wat zijn de lessen die de politieke partijen kunnen leren voor toekomstige verkiezingen? De antwoorden op deze vragen komen van: voormalig VVD-Kamerlid Han ten Broeke, mediasocioloog Peter Vasterman, onderzoeker en geograaf Josse de Voogd en oud-SP-Kamerlid Ronald van Raak.

donderdag 16 november 2023

Hoezo polarisatie en verharding van het debat over transgenderzorg? Radboud transgender rapport op de snijtafel

Het media-onderzoek van de Radboud Universiteit doet niet wat het belooft, namelijk onderzoeken wat de rol is van de (sociale) media bij de toename van de vraag naar transgenderzorg. Wel betrekken de onderzoekers over de media allerlei stellingen die ze helemaal niet onderzocht hebben.
Een kritische analyse van het hoofdstuk over de (sociale) media in dit onderzoeksrapport en een schets van de vraagstellingen die wel onderzocht hadden moeten worden. Door: Peter Vasterman, mediasocioloog.  


"Mijn gender, wiens zorg? Onderzoek naar de toename in en veranderingen van de vraag naar transgenderzorg." (2023). Auteurs: Enny Das, Marion Wasserbauer, Charlie Loopuijt, Ilona Plug, I., Aafke Uilhoorn,  Anna van der Vleuten & Chris Verhaak.

 




Download artikel in PDF

 

Inhoudsopgave

Inleiding

Samenvatting in 10 punten

De context: empowerment of contagion.

Hoe is de rol van de (sociale) media onderzocht?

Wat levert de inhoudsanalyse op?

Houding journalist problematisch

Berichtgeving positief: toch verharding en polarisatie?

Conclusies nieuwsmedia wankel

De Twitter analyse

Samenhang theorie en empirie zwak.

De zichtbaarheidstheorie en het media-onderzoek

Empowerment theorie gebaseerd op essentialisme

Tot slot

Eindnoten

 

-------------------------------------------------------------

 

Inleiding

    Hoe valt de sterke toename van het beroep op de transgenderzorg de afgelopen jaren te verklaren? En wat is de verwachting voor de toekomst? Dat was op verzoek van de Tweede Kamer de onderzoeksopdracht van het ministerie van VWS aan de Nijmeegse onderzoekers van de Radboud Universiteit.

    De belangrijkste conclusie van het rapport "Mijn gender, wiens zorg?" dat in mei verscheen, is dat niet valt aan te tonen dat de toename van de zorgvraag het gevolg zou zijn van een sterke toename van het aantal transgender personen. Wel zorgt gebrek aan maatschappelijke acceptatie (minderheidsstress genoemd) voor een groeiende vraag naar specialistische (lees medische) transgenderzorg. Maar volgens de onderzoekers is dat een fuik waardoor een maatschappelijk probleem wordt gemedicaliseerd met een medische behandeling als eindresultaat.

 

Mijn gender, wiens zorg? P. 3


    Wat de rol van de (sociale) media betreft concluderen de onderzoekers dat deze aan de ene kant meer herkenning bieden en meer zichtbaarheid, maar dat ze aan de andere kant zorgen voor verharding en polarisatie die acceptatie kan schaden.

"Aan de hoeveelheid en inhoud van de media kunnen we afleiden dat de zichtbaarheid van transgender personen in de afgelopen jaren is toegenomen. De toon van het debat is over het algemeen positief, maar verhardt en polariseert in de meest recente jaren." (p.67)

De sociale media bieden vooral mogelijkheden om de genderidentiteit te ontwikkelen via contacten met anderen met dezelfde gevoelens:


"Sociale media kunnen bijdragen aan het vinden van taal, informatie en lotgenoten." Maar: "Dit betekent niet dat een (cis- of trans-) persoon in interactie met de transgendergemeenschap tot transgender ‘gemaakt’ wordt." (p.30).

 

    Maar hoe hebben de onderzoekers dit onderzoek naar de rol van de (sociale) media aangepakt? Hoe is de berichtgeving onderzocht en hoe jongeren omgaan met sociale media? Zijn alle relevante vragen wel aan bod gekomen? Bijvoorbeeld over de invloed van de (sociale) media op de identiteitsontwikkeling van jongeren? Of bijvoorbeeld over de framing van transgenderissues in de berichtgeving? Wat valt er te zeggen over de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek? Zijn de conclusies over de verharding en polarisatie gerechtvaardigd op grond van de inhoudsanalyse?

    Deze evaluatie van het Radboud media-onderzoek is belangrijk omdat het rapport een grote rol speelt in discussies over de sterke toename van het aantal jongeren dat een beroep doet op de transgenderzorg. In deze bespreking kijken we niet alleen naar de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek, maar ook naar de onderzoeksvragen die op dit moment centraal staan in de mogelijke verklaringen voor de toename van het aantal transgender personen in de afgelopen jaren.





woensdag 1 november 2023

Statistieken transgenderzorg deel 2: nieuwe data aanmeldingen Amsterdam

Er zijn eindelijk actuele cijfers beschikbaar over het aantal aanmeldingen bij de genderkliniek in Amsterdam over de afgelopen vier jaar. Het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie (KZcG) van Amsterdam UMC heeft een soort jaarverslag gepubliceerd, getiteld Samenwerken aan betere genderzorg dichter bij huis. Jaarbeeld 2019-2022. Het vorige rapport Genderzorg in ontwikkeling Jaarbeeld 2011 - 2018 dateert uit 2019. 

Bron Jaarbeeld 2019-2022

In het nieuwe rapport staan de cijfers over de aanmeldingen van 2019 tot en met 2022 in een grafiek uitgesplitst per maand. Het is niet duidelijk waarom de jaren per maand met elkaar worden vergeleken, dat zou alleen zin hebben als die registratie per maand bijzondere betekenis zou hebben. Dat lijkt hier niet het geval. Bovendien geeft deze grafiek geen goed beeld van de ontwikkelingen in die vier jaar. Als we alle cijfers vanaf 2000 tot en met 2022 bij elkaar zetten, zien we de volgende trends. 

vrijdag 16 juni 2023

Waarom we onze schouders ophalen over dode migranten: 'Het zijn gewoon mensen, hè?'

RTL Nieuws 16 juni 2023

Honderden mensenlevens zijn afgelopen woensdag verloren gegaan, nadat een vissersboot vol vluchtelingen was omgeslagen en gezonken. Op die boot bevonden zich vaders, moeders en ook veel kinderen. Toch kreeg het nieuws over het bootdrama geen zelfde reactie als andere verdrietige gebeurtenissen met minder slachtoffers. Waarom laat de dood van migranten velen van ons koud?

Lees hier het artikel van Lene Makkink

"Mediasocioloog Peter Vasterman ziet dat 'compassievermoeidheid' een rol speelt in de manier waarop we omgaan met nieuws over dodelijke migrantenongelukken." 

Meer over het concept compassion fatigue waar ik naar verwijs: 

Susan D. Moeller (1998). Compassion Fatigue: How the Media Sell Disease, Famine, War and Death Compassion fatigue in journalism

Yasmin Aldamen: Can a Negative Representation of Refugees in Social Media Lead to Compassion Fatigue? An Analysis of the Perspectives of a Sample of Syrian Refugees in Jordan and TurkeyJournalism and Media 2023, 4(1), 90-104

The Guardian, Is compassion fatigue inevitable in an age of 24-hour news? 2 August 2018. 

woensdag 14 juni 2023

Overheid moet regels maken voor behandelen genderdysforie

Minderjarigen overzien gevolgen van genderaanpassing nog niet

Gepubliceerd in Medisch Contact 21, 25 mei 2023

Trude Klijnsmit, radioloog en jurist gezondheidsrecht

Peter Vasterman, socioloog

 

Download PDF (zonder links en voetnoten)

 

Omdat het behandelen van genderincongruentie bij minder­jarigen geen onderdeel is van normaal medisch handelen, zou de overheid hier regels voor moeten opstellen. Min of meer zoals cosmetische behandelingen bij jongeren onder 18 jaar verboden zijn. De overheid heeft verschillende opties.



Genderincongruentie is het gevoel dat biologisch geslacht en beleefde gender uit de pas lopen. Bij de behandeling daarvan is genderbevestiging het centrale uitgangspunt.[1] [2] Van de psychologische begeleiding tot de behandeling met puberteitsremmers en crossseksehormonen en chirurgische aanpassingen, kortom in alle stadia van de behandeling, moet de genderkeuze van het kind tot 16 jaar gevolgd worden.

 

Dit roept echter vragen op. Is de subjectieve genderkeuze van een kind wel voldoende basis voor een ingrijpende en vaak onomkeer­bare medische behandeling? Is dit wel te beschouwen als regulier medisch handelen? [3]

Medisch handelen

Regulier medisch handelen is dát medisch handelen dat medisch geïndiceerd is, een concreet behandeldoel heeft en lege artis wordt uitgevoerd.[4] De medische indicatie omvat een duidelijke medische diagnose en een directe noodzaak om de patiënt te behandelen, omdat anders zijn gezondheid in gevaar komt. De behandeling moet daarnaast aantoonbaar kunnen bijdragen aan een oplossing van het medische probleem. Ten slotte moeten de middelen in een redelijke verhouding staan tot het doel van de behandeling. Van regulier medisch handelen zijn talloze voorbeelden te noemen, zoals de behandeling van appendicitis, nierstenen, mammacarcinoom, artritis, et cetera.

 

De medische beroepsgroep mag zelf inhoud geven aan regulier medisch handelen (‘zelfregulering’) en dat vastleggen in een medisch-professionele standaard. Niet alle medisch handelen valt echter onder zelfregulering. Er is namelijk ook medisch handelen zonder medische indicatie, bijvoorbeeld bij een groot gedeelte van de cosmetische chirurgie. Hier vormt niet de medische indicatie, maar de wens van de patiënt de basis voor de behandeling.

 

Vergelijk de behandeling van genderincongruentie met bovenstaande criteria voor regulier medisch handelen. Wat is om te beginnen de medische diagnose van genderincongruentie? Het is niet duidelijk wat genderincongruentie eigenlijk is en hoe dit objectief is vast te stellen.[5] Voorheen werd genderincongruentie als psychische stoornis geclassificeerd omdat er sprake kan zijn van psychisch lijden.[6] Lijdenslast wordt inmiddels echter niet meer als criterium beschouwd [7] en dus is genderincongruentie nu ook geen psychische stoornis meer. Maar het is ook geen ziekte in de zin dat de lichamelijke gezondheid in het geding is. Dat is ook de reden waarom de WHO spreekt van een “condition”, waarbij iemand zegt dat identiteit en sekse niet matchen. Zonder ziekte of stoornis vervalt echter de basis voor de medische diagnose van genderincongruentie.