woensdag 21 juni 2000

De vuurwerkramp in de media


De videobeelden van de ontploffing in Enschede moeten welhaast op de Nederlandse de beeldschermen zijn ingebrand, zo vaak werden ze in de afgelopen weken herhaald. Even vaak is er in de berichtgeving verwezen naar wat al snel is gaan heten: ‘de lessen van de Bijlmerramp’. Meteen na de ramp kreeg enquêtevoorzitter Theo Meijer al de vraag of de overheid de aanbevelingen uit de Bijlmerenquête wel goed in praktijk had gebracht bij deze crisis.

De enquêtecommissie heeft zich daar niet mee bezig gehouden, maar de Bijlmeraffaire heeft ook de nodige lessen opgeleverd voor de media. Het eindeloos voeden van speculaties, geruchtenstromen en complottheorieën hebben toen bijgedragen aan ‘de ramp na de ramp’, namelijk een toename in het aantal gevallen van posttraumatische stress-stoornissen, bijgenaamd het ‘Bijlmer syndroom.’ De overheid communiceerde verdacht gebrekkig, met als resultaat een informatievacuüm waarin allerlei verhalen konden gaan rondzingen. De media waren zo sterk gefocust op het vinden van een toxische stof in de lading of in het vliegtuig zelf (verarmd uranium) dat andere verklaringen als doofpotmethoden werden beschouwd. Zouden bij de berichtgeving over Enschede dezelfde patronen kunnen optreden of hebben de media ook lering getrokken uit de Bijlmeraffaire?

Bij een dergelijke ramp is de druk op de media om nieuws te brengen enorm, de eerste dagen zijn er vele langdurige live radio en tv-uitzendingen, terwijl vooral ook op Internet al snel veel informatie beschikbaar is. De aandacht van de media is in die eerste uren volledig gericht op de ramp zelf, de verwoestingen en de gevolgen. De berichtgeving kort daarna valt uiteen in twee verschillende nieuwsstromen: naast de talloze verhalen en reportages over het leed, de emotie en de ellende, verschijnt er steeds meer over de oorzaken van de ontploffing, en daarmee over de schuldvraag.

In vergelijking met de Bijlmerramp komt dat journalistieke onderzoek snel op gang, terwijl de gezagsdragers meteen het vuur aan de schenen gelegd krijgen. Die afstandelijke benadering zo direct na de ramp wordt met name Nova-interviewer Kees Driehuis kwalijk genomen, getuige allerlei ingezonden brieven en internet discussies. Toch is die journalistieke afstand nodig om niet te worden meegesleept in de woede en het verdriet van Enschede. Afstand houden is dan hard nodig om te voorkomen dat de fragmentarische en mondjesmaat beschikbaar komende informatie meteen wordt omgezet in paniekzaaiende koppen, zware beschuldigingen of voorbarige oordelen. Ondanks het goede journalistieke speurwerk komt het gedurende die eerste week nog niet tot een echte doorbraak over de precieze oorzaken van de ramp.

Die situatie waarin de hoeveelheid echt nieuwe informatie afneemt, maar de druk om nieuws te blijven brengen nog steeds groot is, ontstaat een goede voedingsbodem voor speculaties, geruchten en ongecontroleerde uitspraken. Zeker als de overheden zich terughoudend opstellen; niet alleen omdat alle aandacht gaat uit naar de crisissituatie op dat moment, maar ook omdat er nog maar flarden aan informatie beschikbaar zijn over de achtergronden en juridische aansprakelijkheid dreigt. De overheid staat voor een dilemma: zo weinig mogelijk informatie verstrekken wekt de indruk iets verborgen te willen houden. Maar meteen openheid van zaken over wat er op dat moment bekend is, kan leiden tot verkeerde interpretaties omdat de het bredere kader ontbreekt. Details worden soms enorm uitvergroot en kunnen in de berichtgeving vervolgens een eigen leven gaan leiden.

Als de informatiestromen opdrogen, kunnen er makkelijk allerlei wilde verhalen opduiken. Een voorbeeld daarvan is het nieuws over af en aan rijden van lijkwagens, waardoor een paar dagen na de ramp het vermoeden gaat ontstaan dat er veel meer doden zijn gevallen. Dagblad De Twentsche Courant/Tubantia (17 mei): “Er sterke aanwijzingen zijn dat het dodental van de ramp in Enschede hoger is dan de autoriteiten tot nu toe zeggen.” (…) “Getuigen die anoniem willen blijven melden tenminste dertig lijken.” Als er dan ook nog nadrukkelijk bij wordt vermeld dat de autoriteiten dit met kracht ontkennen, versterkt dit uiteraard de onrust in Enschede.
“Waarom zwijgt de overheid?” Vraagt een overlevende zich af in De Telegraaf (18 mei) “Ik heb de woensdag en de donderdag voor de ramp met eigen ogen militaire wagens het terrein van de vuurwerkopslag op zien rijden. Wij mogen er pas in als alle sporen uitgewist zijn.” Dit soort verhalen kunnen, als ze niet snel worden gecontroleerd, aanleiding zijn voor allerlei complottheorieën. Hetzelfde geldt voor de berichten dat de eigenaren zijn ondergedoken om tijd te winnen, “kostbare tijd,” aldus TC Tubantia: “Het kan passen in een complottheorie. Door zich dagen schuil te houden wekken Bakker, Pater en de werknemers de indruk dat ze wat te verbergen hebben.” 


Voor de media ontstaat zo ook een groot dilemma: hoe ver kun je gaan met speculaties over de oorzaken en de schuldvraag op basis van zo weinig betrouwbare informatie. De druk op de redacties is groot, de verleiding om toch maar te publiceren evenzeer.
In vrijwel iedere krant en tv-rubriek is bijvoorbeeld vuurwerk concurrent Haarman te zien die op basis van een prijslijst van S.E. Firworks meldt dat er zware explosieven lagen opgeslagen. Merkwaardig genoeg nemen de media er genoegen mee dat hij vervolgens niet wil zeggen om welk materiaal het nu precies gaat. Een dag later meldt weer iemand anders dat het dan wel zal gaan om titaniumbommen.
Zoals veel andere kranten maakt Tubantia regelmatig gebruik van anonieme getuigen die allerlei theorieën loslaten “Een springmeester uit Twente, die anoniem wenst te blijven is ervan overtuigd dat er in de vuurwerkopslagplaats dynamiet, kruit, dan wel munitie lag.” (18 mei) Een andere anonieme bron, een ooggetuige volgens Tubantia, gaat nog een stap verder: “Ik denk dat het militaire springstof was, mogelijk een geheime opslag voor een ondergrondse na een eventuele bezetting van ons land.” Ook in andere kranten gonst het van de geruchten en de anonieme deskundigen en getuigen.

Ruim een week na de ramp bleek dat verschillende interpretaties niet standhielden: de deuren hadden bij nader inzien toch niet opengestaan (het ging op de foto om schaduwen van coniferen en zijmuurtjes) en de eigenaar die op het schokkerige videootje voorbij komt rennen (ook zo’n eindeloos herhaald beeld), bleek volgens een reconstructie van Nova helemaal niet meteen laf op de vlucht te zijn geslagen. In de berichtgeving is dan ook een geleidelijke omslag te zien: worden de eigenaren aanvankelijk nog als de grote criminelen beschouwd (De Telegraaf zet beiden met foto’s op de voorpagina: “Jacht op eigenaren.” 19 mei), in de tweede week wordt dat beeld weer wat milder na uitspraken van hun advocaat. Algemeen dagblad (“Eigenaren zouden levens hebben gered.”) brengt een bovendien interview met “mede-eigenaar en levenspartner” van een van de directeuren: “Onze onschuld zal blijken.” (25 mei).

Internet – nog geen massamedium ten tijde van de Bijlmer - heeft bij Enschede onmiskenbaar een grote rol gespeeld, zeker in de eerste dagen. De informatiestromen op Internet zijn echter buitengewoon divers en oncontroleerbaar, zeker als het gaat om nieuwsgroepen en discussieforums. Dit soort discussies met mysterieuze bijdragen als: “Het dodental betreft volgens geheime bronnen al 44.” (19 mei) vertonen een hoog X-Files-gehalte.
Toch dringen deze, vaak anonieme berichten soms door tot de krantenkolommen, met alle risico’s van dien. “Mysterieuze details over vuurwerkramp op internet.” Aldus Tubantia op 19 mei: “De anonieme afzender, die zich Pyrotech noemt, geeft een zeer gedetailleerde verklaring over de gang van zaken bij S.E. Fireworks, vlak voor de explosies.” Volgens de krant blijkt daaruit “dat de afzender zaterdagmiddag op het terrein aanwezig was, of heeft gehoord wat zich daar heeft afgespeeld.” Ook NRC Handelsblad (17 mei) voert Pyrotech op als een “kennelijk goed geïnformeerde bron,” Op 19 mei echter meldt Pyrotech in een laatste bericht dat hij geen ooggetuige was van de ramp en dat hij zijn excuses aanbiedt: “Ik heb de gevolgen van dat bericht onderschat toen ik het schreef.” De maandag daarop meldt Tubantia: “Getuigenis ramp op internet blijkt verzonnen.” NRC Handelsblad is nooit meer teruggekomen op Pyrotech.
Via Internet is veel informatie snel beschikbaar gemaakt, maar als het gaat om journalistiek onderzoek blijken de meeste Internet nieuwsdiensten en websites zich te beperken tot het eindeloos recyclen van informatie, vaak weer afkomstig uit andere media. Het ‘echte’ onderzoek wordt in de praktijk nog steeds overgelaten aan de ‘traditionele media’, de dagbladen en de actualiteitenrubrieken bij de publieke omroep.

De commerciële televisiezenders zijn meer geïnteresseerd én gespecialiseerd in die andere nieuwsstroom: het uitgebreid belichten van het leed na de ramp. Een dergelijke ramp past immers perfect in de bestaande reality tv formats met een hoog zwaailichtgehalte. Dagenlang konden de tv-kijkers kennis nemen van de verhalen van de mensen die bij de ramp betrokken waren. Sommige mensen, zoals de ouders van de omgekomen cameraman werden een hele dag gevolgd door een cameraploeg van SBS6, ook op momenten dat ze verschrikkelijk nieuws moesten verwerken. De media stonden overal bovenop en bleven doorgaan en doorvragen. Het was veel, heel veel en menige redactie zou zich moeten afvragen of het niet te veel was. Maar dit nieuws lag voor het grijpen, het is relatief makkelijk te produceren en het is in nieuwstermen gesproken bovendien zeer aantrekkelijk materiaal. Het emotioneert niet alleen, het scoort ook nog eens en daar gaat een onweerstaanbare aantrekkingskracht van uit.

Getraumatiseerde slachtoffers willen hun verhaal vele malen vertellen, ook aan journalisten, en daar gaat ook een zekere therapeutische werking uit. Maar men kan zich afvragen of de eindeloze herhaling van de beelden van de ramp, van de ontreddering en de ellende op den duur niet een averechts effect kan hebben. Telkens weer die confrontatie leidt misschien wel tot een versterking van het trauma en daarmee het ontstaan van de gezondheidsklachten die horen bij post traumatische stress stoornis. Ook verhalen over mogelijke giftige stoffen, over doofpotten bij de verantwoordelijke overheden, over geheimzinnige munitie in de vuurwerkopslag, etc. kunnen dat soort effecten opleveren. Dat legt een zware verantwoordelijkheid bij de media: slecht onderbouwde onthullingen of beschuldigingen kunnen schade aanrichten. En dat is iets om rekening mee te houden de komende weken. Of er een Enschede syndroom gaat ontstaan, hangt dan ook mede af van de tussentijdse evaluaties op de redacties.


Peter Vasterman.

dinsdag 13 juni 2000

Enschede en de media: balanceren tussen feiten, geruchten en emoties


Peter Vasterman

publicatiedatum: 13 juni 2000




De videobeelden van de ontploffing in Enschede moeten welhaast op de Nederlandse de beeldschermen zijn ingebrand, zo vaak werden ze in de afgelopen weken herhaald. Even vaak is er in de berichtgeving verwezen naar wat al snel is gaan heten: 'de lessen van de Bijlmerramp'. Meteen na de ramp kreeg enquêtevoorzitter Theo Meijer al de vraag of de overheid de aanbevelingen uit de Bijlmerenquête wel goed in praktijk had gebracht bij deze crisis.


De enquêtecommissie heeft zich daar niet mee bezig gehouden, maar de Bijlmeraffaire heeft ook de nodige lessen opgeleverd voor de media. Het eindeloos voeden van speculaties, geruchtenstromen en complottheorieën hebben toen bijgedragen aan 'de ramp na de ramp', namelijk een toename in het aantal gevallen van posttraumatische stress-stoornissen, bijgenaamd het 'Bijlmer syndroom.' De overheid communiceerde verdacht gebrekkig, met als resultaat een informatievacuüm waarin allerlei verhalen konden gaan rondzingen. De media waren zo sterk gefocust op het vinden van een toxische stof in de lading of in het vliegtuig zelf (verarmd uranium) dat andere verklaringen als doofpotmethoden werden beschouwd. Zouden bij de berichtgeving over Enschede dezelfde patronen kunnen optreden of hebben de media ook lering getrokken uit de Bijlmeraffaire?


Bij een dergelijke ramp is de druk op de media om nieuws te brengen enorm, de eerste dagen zijn er vele langdurige live radio en tv-uitzendingen, terwijl vooral ook op Internet al snel veel informatie beschikbaar is. De aandacht van de media is in die eerste uren volledig gericht op de ramp zelf, de verwoestingen en de gevolgen. De berichtgeving kort daarna valt uiteen in twee verschillende nieuwsstromen: naast de talloze verhalen en reportages over het leed, de emotie en de ellende, verschijnt er steeds meer over de oorzaken van de ontploffing, en daarmee over de schuldvraag.
In vergelijking met de Bijlmerramp komt dat journalistieke onderzoek snel op gang, terwijl de gezagsdragers meteen het vuur aan de schenen gelegd krijgen. Die afstandelijke benadering zo direct na de ramp wordt met name Nova-interviewer Kees Driehuis kwalijk genomen, getuige allerlei ingezonden brieven en internet discussies.

Toch is die journalistieke afstand nodig om niet te worden meegesleept in de woede en het verdriet van Enschede. Afstand houden is dan hard nodig om te voorkomen dat de fragmentarische en mondjesmaat beschikbaar komende informatie meteen wordt omgezet in paniekzaaiende koppen, zware beschuldigingen of voorbarige oordelen. Ondanks het goede journalistieke speurwerk komt het gedurende die eerste week nog niet tot een echte doorbraak over de precieze oorzaken van de ramp.
Die situatie waarin de hoeveelheid echt nieuwe informatie afneemt, maar de druk om nieuws te blijven brengen nog steeds groot is, ontstaat een goede voedingsbodem voor speculaties, geruchten en ongecontroleerde uitspraken. Zeker als de overheden zich terughoudend opstellen; niet alleen omdat alle aandacht gaat uit naar de crisissituatie op dat moment, maar ook omdat er nog maar flarden aan informatie beschikbaar zijn over de achtergronden en juridische aansprakelijkheid dreigt. De overheid staat voor een dilemma: zo weinig mogelijk informatie verstrekken wekt de indruk iets verborgen te willen houden. Maar meteen openheid van zaken over wat er op dat moment bekend is, kan leiden tot verkeerde interpretaties omdat de het bredere kader ontbreekt. Details worden soms enorm uitvergroot en kunnen in de berichtgeving vervolgens een eigen leven gaan leiden.


Als de informatiestromen opdrogen, kunnen er makkelijk allerlei wilde verhalen opduiken. Een voorbeeld daarvan is het nieuws over af en aan rijden van lijkwagens, waardoor een paar dagen na de ramp het vermoeden gaat ontstaan dat er veel meer doden zijn gevallen. Dagblad De Twentsche Courant/Tubantia (17 mei): "Er sterke aanwijzingen zijn dat het dodental van de ramp in Enschede hoger is dan de autoriteiten tot nu toe zeggen." (…) "Getuigen die anoniem willen blijven melden tenminste dertig lijken." Als er dan ook nog nadrukkelijk bij wordt vermeld dat de autoriteiten dit met kracht ontkennen, versterkt dit uiteraard de onrust in Enschede.
"Waarom zwijgt de overheid?" Vraagt een overlevende zich af in De Telegraaf (18 mei) "Ik heb de woensdag en de donderdag voor de ramp met eigen ogen militaire wagens het terrein van de vuurwerkopslag op zien rijden. Wij mogen er pas in als alle sporen uitgewist zijn." Dit soort verhalen kunnen, als ze niet snel worden gecontroleerd, aanleiding zijn voor allerlei complottheorieën. Hetzelfde geldt voor de berichten dat de eigenaren zijn ondergedoken om tijd te winnen, "kostbare tijd," aldus TC Tubantia: "Het kan passen in een complottheorie. Door zich dagen schuil te houden wekken Bakker, Pater en de werknemers de indruk dat ze wat te verbergen hebben."


Voor de media ontstaat zo ook een groot dilemma: hoe ver kun je gaan met speculaties over de oorzaken en de schuldvraag op basis van zo weinig betrouwbare informatie. De druk op de redacties is groot, de verleiding om toch maar te publiceren evenzeer.
In vrijwel iedere krant en tv-rubriek is bijvoorbeeld vuurwerk concurrent Haarman te zien die op basis van een prijslijst van S.E. Firworks meldt dat er zware explosieven lagen opgeslagen. Merkwaardig genoeg nemen de media er genoegen mee dat hij vervolgens niet wil zeggen om welk materiaal het nu precies gaat. Een dag later meldt weer iemand anders dat het dan wel zal gaan om titaniumbommen.
Zoals veel andere kranten maakt Tubantia regelmatig gebruik van anonieme getuigen die allerlei theorieën loslaten "Een springmeester uit Twente, die anoniem wenst te blijven is ervan overtuigd dat er in de vuurwerkopslagplaats dynamiet, kruit, dan wel munitie lag." (18 mei) Een andere anonieme bron, een ooggetuige volgens Tubantia, gaat nog een stap verder: "Ik denk dat het militaire springstof was, mogelijk een geheime opslag voor een ondergrondse na een eventuele bezetting van ons land." Ook in andere kranten gonst het van de geruchten en de anonieme deskundigen en getuigen. Volgens een anonieme deskundige in De Telegraaf (24 mei) is de brand in een werkruimte van het bedrijf begonnen.


Ruim een week na de ramp bleek dat verschillende interpretaties niet standhielden: de deuren hadden bij nader inzien toch niet opengestaan (het ging op de foto om schaduwen van coniferen en zijmuurtjes) en de eigenaar die op het schokkerige videootje voorbij komt rennen (ook zo'n eindeloos herhaald beeld), bleek volgens een reconstructie van Nova helemaal niet meteen laf op de vlucht te zijn geslagen. In de berichtgeving is dan ook een geleidelijke omslag te zien: worden de eigenaren aanvankelijk nog als de grote criminelen beschouwd (De Telegraaf zet beiden met foto's op de voorpagina: "Jacht op eigenaren." 19 mei), in de tweede week wordt dat beeld weer wat milder na uitspraken van hun advocaat. Algemeen dagblad ("Eigenaren zouden levens hebben gered.") brengt een bovendien interview met "mede-eigenaar en levenspartner" van een van de directeuren: "Onze onschuld zal blijken." (25 mei).
Internet, nog geen massamedium ten tijde van de Bijlmer, heeft bij Enschede onmiskenbaar een grote rol gespeeld, zeker in de eerste dagen. De informatiestromen op Internet zijn echter buitengewoon divers en oncontroleerbaar, zeker als het gaat om nieuwsgroepen en discussieforums. Dit soort discussies met mysterieuze bijdragen als: "Het dodental betreft volgens geheime bronnen al 44." (19 mei) vertonen een hoog X-Files-gehalte.


Toch dringen deze, vaak anonieme berichten soms door tot de krantenkolommen, met alle risico's van dien. "Mysterieuze details over vuurwerkramp op internet." Aldus Tubantia op 19 mei: "De anonieme afzender, die zich Pyrotech noemt, geeft een zeer gedetailleerde verklaring over de gang van zaken bij S.E. Fireworks, vlak voor de explosies." Volgens de krant blijkt daaruit "dat de afzender zaterdagmiddag op het terrein aanwezig was, of heeft gehoord wat zich daar heeft afgespeeld." Er zou zwart buskruit op het terrein zijn opgeslagen, eigenaar Bakker zou in de werkplaats bezig zijn geweest, de brand zou ontstaan zijn door een storing of sabotage, etc.
Ook NRC Handelsblad (17 mei) voert Pyrotech op als een "kennelijk goed geïnformeerde bron," Na felle discussies meldt Pyrotech op 19 mei echter in een laatste bericht dat hij geen ooggetuige was van de ramp en dat hij zijn excuses aanbiedt: "Pyrotech wilde geen hype veroorzaken, en wil dat deze onzin om mijn eerste bericht stopt. Het is uit de hand gelopen. "Ik heb de gevolgen van dat bericht onderschat toen ik het schreef." De maandag daarop meldt Tubantia:"Getuigenis ramp op internet blijkt verzonnen." NRC Handelsblad is nooit meer teruggekomen op Pyrotech.
Via Internet is veel informatie snel beschikbaar gemaakt, maar als het gaat om journalistiek onderzoek blijken de meeste Internet nieuwsdiensten en websites(Planet Internet, Nu.nl) zich te beperken tot het eindeloos recyclen van informatie, vaak weer afkomstig uit andere media. Het 'echte' onderzoek wordt in de praktijk nog steeds overgelaten aan de 'traditionele media', de dagbladen en de actualiteitenrubrieken bij de publieke omroep.


RTL Nieuws schakelde als eerste over op het rampenscenario, maar bij de follow-up berichtgeving zijn de commerciële televisiezenders zijn meer geïnteresseerd in die andere nieuwsstroom: het uitgebreid belichten van het leed na de ramp. Een dergelijke ramp past immers perfect in de bestaande reality tv formats met een hoog zwaailichtgehalte. Dagenlang konden de tv-kijkers kennis nemen van de verhalen van de mensen die bij de ramp betrokken waren. Sommige mensen, zoals de ouders van de omgekomen cameraman werden een hele dag gevolgd door een cameraploeg van SBS6, ook op momenten dat ze verschrikkelijk nieuws moesten verwerken. De media stonden overal bovenop en bleven doorgaan en doorvragen. Het was veel, heel veel en menige redactie zou zich moeten afvragen of het niet te veel was. Maar dit nieuws lag voor het grijpen, het is relatief makkelijk te produceren en het is in nieuwstermen gesproken bovendien zeer aantrekkelijk materiaal. Het emotioneert niet alleen, het scoort ook nog eens en daar gaat een onweerstaanbare aantrekkingskracht van uit.


Getraumatiseerde slachtoffers willen hun verhaal vele malen vertellen, ook aan journalisten, en daar gaat ook een zekere therapeutische werking uit. Maar men kan zich afvragen of de eindeloze herhaling van de beelden van de ramp, van de ontreddering en de ellende op den duur niet een averechts effect kan hebben. Telkens weer die confrontatie leidt misschien wel tot een versterking van het trauma en daarmee het ontstaan van de gezondheidsklachten die horen bij post traumatische stress stoornis. Ook verhalen over mogelijke giftige stoffen, over doofpotten bij de verantwoordelijke overheden, over geheimzinnige munitie in de vuurwerkopslag, etc. kunnen dat soort effecten opleveren. Dat legt een zware verantwoordelijkheid bij de media: slecht onderbouwde onthullingen of beschuldigingen kunnen schade aanrichten. En dat is iets om rekening mee te houden de komende weken.

zaterdag 20 mei 2000

FEATURE MEDIAHYPE: Cameracowboys tussen het puin

De Gelderlander 20 mei 2000

Door SERGE SEKHUIS

MEDIAHYPE

Vandaag een week geleden explodeerde in Enschede een opslag van vuurwerk. Binnen enkele uren na de ramp werd de stad overspoeld door een leger nationale en internationale media die uur na uur, ieder op eigen wijze, verslag deden.Nee, eigenlijk heb ik me niet verbaasd over hoe de media deze week hebben gereageerd op de ramp in Enschede. Cameraploegen die als een dolle achter getroffen bewoners aanrennen, huilende mensen filmen en zich laten meeslepen door geruchten en speculaties. Die amateurfilms die wel honderd keer zijn uitgezonden."Het hoort er allemaal bij, weet Peter Vasterman, docent massacommunicatie aan de School voor de Journalistiek in Utrecht. Je ziet steeds weer als er in Nederland iets echt schokkends gebeurt dat de media een waas voor ogen krijgen, alleen nog maar heel veel nieuws willen brengen. In een concurrentieslag hitst men elkaar op. Dat gaat ook door als eigenlijk geen nieuws te melden is. Dan stort men zich op geruchten en op de menselijke emoties. Zo is elke inwoner van het Enschedese rampgebied deze week wel drie keer geïnterviewd."Vasterman, die bezig is met een promotie-onderzoek naar de ontwikkeling van mediahypes, ziet vaste patronen bij elke ramp. Groot nieuws wordt, ook door de komst van programma's als Vijf in het Land en Hart van Nederland, steeds groter. De journalistieke grens is opgeschoven, in negatieve zin. Ook in Enschede hebben te hijgerige verslaggevers zo ethische grenzen overschreden. Zoals de ouders van die omgekomen camerajongen zijn achtervolgd, dat ging mij veel te ver."

Veel kritiek is er door de media ook geweest op de gemeente Enschede. Die zou veel te terughoudend zijn met het geven van informatie. Vasterman is het daar maar ten dele mee eens. Bij elke ramp is dat weer een dilemma. Moet je meteen de hele zaak opengooien om te voorkomen dat er allerlei wilde verhalen gaan rondzingen? Je ziet het nu weer gebeuren. Voor het gerucht dat Defensie bij S.E. Fireworks illegaal zeer zware wapens zou hebben opgeslagen is absoluut geen bewijs. En die corrupte landmachtmajoor; het zou me niets verbazen als straks blijkt dat hij hier niets mee te maken heeft."Piet Bakker is communicatiewetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam. Het eerste waar hij beroepsmatig naar kijkt: heeft het journaille zich laten meeslepen door speculaties? Ik moet zeggen dat valt reuze mee, gezien ook de hoeveelheid verslaggeving en de omstandigheden. Tot nu heb ik slechts een paar indianenverhalen geturfd."Toch heeft ook Bakker zich gestoord aan de hijgerigheid van sommige verslaggevers. Ik begrijp best dat het sommige bewoners op een goed moment te kwaad werd. Het probleem is dat die programma's van RTL en SBS6 vooral gebruikmaken van freelancers. Echte cameracowboys die alles doen om exclusieve beelden te maken, die ze vervolgens goed kunnen verkopen."Al met al is de Amsterdamse communicatiewetenschapper mild gestemd. Hij heeft gefascineerd zitten kijken en vindt dat veel journalisten in Enschede uitstekend werk hebben verricht. Een pluim is er vooral voor RTL5 dat het NOS-Journaal duidelijk aftroefde en meteen na de ramp begon met een continue nieuwsuitzending.Gerard Driehuis is hoofdredacteur van de Twentsche Courant Tubantia, het regionale dagblad voor Enschede en omstreken. Hoe hij deze week heeft beleefd? Het is zo druk geweest, ik heb geen tijd gehad daar echt over na te denken." Driehuis zat zaterdagmiddag in de tuin toen hij werd gebeld. Brand in Enschede. Ik woon zo'n twintig kilometer buiten de stad, ben meteen naar boven gerend en zag vanaf mijn balkon in de verte een gigantische rookpluim. Dit is goed mis."Vervolgens zit je als krantenman toch zo in elkaar dat je eerst praktisch gaat denken. Er moest een extra editie komen, maar was daarvoor wel ruimte op de persen? De hele week hebben zo'n dertig verslaggevers zich enkel met de ramp bezig gehouden. Dagenlang ben ik alleen maar aan het regelen geweest, alleen 's-avonds als ik even voor de televisie zat was er soms tijd voor een moment van emotie. Woensdag pas ben ik zelf gaan kijken op de rampplek."De vuurwerkramp heeft het anders zo rustige Enschede met een geweldige klap op de wereldkaart gezet. Ja, dat was nogal een vreemde gewaarwording. Dat het hele centrum van de stad ineens volstaat met honderden verslaggevers, dat er op elke straathoek cameraploegen stand-ups' maken voor een volgende reportage. Waar nogal wat andere media vrij hijgerig verslag deden, merkte ik bij de eigen verslaggevers die eerste dagen soms juist een wat minder grote honger. Dat mag vreemd klinken, maar is vrij logisch als je bedenkt dat zij deels over hun eigen ellende berichten."Na dit weekend zullen de meeste cameraploegen wel weer vertrekken, denkt Driehuis. Dan zijn de doden begraven en de stille tocht voorbij. Het is wrang, maar zo gaat het meestal. Voor ons zal de ramp nog jaren duren, vergelijk het met wat de watersnoodramp van 1953 voor de Zeeuwen heeft betekend."



woensdag 1 maart 2000

De dynamiek van de mediahype

Gepubliceerd in Massacommunicatie

In: Tijdschrift voor Communicatiewetenschap. Jaargang 28, nummer 1, 2000.
Peter Vasterman

Aan de hand van analyses van recente nieuwsgolven (‘zinloos geweld’, ‘versterving’, ontucht op scholen, de varkenspestepidemie, de Groningse bestuurscrisis en de Britse BSE-crisis,) wordt een theoretisch model ontwikkeld voor de beschrijving van de speciale dynamiek die zich bij verschillende soorten mediahypes voordoet. Centraal staan de triggers van de hype en de invloed van de berichtgeving op de gebeurtenissen.

 

donderdag 10 februari 2000

Verstelbare nieuwsdrempels

Er is geen direct verband tussen de ernst van een geweldmisdrijf en de hoeveelheid media-aandacht, betoogt hypedeskundige Peter Vasterman.

In verkorte versie gepubliceerd in: NRC Handelsblad  10 februari 2000.


In een grote kop over de volle breedte van de voorpagina brengt de Zwolse Courant op maandag 17 januari 2000 het schokkende nieuws: “Epidemie van zinloos geweld.” Het artikel opent met de onheilspellende zin: “In het hele land heeft de politie het afgelopen weekeinde arrestaties verricht wegens zinloos geweld.” En vervolgens passeren allerlei geweldsdelicten de revue in Leeuwarden, Rotterdam, Nijmegen en Vlaardingen.
In die laatste plaats heeft op de vrijdagavond daarvoor een stille tocht tegen zinloos geweld plaatsgevonden, waar naar schatting 20.000 mensen de dood herdachten van Daniel van Cotthem, die na een klap tegen zijn slaap in coma raakte en overleed. De student die zijn vriendin naar de trein bracht, werd zonder aanleiding lastig gevallen door een groepje jongeren. Aanvankelijk is de berichtgeving nog summier, maar dan komt er al snel, net als bij Tjoelker in 1997, een wisselwerking op gang tussen de media-aandacht en maatschappelijke verontwaardiging, culminerend in die drukbezochte stille tocht. Live verslaggeving voor verschillende tv-zenders maken van Vlaardingen definitief een nationaal gebeuren en zetten Daniel bij in het rijtje bekende slachtoffers van zinloos geweld.

dinsdag 4 januari 2000

FEATURE BUG: De hype van het millennium

FEATURE BUG: De hype van het millennium

De Gelderlander

January 4, 2000

Byline: Door EELCO VAN DEN HEUVEL

We kunnen weer gewoon doen. De millenniumbug bleef in z'n holletje. Hebben we niet wat overdreven?Pffff, van een ding zijn we in ieder geval de komende 7999 jaar verlost: de millenniumbug. 

Met Peter Vasterman en Piet Bakker. 

vrijdag 22 oktober 1999

De geest uit de fles: het (on-)voorspelbare karakter van de gezondheidspaniek.

Lezing ter gelegenheid van de najaarsvergadering van het Nederlandsch Tandheelkundig Genootschap. 22 oktober 1999.


'Kankerverwekkende stof in conservenblikjes.'
Trouw

'Monsterlijk voedsel.'
NRC Handelsblad

'Verzet tegen Frankenstein-voedsel groeit.'
de Volkskrant.


Peter Vasterman.



KANKERVERWEKKENDE BLIKKEN

Een paar weken geleden werden de lezers van Algemeen Dagblad opgeschrikt door het voorpaginanieuws dat volgens een Belgisch onderzoek: 'Voedsel uit blik besmet' blijkt te zijn. De Belgische dioxine crisis ligt nog vers in het geheugen en daar lijkt zich alweer het volgende voedsel schandaal aan te dienen. Voorpagina Algemeen Dagblad. (30/9/99). Chapeau: "Consumentenbond verontrust over onderzoek naar 400 producten."

vrijdag 8 oktober 1999

HYPE HYPE HOERA!

de Volkskrant, 8 oktober 1999. 

Henk Blanken. 

Deze week gaf premier Kok de Rijksvoorlichtingsdienst opdracht het nieuws 'strakker te begeleiden'. Want de ene hype is nog niet voorbij (Bijlmerleed) of de volgende (bankierende ambtenaren) dringt zich op. Inmiddels is de hype zelf tot hype geworden.

PREMIER KOK wil greep op de Haagse hype. Te vaak, vindt de minister-president, spoelen oncontroleerbare publiciteitsgolven over het land. Aanzwellende verhalen over dioxine-kippen, kabinetsruzies, genetisch gemanipuleerde sojabonen, bankierende bestuurders en 'onder de pet' gemoffelde Bijlmerverhalen.

Voorbeelden van mediahypes gaf de premier niet toen hij deze week in de Tweede Kamer opperde dat zijn Rijksvoorlichtingsdienst het nieuws 'strakker' moet begeleiden. Maar het laat zich raden aan welke affaires Kok denkt als hij zegt dat de RVD perscontacten moet 'stroomlijnen', de regie moet nemen bij incidenten, en voor 'een juiste context' moet zorgen.

Nu ook de minister-president zich erover opwindt, staat vast dat de mediahype 'in' is. Eerder werd er al een debat aan gewijd in De Balie, discussieerden deskundigen op de radio, organiseerde De Rode Hoed een bijeenkomst, begonnen talkshow-redacteuren zich 'in te lezen' en schreven adviseurs van Twijnstra Gudde op hoe de RVD met hypes kan omgaan.

Als HP/de Tijd nu ook nog met een coverstory komt, is de hype zelf hype geworden. Onderzoeker Peter Vasterman, docent massacommunicatie aan de Hogeschool Utrecht, herkent het patroon al. Er lijken 'steeds meer' hypes te komen, ze zijn 'verontrustend', en belangengroepen springen er bovenop: zoals Greenpeace dat doet bij de sojabonen ('Frankenstein-voedsel'), doet de RVD dat bij hypes.

Volgens hype-vorser Vasterman - hij hoopt erop te promoveren - zijn er hypes en hypes. Hij ontrafelde vooral verhalen over maatschappelijke problemen. BSE-koeien, mishandelde kinderen, bedreigde bejaarden. Die verhalen waren meestal overdreven en zelden afdoende nagetrokken. Met zijn analyses poogt Vasterman studenten journalistiek 'kritische zin' bij te brengen, en enig benul van de macht die bronnen hebben.