dinsdag 14 april 1998

De keerzijde: Bijlmerramp

De Stem, 14 april, 1998

Door Marieke de Wit

'Bijlmerramp, de media laten het liggen' Journalisten laten zich al snel leiden door wetenschappelijke onderzoeksresultaten. Bij het jongste onderzoek naar het uraniumgehalte in de ontlasting van betrokkenen bij de Bijlmerramp, was dat ook weer het geval. De cijfers werden pas na een paar dagen kritisch bekeken. Maar toen was het leed al geschied.

Groot nieuws afgelopen zaterdag in het NOS Journaal: volgens de stichting Visie bevatte het bloed en de ontlasting van twee mensen die aanwezig waren bij de wrakstukken van de neergestorte Israelische Boeing in de Bijlmer een verhoogd percentage uranium. De media kwamen als vliegen op de stroop af. De onrust onder betrokkenen werd gepeild, beschreven en groeide als gevolg daarvan alleen maar. De Tweede Kamer maakte zich op voor een spoeddebat. Hoe kan een onderzoek dat niet blijkt te deugen zoveel commotie tot gevolg hebben, ook in de kolommen van deze krant?

Bijlmerramp

"Veel over de Bijlmerramp is nog niet opgehelderd," zegt Peter Vasterman, docent massacommunicatie aan de School voor de Journalistiek in Utrecht en specialist op het gebied van zogenoemde 'mediahypes'. "En dus is het goed dat er aandacht aan dit onderwerp wordt besteed. Maar de manier waarop dat gebeurt is oneerlijk. De opgewonden toon waarop het nieuws wordt gebracht, heeft een enorme impact. Daardoor raken mensen verontrust. Nu het onderzoek niet blijkt te kloppen, is die verontrusting niet zomaar verdwenen."

Dit geval staat niet op zichzelf. Onrustwekkende cijfers worden gebracht in de media, voordat kritisch is gekeken naar de betrouwbaarheid ervan. Vasterman: "Onderzoeksresultaten worden over het algemeen heel serieus genomen door de media. Er wordt te weinig moeite gedaan om ze goed te controleren. Een landelijke krant schreef maandag dat het onderzoek was uitgevoerd in opdracht van de 'onafhankelijke stichting Visie'. Dat suggereert een onpartijdigheid waarvan in werkelijkheid geen sprake is. De stichting Visie heeft wel degelijk belangen: ze wil verder onderzoek naar de gevolgen van de Bijlmerramp en hoopt dat via aandacht in de media te bereiken."

Gebruiken

Het is een spel van gebruiken en gebruikt worden. De media hongeren ernaar te scoren met groot nieuws, actiegroepen willen aandacht en extra geld voor de zaak waar ze voor ijveren. En dan is er nog de politiek, die weer heel eigen belangen heeft: de gunst van de kiezer.

Huub Wijfjes, verbonden aan de afdeling geschiedenis en journalistiek van de universiteit Groningen: "De krant spreekt van 'mogelijk grote gevolgen voor de volksgezondheid' en onze volksvertegenwoordigers gaan meteen vragen stellen in de Kamer. Een overreactie. Maar ze willen laten zien dat ze onze belangen goed behartigen, 'kijk mij eens actief en waaks zijn.' In verkiezingstijd is dat goed scoren."

Naast het vertrouwen dat media hechten aan onderzoeksgegevens, speelde in dit geval ook nog mee dat het om verarmd uranium ging. Die term roept al snel de associatie met een kernramp op, aldus Wijfjes. "Journalisten kunnen niet beoordelen wanneer uranium schadelijk is en wanneer niet. Maar ze denken: het is radioactief, dus het is niet pluis."

Zwartepiet

De grootste zwartepiet gaat volgens Vasterman uit naar het NOS Journaal van zaterdag, dat de feiten als eerste bracht. Het Journaal pakte fors uit met het nieuws, zelfs H. de Jonge van stichting Visie zei achteraf geschrokken te zijn van de stelligheid waarmee de onderzoeksresultaten werden gebracht. Vasterman: "Stichting Visie schakelt de media in, maar de verslaggevers van het Journaal hadden hun gretigheid naar groot nieuws moeten intomen om de feiten goed te checken."

Maar dat is niet gebeurd. En dus ontstond na het NOS Journaal van zaterdag een kettingreactie in de media. Elk nieuw feitje was aanleiding voor een bericht, steeds werd weer vanuit een andere hoek het licht op de zaak geschenen. De onrust van de Bijlmerbewoners kwam aan bod, de betrouwbaarheid van het onderzoek werd aan de kaak gesteld en De Jonge van Visie mocht zijn zegje doen. Maar niet een medium bracht het hele verhaal.

"De media worden steeds oppervlakkiger en vluchtiger," stelt dr. J van Ginneken, deeltijddocent bij de vakgroep communicatiewetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Hij schreef een boek over de snelle verschuivingen van perceptie in het nieuws en is nu bezig met een boek over kettingreacties in de media. "Het moet allemaal vlug vlug vlug. Journalisten bellen wat rond naar aanleiding van een nieuwsfeit en transformeren de informatie die ze krijgen in een paar uur tot een bericht."

Informatie

Volgens hem was al vanaf 1992 duidelijk dat de officiele informatie over de Bijlmerramp niet klopte. "Maar vrijwel geen enkele krant trekt er geld voor uit om journalisten vrij te maken die dat uitzoeken. Journalisten houden een Kuifje-imago op, presenteren zich graag of ze achter het nieuws aan rennen, maar in werkelijkheid geven ze vaak tweedehands informatie door, zonder zelf de onderste steen boven te halen."

De huidige aandacht in de media voor de gevolgen van de Bijlmerramp hoont hij weg. "Mediahype? Dit is eerder een omgekeerde mediahype. Misschien is er nu sprake van een mini-relletje. Maar de manier waarop de afgelopen vijf jaar over de Bijlmerramp is bericht, is een goed voorbeeld van grove nalatigheid van de media."


woensdag 11 februari 1998

Wie is er bang voor Dittrichs mediahype?

Het forum waar Dittrich voor pleit zou een onafhankelijk media watch instituut moeten zijn.

In verkorte versie gepubliceerd in Trouw van 11 februari 1998.

Peter Vasterman

Het pleidooi van D66-Kamerlid Boris Dittrich voor het onderzoeken en evalueren van mediahypes is vorige week vrijwel unaniem neergesabeld in de media. Zo nam Netwerk Dittrichs voorstel maar meteen mee in een reportage over de Limburgse burgemeester die erin geslaagd is om met behulp van de rechter een weerwoord geplaatst te krijgen naast het beschuldigende artikel over zijn declaraties. Daarmee wekte Netwerk redactie de indruk dat een voorstel om de berichtgeving te evalueren in dezelfde lijn ligt als het muilkorven en censureren van de pers die terecht misstanden aan de kaak wil stellen. Deze Pavlov-reactie viel ook te lezen in veel andere commentaren op Dittrich's zogenaamde 'geraaskal' (de voorzitter van de NVJ): je moet de boodschapper van het (slechte) nieuws niet aanvallen, als er klachten zijn kun je de rechter of de Raad voor de Journalistiek inschakelen, en zeker, we discussiëren ons suf op de redactie over de kwaliteit van onze berichtgeving. In sommige reacties ging het vooral om de bron van het pleidooi: een politicus, en dan ook nog van dezelfde partij als de hoofdrolspelers in de crisis rond Justitie. Dat maakt Dittrich in de ogen van veel journalisten 'verdacht', probeert hij misschien D66 uit de wind te houden door de media verantwoordelijk te stellen voor de creatie van deze crisis?
Door al deze negatieve reacties dreigt helaas het kind met het badwater te worden weggegooid. Natuurlijk hebben de media een enorme invloed op de ontwikkeling van een dergelijke crisis. Journalisten verslaan niet alleen het nieuws, ze maken het ook, ze zitten niet in de zaal, maar staan op het toneel en zijn medespelers. En toch blijven veel journalisten vasthouden aan de quasi-naïeve beroepsopvatting van de neutrale verslaggever die alleen maar de feiten doorgeeft zoals ze plaatsvinden. De erkenning dat de media een rol spelen in de ontwikkeling van zo'n crisis zou het debat al een stuk interessanter maken.

Dittrich heeft gelijk als hij stelt dat een klacht bij de Raad voor de Journalistiek niet past bij een evaluatie van zo'n ingewikkeld proces als een mediahype, waar per definitie alle media bij betrokken zijn. Bovendien is er bij een hype sprake van een 'publicitaire' kettingreactie waarin ook de tegenspelers van de pers een belangrijke rol spelen en ook die kant van het verhaal moet aan bod komen. En inderdaad we hebben in Nederland geen tv-programma's of rubrieken in kranten waarin systematisch de berichtgeving wordt geanalyseerd. Dag- en weekbladen beschikken wel over media-rubrieken of media-katernen maar die gaan hoofdzakelijk over televisie, film en lifestyle, maar niet over de inhoud van de berichtgeving. Die stukken zijn eerder uitzondering dan regel, schrijven over elkaar wordt al gauw als iets 'incestueus' beschouwd. De uitgebreide reconstructie van Ruud Verdonck in Trouw van afgelopen zaterdag over de berichtgeving over de Gronings-Haagse crisis vormde een uitzondering op die regel, die waarschijnlijk nooit in de krant gestaan zou hebben als Dittrich zijn uitspraken niet had gedaan.
Het zou voor de professionalisering van de Nederlandse journalistiek een goede zaak zijn als men meer oog zou krijgen voor de speciale dynamiek die op gang komt wanneer de media zich massaal op een nieuwsonderwerp storten en in de samenleving allerlei reacties losmaken die ook weer nieuws worden. Het is van belang om na afloop terug te kijken en te analyseren wat de gevolgen zijn geweest, voor de media, voor de beeldvorming rond een bepaald onderwerp en mogelijk ook voor de slachtoffers van de hype.
In de Verenigde Staten bestaan tal van 'media watch' organisaties, zoals FAIR (Fairness and Accuracy In Reporting)The Center for Media and Public Affairs (CMPA), of The Freedom Forum(oprichter van het Newseum), die zich bezighouden met de 'performance' van de media door middel van onderzoeken, publikaties en discussies voor journalisten. Ook organisaties als de Society of Professional Journalists geven onderzoekers regelmatig opdracht om de rol van de pers achteraf te evalueren. En nergens in de Amerikaanse journalistiek wordt dit debat over de rol van de media als een bedreiging van de persvrijheid gezien, integendeel. Er is brede erkenning dat dit kan bijdragen tot kwaliteitsverbetering van de journalistiek. Ik zie niet in waarom dat ook niet in Nederland zou kunnen. Als het maar niet de vorm heeft van een 'gezaghebbend forum' dat 'jurisprudentie' oplevert, zoals Boris Dittrich dat formuleert, want dat doet teveel denken aan een juridische procedure om de verdachte te veroordelen in plaats van aan open debat op basis van gedegen onderzoek.

zaterdag 1 november 1997

Miljoenen en miljoenen slachtoffers, maar waarvan eigenlijk?


Heeft 'huiselijk geweld' als containerbegrip wel zin?


gepubliceerd in Algemeen Dagblad op 1 november 1997



"Miljoenen zijn slachtoffers geweld thuis." Na alle ophef over het toenemende straatgeweld moet de klap van deze kop bij menig krantenlezer hard zijn aangekomen. Binnenskamers blijkt het allemaal nog veel gevaarlijker dan buiten op straat. Achter de gordijnen bevindt zich een waar slagveld met miljoenen slachtoffers. Deze gegevens zijn gebaseerd op een enquête in opdracht van het Ministerie van Justitie waarbij 1005 Nederlanders tussen de 18 en 70 jaar zijn ondervraagd naar hun ervaringen met lichamelijk, geestelijk en seksueel geweld tussen familieleden, partners en andere bekenden. Uit het onderzoek blijkt dat bijna de helft, 45 procent, van alle Nederlanders ooit slachtoffer is geweest van huiselijk geweld. Al een dag later blijkt dat dit percentage zelfs nog aan de lage kant is. "Praktijk van geweld in huis is feitelijk nog veel erger," staat er boven een interview met de onderzoeker. Als de allochtonen ook zouden zijn ondervraagd, evenals al die mensen die niet durven te praten, dan zou het cijfer makkelijk de vijf miljoen hebben kunnen overtreffen.

vrijdag 7 maart 1997

De gecontamineerde werkelijkheid

Gepubliceerd in De Journalist van 7 maart 1997

Peter Vasterman

 'The critics didn't kill Vietnam. It was a lousy movie.'

Verslaggevers lijken op biologen die apen onderzoeken: de apen weten dat ze geobserveerd worden en stemmen hun gedrag daarop af. Het is nog erger: nieuwsbronnen en nieuwsbrengers spelen samen een spel waarbij niemand meer weet wat echt is.

De gecontamineerde werkelijkheid

Een inval bij een drugsbende, een protestactie tegen de sojaboon, de publicatie van opzienbarende onderzoeksresultaten, de camera's staan overal bovenop en journalisten verslaan de gebeurtenissen. Maar hoe onafhankelijk kunnen journalisten berichten als die inval op touw gezet is om publiciteit te creëren? Als die actie alleen maar plaatsvindt vanwege de media-aandacht? Als al die mensen die voor de camera's komen getraind zijn in het omgaan met de pers? Was de Golfoorlog bij nader inzien niet vooral een media-event met het doel Bush herverkiezing mogelijk te maken?

Het beïnvloeden van het onderzoeksobject is uit den boze in de wetenschap. Journalisten daarentegen hebben dagelijks te maken met een door het mediavirus gecontamineerde werkelijkheid, een maatschappelijke 'realiteit' die op alle mogelijke manieren is beïnvloed door de media zelf, door het anticiperen van bronnen op mogelijke media-exposure en door de creatie van gebeurtenissen.

Dit essay gaat over de vragen die de gecontamineerde werkelijkheid oproept voor het functioneren van de journalistiek.

De geplande oorlog

Zoals de Vietnam oorlog te boek staat als de eerste oorlog op televisie, zo zal de Golfoorlog de geschiedenis ingaan als de eerste waarbij de internationale media onder strakke militaire regie stonden. De Golfoorlog was de oorlog van de briefings van Schwarzkopf en de Nintendo-achtige videobeelden van perfect geleide projectielen die 'doelen' vernietigden, maar nooit mensen leken te raken. En CNN had blijkbaar de filmrechten verworven.

De Golfoorlog was ook een media-spektakel en een slag om de publieke opinie. De Amerikaanse auteur Larry Beinhart gaat in zijn rijk gedocumenteerde boek 'American Hero' nog een stap verder. Desert Storm was een creatie van de adviseurs van Bush die van mening waren dat de herverkiezing van de niet al te populaire president alleen maar veilig gesteld kon worden door het winnen van een oorlog. Niet zomaar een oorlog, maar eentje met een duidelijke vijand, bij voorkeur op een overzichtelijk gebied en met de inzet van zoveel moderne technologie dat een grondoorlog en de daarbij behorende slachtoffers overbodig zouden worden.


Volgens Beinhart kreeg een bekende Hollywoord-regisseur in het diepste geheim de opdracht vooraf een scenario van de geplande oorlog samen te stellen. Na het analyseren van honderden Amerikaanse oorlogsfilms besluit hij dat het een woestijnoorlog moet worden (tenslotte was Rommel de enige populaire Nazi in de VS). Vietnam was heet, vochtig ('sex and disease') en vaak man tegen man in een onoverzichtelijke jungle. Een woestijnoorlog is ook heet, maar droog en schoon en kan uitgevochten worden met tanks, machines en vliegtuigen. De aanleiding: een soort Polen zoals bij het begin van de Tweede Wereldoorlog. De vijand: een nieuwe Hitler. De plek: ergens in het Midden-Oosten of in Noord-Afrika (Rommel!). Enfin, de afloop is bekend, Saddam Hoessein -een 'bevriend' staatshoofd voor de oorlog- was bereid de rol van de vijand op zich te nemen voor deze 'schone' Blitzkrieg met smart bombs en zo min mogelijk collateral damage. Het boek van Beinhart is natuurlijk een roman en de Hollywood regisseur een verzinsel, maar de essentie van de boodschap is daarom niet minder belangrijk. In het huidige mediatijdperk is het onderscheid tussen echte, 'spontane' gebeurtenissen en gecreëerde media-events steeds meer aan het vervagen.

Spontaan en live

Een aanwijzing voor die tendens is het feit dat we dankzij de televisie steeds vaker ooggetuige zijn van gebeurtenissen waarover vroeger enkel achteraf mededelingen aan de pers werden gedaan. Dat er camera's draaien bij een persconferentie van de minister-president is vanzelfsprekend, maar wat is er aan de hand als diezelfde cameramensen precies lijken te weten waar en wanneer bepaalde 'spontane', authentieke gebeurtenissen plaatsvinden zodat ze deze bij voorkeur 'live' kunnen verslaan?
Laatst was het weer eens zo ver: op de voet gevolgd door Hilversumse camerateams rolde de Rotterdamse politie een drugsbende op. Terwijl de deur van een 'probleemaccumulatiewoning' werd ingebeukt, hoorden we schreeuwen: 'politie, politie.' Het was net echt. 'Hoe zou zoiets nou in z'n werk gaan,' vroeg Jan Blokker zich in zijn Volkskrant-column af.
Bij de NOS gaat de telefoon.
'Wij willen een vervaarlijke drugsbende in Noord oprollen. Kan dat morgen?'
'Nee helaas, dan zitten we vol. (...) Maandag op z'n vroegst, kan het niet bij Rijnmond?'
'Nee we willen landelijk. Dan maar maandag.'

Reality tv beperkt zich allang niet meer tot 06-11 Weekend, maar gaat steeds vaker deel uitmaken van nieuws en actualiteiten. Een schoonmaakactie van de politie op de wallen? Een inval van het Amsterdamse kinderpornoteam? De ME contra de drugsterreur in Terneuzen? Telkens staan de camera's in de aanslag. Het is een verschijnsel dat we al langer kennen uit het actiewezen, waar het usance is om acties vooraf zo goed met de pers door te spreken dat het 'hoogtepunt' precies live in de uitzending kon komen. Een mooi voorbeeld was enige tijd geleden in Twee Vandaag te zien in een item over het protest tegen de 'gevaarlijke' gemodificeerde soja-boon. De uitzending begint om 17.35 en meteen schakelen we live over naar de Antwerpse haven, waar de verslaggever met een breed armgebaar laat zien dat de actie 'nu wordt beëindigd.' Op zijn teken vaart het bekende Greenpeace bootje weg van een vrachtschip, terwijl de camera inzoomt. Na het interviewtje met de Belgische actievoerder zwaait de camera nog eens de haven in om weer live te laten zien dat de actie nu echt wordt beëindigd: 'Dat laten we nog een keer zien,' zegt hij om te benadrukken hoe bijzonder het is dat we als televisiekijkers daar getuige van mogen zijn. En inderdaad, het is live en we zien het met eigen ogen, maar is het ook echt? Greenpeace voert actie en het gebeurt echt, maar tegelijkertijd is het een geënscèneerde werkelijkheid, gecreëerd door een belangengroep die de publieke opinie wil bewerken over de 'gevaarlijke' sojaboon. De pejarotieve term 'gemanipuleerde' sojaboon is inmiddels ingeburgerd, niet het neutrale woord 'gemodificeerd'.

Bij veel acties en invallen van de politie zal het beoogde pr-effect niet doorslaggevend zijn, het oprollen van die Rotterdamse drugsbende zou ook zonder camera's wel hebben plaatsgevonden. Dat neemt niet weg dat het tijdstip en de manier waarop wel degelijk een publiciteitsdoel dient. Een goede timing doet wonderen, zoals in het geval van de actie Gouden Kalf in 1993, toen in Amsterdam vijf wisselkantoren werden opgerold. De actie, waarover het tv-programma Nova vooraf was ingeseind, trok veel aandacht en speelde zich uitgerekend een dag voor de behandeling van de justitiebegroting in de Tweede Kamer af. Of neem de landing van de Amerikaanse troepen in Somalië in december 1992, 's nachts, niet vanwege de 'vijand' bij deze humanitaire actie, maar om live coverage in Amerikaanse prime time mogelijk te maken.

Pseudonieuws?

Zijn dit soort gebeurtenissen nog wel 'echt' nieuws, of is er sprake van soort gecreëerd pseudo-nieuws? De Amerikaanse historicus Daniel Boorstin signaleerde begin jaren zestig al in zijn boek The Image een toenemende stroom van 'pseudo-events' die de media halen. Pseudo-events gebeuren nooit spontaan, maar worden bedacht, gepland, aangekondigd, uitgevoerd en indien nodig -voor de camera's- herhaald. Dat kost allemaal geld en dus moet er ook een instantie zijn die er belang bij heeft om ze laten plaatsvinden. Volgens Boorstin wordt zo voor de media de vraag 'is it real' steeds minder belangrijk dan de vraag: 'is it newsworthy'? Vaak is er sprake van een self-fulfilling prophecy: de gebeurtenis is nieuws, omdat alle media erover berichten. Toch blijft het onderscheid tussen echte en pseudo-gebeurtenissen problematisch: het zal niet meevallen om aan de gijzelaars in Lima uit te leggen dat zij eigenlijk het slachtoffer zijn van een gecreëerd pseudo-event.

Charles Groenhuijsen en Ad van Liempt vinden in hun boek, 'Live! Macht, missers en meningen van nieuwsmakers op tv', het onderscheid tussen 'echt' en 'onecht' nieuws een van de moeilijkste kwestie in het selectieproces. In hun tekst staan beide woorden dan ook tussen aanhalingstekens. Een echte definitie van beide categorieën geven ze niet, wel enkele voorbeelden om duidelijk te maken dat journalisten soms bestookt worden met allerlei informatie die bij nader inzien niet als nieuws beschouwd kan worden. Het gaat bijvoorbeeld om allerlei bronnen die onderzoeksgegevens publiceren die vooral eigen belangen lijken te dienen. 'De technieken van nieuwsbronnen om de media en daarmee het publiek knollen voor citroenen te verkopen worden steeds verfijnder.' Zo zijn er proefballonnetjes van de ministers, uitnodigingen van pr-mensen voor een toespraak van de voorzitter die deze keer eens flink gaat uitpakken, en natuurlijk wetenschappers op zoek naar de grote doorbraak (Buck). Toch kunnen de uitnodigingen en aankondigingen van pr-mensen soms wel degelijk nieuws bevatten, vinden beide auteurs.

In 'Live!' komt het niet tot een duidelijke afbakening van 'echt' en 'onecht' nieuws en dat is begrijpelijk, want een onderscheid maken tussen 'echt' en 'onecht' is onze samenleving misschien ook wel onmogelijk geworden. Niet alleen omdat er veel gebeurtenissen plaatsvinden met als enige doel mediacoverage, maar ook omdat omgekeerd de media zelf zo'n grote invloed hebben op de gebeurtenissen, dat men zou kunnen spreken van een 'gecontamineerde' werkelijkheid. Enige tijd geleden waren er problemen rond het werven van tramconducteurs in Amsterdam. De journalist die met het GVB belde kreeg te horen dat hij niet mocht praten met de conducteurs, immers, 'zij zijn niet getraind in het omgaan met de media.'

Anticipatie op mediacoverage

Zo ongeveer iedereen die ooit maar een keer beroepshalve met de pers te maken heeft, is op dat contact op een professionele manier voorbereid. Men is gewapend en geharnast en niemand staat nog onbevangen voor de camera of de microfoon. Binnen iedere organisatie, instelling, belangengroep of partij anticipeert men bij belangrijke besluiten op de berichtgeving en daaruit voortvloeiende beeldvorming, eventueel bijgestaan door een communicatiedeskundige, die een perfecte oneliner voor de media kan bedenken, zoals die van Bisschop Muskens over het stelen van een brood.

In de wetenschap staat het 'zuiver' houden van het onderzoeksobject voorop: een experiment is mislukt als de stoffen niet zuiver zijn of niet alle relevante variabelen onder controle zijn. De journalist is wat dat betreft beter te vergelijken met de bioloog die onderzoek doet naar het gedrag van een groep apen. Iedere keer als de apen de onderzoeker in de gaten krijgen, gaan ze zich anders gedragen. De resultaten van zo'n onderzoek zijn wetenschappelijk gesproken geen stuiver waard.

mediavirus

Als het gaat om media-berichtgeving lijken we dat gegeven stilzwijgend te accepteren: journalisten verslaan een door het mediavirus gecontamineerde werkelijkheid, een maatschappelijke 'realiteit' die op alle mogelijke manieren is beïnvloed door de media zelf, door het anticiperen van bronnen op mogelijke media-exposure en door de creatie van gebeurtenissen. Maar we doen nog steeds alsof de verslaggever gebeurtenissen rapporteert die ook -op dezelfde manier- zouden plaatsvinden zónder de aanwezigheid en de aandacht van de media. Daarom ook speelt de journalist zelf geen rol in zijn nieuwsbericht; de waarnemer en de manier waarop hij aan zijn nieuws komt, moeten zo onzichtbaar mogelijk blijven.

Nu het onderscheid tussen 'echte' en 'onechte' gebeurtenissen steeds meer aan het vervagen is, zouden we ons moeten afvragen of het nog wel zin heeft om te volharden in de traditionele, maar enigszins naïeve beroepsopvatting van de onafhankelijke, onzichtbare waarnemer. Zou het niet veel zinniger zijn om de gecontamineerde werkelijkheid als gegeven te accepteren en naast het dagelijks nieuws ook aandacht te besteden aan de manier waarop dat nieuws is gecreëerd, door wie en met welke belangen? Kijkjes in de nieuwskeuken zijn nog steeds taboe, maar zou het niet van professionaliteit getuigen om de nieuwsconsument serieus te nemen en te infomeren over de manier waarop het publiciteitsspel door de verschillende partijen gespeeld wordt?

Westinghouse

De wegens moord ter dood veroordeelde Amerikaan William Kemmler, viel ruim een eeuw geleden de eer te beurt om als eerste geëxecuteerd te worden door electriciteit. Het idee was afkomstig van uitvinder Edison, die zo wilde bewijzen dat het wisselstroomsysteem van concurrent Westinghouse levensgevaarlijk was. Edison stelde na afloop enthousiast voor om voor deze methode het nieuwe werkwoord 'to westinghouse' in te voeren. In 1997 zouden we deze executie zeker als een smakeloze PR-stunt veroordeeld hebben en dus niet live hebben uitgezonden. Maar is er wel een wezenlijk verschil met al die andere gecontamineerde gebeurtenissen, waar we iedere dag dankzij de media getuige van kunnen zijn?



Larry Beinhart, American Hero. New York 1993.

Daniel J. Boorstin, The Image. 1962. Harmondsworth, Middlesex


Charles Groenhuijsen, Ad van Liempt, Live! Macht, missers en meningen van nieuwsmakers op tv. Den Haag 1995

vrijdag 15 november 1996

ARGOS Hoog water

Beeld en geluid Archief


15 nov 1996, VPRO

Actualiteitenprogramma op de zaterdagmiddag met reportages over de achtergronden bij het nieuws, gemaakt door de VARA en de VPRO.
'Argos' is aanvankelijk een onderdeel van het programma 'De ochtenden', maar wordt vanaf 30-8-2008 uitgezonden als afzonderlijke rubriek.

Wekelijks programma met reportages en discussies over actuele
onderwerpen. Deze aflevering, n.a.v. de publicatie  van het
boek 'Hoog water' van 'Argos'-redacteur Rudi van Meurs, een
discussie over mediahypes. Van Meurs' boek is geschreven
n.a.v. de mediahype rond de hoge waterstand in Limburg in
januari 1995. Van Meurs en andere journalisten stoorden zich
met name aan het feit dat er volgens de media sprake was van
een ramp die vergelijkbaar was met de Watersnoodramp van
1953. In de discussie wordt ingegaan op de berichtgeving over
de  hoge waterstanden in Limburg en over het commissariaat
van Bolkestein bij het farmaceutische bedrijf DSM.

DISCUSSIEDEELNEMERS:
- Peter Vasterman, docent massacommunicatie aan de School
voor Journalistiek die bezig is aan een promotie-onderzoek
over het onderwerp mediahypes;
- Hans Laroes, redactiechef NOS-Journaal;
- Marcel Gelauff, eindredacteur RTL-nieuws;
- Rudi van Meurs, schrijver van 'Hoog water'.
De discussie wordt voorafgegaan door een historisch overzicht
met radio- en televisiefragmenten van verslagen over het hoge
water in januari 1995 en van de 'jacht op Bolkestein' nadat
zijn omstreden commissariaat bekend was geworden.

vrijdag 18 oktober 1996

De echo van de Belgische beerput in de Nederlandse media

Hoe één opzienbarende zaak kan leiden tot groeiende bezorgdheid en de herdefiniëring van een 'herontdekt' maatschappelijk probleem
DE JOURNALIST 18 oktober 1996 

PETER VASTERMAN


Een schokkende gebeurtenis als de zaak Dutroux werkt heel lang door in het nieuws. Er onstaat een publicitair sneeuwbaleffect dat ervoor zorgt dat het thema kinderporno/prostitutie zich als een olievlek in de media gaat verspreiden. Situaties die lange tijd werden geaccepteerd, genegeerd of zelfs doodgezwegen - zoals prostitutie door jongeren- worden nu geherinterpreteerd en als ernstige maatschappelijke problemen gedefinieerd. Voor een deel is dat het werk van actiegroepen, belangengroepen en andere maatschappelijke stromingen die de sleutelgebeurtenis aangrijpen om hun visies naar voren te brengen. Voor een andere deel is dat het directe gevolg van de dynamiek die zich in de periode na een key event meester maakt van de media.

Toen de Belgische politie op 15 augustus bij een inval twee kinderen bevrijdde uit de kerkers van Marc Dutroux begon daarmee een van de grootste publiciteitsgolven die België ooit heeft meegemaakt. Dagen- ja zelfs wekenlang bestond er geen ander nieuws meer dan 'Dutroux'. Als oorlogsverslaggevers volgden honderden journalisten dagenlang de graafwerkzaamheden op het erf van de hoofdverfdachte. Zelfs internationaal, tot in Australië toe, was af en toe sprake van een waar mediaspektakel rond de Belgische kinderhorror .
Ook in Nederland heeft de zaak Dutroux in augustus dagenlang voor voorpaginanieuws gezorgd en voor een zekere lugubere suspense in de laatste dagen van deze reguliere komkommermaand: zou er immers nog hoop zijn voor An en Eefje? In vergelijking met de verpletterende mediagolf in België is de Nederlandse berichtenstroom een stuk beperkter, terwijl de toonzetting meestal redelijk ingetogen en nuchter is. Natuurlijk zijn er verschillen tussen bijvoorbeeld De Telegraaf ("An en Eefje ook dood") en NRC Handelsblad., hoewel ook deze krant het nieuws van de arrestatie van een man in Amstelveen de opening waard vindt op de voorpagina : "Zedenzaak vertakt naar Amsterdam."
De Nederlandse media laten zich minder meeslepen dan de Belgische, maar toch duiken er in de databank Lexis/Nexis, gerekend over de eerste zes weken, maar liefst 820 artikelen op waarin de naam Dutroux voorkomt, afkomstig uit elf dagbladen en het ANP, (goed voor 182 berichten). En ook de Nederlandse actualiteitenrubrieken en televisiejournaals vullen vele minuten -liefst live - met 'Dutroux'.
OPKOMST NIEUWSSTROOM NA DUTROUX
Als de allereerste opwinding over de 'Belgische Zedenzaak' luwt en er ook geen nieuws meer te melden valt uit de geheime kelders van Dutroux, zou men verwachten dat het onderwerp langzaam maar zeker uit het nieuws zal verdwijnen. Terugkijkend op de berichtgeving in de afgelopen maanden blijkt dat niet het geval. Naarmate er minder nieuws uit België te melden valt, groeit er een andere stroom berichten over allerlei gebeurtenissen, uitspraken, meningen, voorstellen en maatregelen die op de een of andere manier met 'Dutroux' te maken hebben. Het issue 'kinderporno' is door deze opzienbarende zaak op de agenda gezet en zal daar nog een hele tijd blijven staan.
In de eerste fase staan de schijnwerpers allemaal nog op België gericht. De nieuwshonger is groot, zowel bij het publiek als bij de media: elk nieuw detail kan in zo'n fase belangrijk nieuws zijn. Bovendien is de druk om met nieuws te komen extreem, hetgeen menigeen verleidt tot het publiceren van speculaties en geruchten.

CREATIE NIEUWSTHEMA
In de fase daarna creëert de sleutelgebeurtenis een nieuwsthema, een parapluie waaronder heel veel 'verwante' onderwerpen het nieuws zullen kunnen halen. Uit onderzoek naar nieuwsselectie blijkt dat één opzienbarende, spectaculaire zaak vervolgens een vloedgolf aan berichten zal opleveren die op de een of andere te maken hebben met het centrale issue. Een stroom die na verloop van tijd -als de oorspronkelijke aanleiding langzaam naar de achtergrond verdwijnt- niet afneemt maar juist aanzwelt. Dat blijkt ook te gelden voor de berichtgeving in de Nederlandse pers na Dutroux: wekenlang lezen we dagelijks artikelen of zien we reportages over kinderporno, kinderprostitutie, ontvoeringen, verdwijningen, en de gevolgen van seksueel misbruik.
De berichtgeving na zo'n opzienbarende gebeurtenis gaat zo een eigen dynamiek vertonen, die ervoor zorgt dat als het vliegwiel eenmaal op gang is gebracht de trein nog heel lang door zal rollen. Vooral ook omdat de publiciteit rond 'de zedenzaak' weer allerlei maatschappelijke reacties oplevert, variërend van organisaties die ageren tegen kindersekstoerisme tot en met politici die wijzigingen in de zedelijkheidswetgeving eisen. Al die toegenomen aandacht wekt bij het publiek soms de indruk dat het probleem plotseling sterk in ernst en omvang toeneemt, terwijl in feite alleen de aandacht ervoor is toegenomen en er in die publiciteitsgolf steeds meer uiteenlopende incidenten onder dezelfde noemer worden gebracht. Op welke manier gaan de media na 'Dutroux' aan de slag met het nieuwsthema 'kinderporno'? Welke onderwerpen, invalshoeken, en achtergronden komen aan bod en hoe reageert de samenleving?

VERGELIJKBARE INCIDENTEN
In eerste instantie zullen de media extra veel aandacht besteden aan gebeurtenissen die vergelijkbaar zijn met de Belgische zaak. Ieder nieuw geval van misbruik van kinderen, al dan niet ten behoeve van pornoproduktie zal in Nederland groot nieuws zijn, maar zulke incidenten zijn uiteraard schaars. De grootscheepse arrestatie van de man uit Amstelveen is natuurlijk groot nieuws, ook omdat daarmee het beeld van een internationaal netwerk met vertakkingen naar Nederland wordt bevestigd. Even later wordt de man overigens weer vrijgelaten. Veel aandacht, vooral op tv, gaat eind augustus ook uit naar de verdwijning van de Luikse tieners, die na twee dagen worden teruggevonden. Een maand later blijkt dat zij hun eigen ontvoering hebben verzonnen, hetgeen nauwelijks aandacht in de pers krijgt. Opzienbarend is ook de zaak van het Duitse meisje dat door haar tante en haar vriend zou zijn ontvoerd naar een camping in Nederland. Volgens de politie zou het meisje gedwongen worden tot prostitutie en was er in de woning van de twee een lijst aangetroffen met namen van twaalf andere kinderen die geprostitueerd zouden worden. Later zijn er nog andere incidenten die het nieuws halen ("Nijmegenaar van gijzelen vier meisjes verdacht", "Schiedams meisje bevrijd na korte ontvoering" en "Duitser maakte porno met meisje"), en die lijken te bevestigen dat ook Nederland zijn 'Dutrouxs' kent. Ook bij de rechtszaak tegen een man die polaroidfoto's maakte van seksuele handelingen met een meisje van acht jaar trekt de Officier van Justitie een vergelijking met de Belgische zaak-Dutroux, "al zijn de zaken niet op één lijn te stellen." De foto's waren immers niet voor de verkoop.

DE BELGISCHE CONTEXT
Sommige van deze voorvallen zouden ook onder 'reguliere' omstandigheden nog wel de krant hebben gehaald, maar zouden zonder 'Dutroux' zeker veel minder aandacht gekregen hebben. Al gaat het bij nader inzien om losstaande incidenten van misbruik van kinderen -vaak door ouders, verwanten of bekenden in plaats van door onbekende daders- de 'Belgische context' zorgt voor een bevestiging van het beeld dat er overal professionele kidnap- en pornonetwerken actief zijn, óók in Nederland. Dat beeld wordt versterkt door al het afgeleide 'zeden' -nieuws dat in de nieuwsstroom boven komt drijven, omdat het nieuwsthema nog steeds actueel is en de maatschappelijke verontrusting nog steeds groot is. Als er zich geen nieuwe, met België vergelijkbare, incidenten voordoen, verplaatst de aandacht zich naar het reconstrueren van 'oude' zaken en het weergeven van meningen, reacties en voorstellen van woordvoerders van belangengroepen (zoals Terre des Hommes) die ernaar streven om kinderporno en prostitutie als een ernstig en omvangrijk maatschappelijk probleem te definiëren.

OUDE ZAKEN ALS NIEUWS
In de eerste plaats komen oude, al dan niet eerder in de publiciteit behandelde, zaken alsnog of opnieuw in het nieuws. Zo krijgen de uitspraken van seksuoloog Jos Frenken veel aandacht, die in Nova bijna achteloos laat vallen dat dat er in Nederland vijftien seksueel misbruik netwerken bekend zijn. Dat wil zeggen bekend bij de politie en inmiddels grotendeels allemaal opgerold. Bovendien gaat het volgens de politie niet om georganiseerde criminaliteit, maar om kleine groepjes die netwerken vormen om materiaal uit te wisselen. In de media wordt Frenkens term 'seksueel misbruik-netwerken' al snel vervangen door de term 'kinderpornonetwerken'.
In Stockholm waar eind augustus het eerste Wereldcongres plaatsvindt tegen Seksuele Commerciële Uitbuiting van kinderen uit minister Sorgdrager forse kritiek op de uitspraken van Frenken. Het congres zelf is natuurlijk voor de media een goede aanleiding om de zaak Dutroux in een breder internationaal kader te plaatsen. 'Dutroux' zorgt voor de verbinding tussen misbruikte kinderen in het westen en de kinderprostitutie in de Derde Wereld. Ter illustratie laat het NOS Journaal een interview zien met een onherkenbaar gemaakt slachtoffer van kinderporno ("Het gebeurt hier even hard als in België"), al is niet duidelijk van welk netwerk zij slachtoffer was en of het tot een veroordeling is gekomen.
Een andere zaak uit het verleden is die van een Vlaams-Nederlands kinderpornocircuit dat tussen 1990 en 1992 minderjarige jongens en meisjes uit België naar Utrecht smokkelde om voor porno-opnames. Sommige Nederlandse kranten nemen ook het nieuws over van de Belgische krant De Morgen die onthult dat in de jaren zestig herhaaldelijk jonge meisjes werden misbruikt op een luchtmachtbasis in Belgisch-Limburg."De krant baseert zich op getuigenissen van twee slachtoffers. De vrouwen - meisjes toen - moesten volgens de krant ook deelnemen aan bizarre rituelen, zoals zwarte missen met dierenoffers, verkrachtingen en folteringen." Aldus het Brabants Dagblad. Zo komt via Dutroux satanisch ritueel misbruik -enkele jaren geleden een hot issue- weer in beeld.
Een andere manier om de omvang van het probleem in kaart te brengen is zoals Panorama doet het samenstellen van een "schokkend dossier.". Op de cover staan vage fotootjes van kinderen met als kop: "Deze 26 kinderen worden in Nederland misbruikt. Herkent u ze? Bel 023-5463341." In een verhaal met als titel "Het is nog veel erger dan iedereen denkt...." brengt Panorama een overzicht van alle kinderporno/misbruikzaken uit de afgelopen jaren. "Het lijkt onvoorstelbaar, maar de 'sexhorror' rond de ontvoerde en gruwellijk misbruikte jonge meisjes in België is absoluut geen lokaal incident. Ook in Nederland zijn de afgelopen jaren niet te vatten gruwelijkheden aan het licht gekomen waarbij jonge kinderen beestachtig werden misbruikt."

TWEE VANDAAG EN HET SPARTACUS NETWERK
De meest opvallende reportage in dit kader is die van het programma Twee Vandaag van 27 augustus die in één moeite door vanuit 'Dutroux' een brug slaat naar wereldwijde kinderpornonetwerken waarin invloedrijke Nederlanders actief zouden zijn. Twee Vandaag: "Ook mensen in Nederland zijn betrokken bij een wereldwijd netwerk van de commercële seksuele exploitatie van kinderen. (...) Ook in Nederland verdwijnen kinderen, worden kinderen gedood en mishandeld." De reportage wekt de indruk dat achter de Spartacus Guide, een bekende reisgids voor homo's, in werkelijkheid een kinderprostitutie- en kinderpornonetwerk schuilgaat. 'Undercover' probeert de verslaggever om via een adres uit de gids een jongen van "zestien, vijftien" te 'bestellen.' Of dat ook lukt, blijft onduidelijk. Prostitutie van (homo-) jongeren is op zich geen nieuws, maar in het licht van 'België' krijgt het een andere betekenis.
Vervolgens wordt in de reportage gesuggereerd dat Theo Sandfort van de Utrechtse Universiteit - "een invloedrijke Nederlander" - deel uitmaakt van dat wereldwijde kinderpornonetwerk; de Engelse versie van zijn proefschrift (over seksuele contacten in de vroege jeugdjaren met leeftijdsgenoten en volwassnenen) is immers ooit verschenen bij uitgeverij Spartacus. Theo Sandfort heeft inmiddels een rectificatie geëist van Twee Vandaag .

THEMATISCHE GERELATEERDE ONDERWERPEN
Op de tweede plaats krijgen thematisch gerelateerde onderwerpen steeds meer aandacht, waardoor er een verbreding van het oorspronkelijke thema plaatsvindt. 'Kindermoord en 'kinderporno' wordt gekoppeld aan 'kinderprostitutie', 'sekstoerisme', 'kindermishandeling', en meer algemeen de uitbuiting van kinderen. Het congres is Stockholm over kinderprostitutie en misbruik krijgt daardoor nog veel meer aandacht dan van tevoren al verwacht mocht worden. Bij veel artikelen over thematisch gerelateerde onderwerpen staan foto's die te maken hebben met de zaak Dutroux.
Door die verbreding groeit de nieuwsstroom, want steeds meer zaken en onderwerpen worden onder dezelfde actuele noemer gebracht. Dat kan zo ver gaan dat zo'n beetje alles wat het kind kan bedreigen het onderwerp van een verhaal wordt, zoals in Hervormd Nederland: "Hoe veilig is het kind in Nederland?" (...) "Het aantal slachtoffers dat wereldwijd voor kinderporno is misbruikt kan volgens Interpol oplopen tot ruime twee miljoen kinderen."

VERBREDING BEGRIPPEN EN DEFINITIES
Opvallend is dat 'minderjarig' gelijk gesteld wordt in de berichtgeving aan de term 'kind'. Alle vormen van prostitutie waarbij minderjarige jongens en meisjes betrokken zijn, gaan na 'Dutroux' kinderprostitutie heten. Er zijn in het verleden tal van reportages verschenen over bijvoorbeeld allochtone jongens die zich prostitueren, maar zelden of nooit werd daarvoor de term 'kinderprostitutie' gehanteerd. Ook in de berichtgeving dit voorjaar over de veertien jonge Utrechtse meisjes, die door hun Marokkaanse 'vrienden' werden gedwongen zich te prostitueren werd deze term niet gebruikt.
Eenzelfde verbreding treedt op rond de term 'kinderporno': op grond van de Belgische zaak denkt het publiek aan gruwelijke zaken, maar in de publiciteitsgolf worden al snel ook afbeeldingen van blote kinderen/jongeren onder de noemer van kinderporno gebracht. InTwee Vandaag bladert een deskundige door het fotoboek van Sally Mann om meteen te concluderen dat een foto van een kind met kleding aan, slapend naast een paar balen een stuitende vorm van kinderporno is. ("Getver... dit gaat echt te ver, dit wekt bij mij alleen walging."). Dezelfde foto's stonden overigens een paar jaar geleden nog prominent in de New York Times zonder aanstoot te geven.
Onder thematisch gerelateerd nieuws vallen ook onderwerpen als 'seks en geweld in de reclame' (waarbij vooral campagnes van Mexx en HIJ het moeten ontgelden), vermissingen (er kan immers een verband zijn met de Belgische zaak), de zin van lange gevansisstraffen en tbs behandeling en de gevolgen van het verdwijnen van aparte afdelingen zedenzaken bij veel korpsen.
Veel schaarser zijn de artikelen of reportages waarin pedofielen zelf aan het woord komen, zoals in HP/De Tijd en De Volkskrant: : "Pedofiel heeft gevoel terug bij af te zijn. Slinger van de tijd slaat door naar repressie." Dat zijn dissidente geluiden in een brede stroom aan berichten die allemaal bevestigen dat de kinderpornonetwerken een omvangrijk probleem vormen en dat pedofielen daarin een hoofdrol spelen.

INVLOED BELANGENGROEPEN
Op de derde plaats is veel van het thematisch gerelateerde nieuws afkomstig van belangengroepen die hun kans grijpen hun standpunten uit te dragen. Het gevolg is een toename van speciaal voor de media gecreëerd of door de media uitgelokt nieuws. Een goed voorbeeld is de uitspraak van het CDA-kamerlid Hillen over de wenselijkheid van chemische castratie, waarbij juist de keuze van die term garant staat voor een klein publiciteitsgolfje.
Daarnaast nemen christelijke partijen en de EO de gelegenheid waar om de discussie over de leeftijdsgrens van twaalf jaar en het zogenaamde klachtvereiste nieuw leven in te blazen met als argument dat de huidige wetgeving kinderen onvoldoende bescherming biedt tegen pedofielen.
Vergelijkbaar is de 'actie' van de PvdA naar aanleiding van een Netwerk reportage tegen de verkoop van heimelijk opgenomen video's en foto's van naakte spelende kinderen. Omdat geen sprake is van seksuele gedragingen, vallen de beelden niet onder kinderporno en is verkoop dus geen strafbaar feit.
De actiegroepen op het terrein van het kindersekstoerisme kunnen nu ook rekenen op de belangstelling van de media. Woordvoerders van de Stichting Retour en Childright Worldwide gebruiken de Belgische zaak om te 'bewijzen' dat het niet allemaal ver van het bed plaatsvindt, maar ook dicht bij huis. In De Telegraaf: leidt dat tot een groot beschuldigend verhaal: "Kinderporno is overal. Volgens gegevens van de politie ligt het aantal misbruikte kinderen rond de 10.000. Ongeveer 1.000 kinderen werken in de prostitutie." Of al die 10.000 kinderen zijn misbruikt voor kinderporno blijft onduidelijk, evenmin op welk tijdvak het getal betrekking heeft. Waarschijnlijk wordt hier misbruik in het algemeen bedoeld en misschien gaat het om jongeren die actief zijn in de prostitutie.
Velen proberen mee te liften op de publiciteitsgolf na Dutroux, zoals ook de deskundige in de NRC Handelsblad die op de opiniepagina in een adem door België verbindt met kindermishandeling in het algemeen. Ook hier rollen de tienduizenden meldingen over de tafel en is er sprake van de spreekwoordelijke ijsberg. Ter onderbouwing van het betoog heeft NRC de foto's van An en Eefje nog maar eens afgedrukt.
VERKEERDE BEELDVORMING ROND LIBERALISERING ZEDENWET
Tenslotte oefenen opzienbarende, verontrustende gebeurtenissen een grote druk uit op de decision makers in de politiek om een gebaar te maken en maatregelen aan te kondigen. De pers besteedt veel aandacht aan de reacties van politici op 'Stockholm' en aan het besluit van de EU ministers van Justitie en Binnenlandse zaken om Europol te belasten met de opsporing van kinderporno en gedwongen prostitutie.
Een belangrijk gevolg van de zaak Dutroux is de overweging van de regering om de leeftijdsgrens van twaalf jaar in zedelijksheidswetgeving uit 1991 te verhogen naar veertien jaar. De nogal confronterende reportage van EO Tijdsein is blijkbaar niet zonder gevolgen gebleven en veel kranten, zoals ook Trouw , schrijven over het terecht terugdraaien van de liberalisering van de wetgeving uit 1991. Volgens Trouw zou de door Hirsch Ballin ingediende wet zou ertoe hebben geleid "dat in de praktijk moeilijk kon worden opgetreden tegen kinderprostitutie en kinderporno." De vorige minister van Justitie, Ernst Hirsch Ballin, maakt in een uitgebreide ingezonden brief vervolgens duidelijk dat deze "beschuldigingen de zaken werkelijk volkomen op hun kop zetten." Er is geen sprake van dat de wetgeving uit 1991 een versoepeling inhield ten opzichte van de periode daarvoor. Het klachtvereiste is niet in 1991 ingevoerd als liberalisering, maar bestond al vanaf 1936. In de nieuwe wet is deze regeling versterkt en geldt deze voor meisjes én jongens tot 16 jaar. Trouw slaat de plank mis vindt de verontwaardigde ex-minister omdat kinderporno en kinderprostitutie onderwerp zijn van bepalingen in het strafrecht en die zijn juist aanzienlijk aangescherpt. Toch is dat wel de teneur in de meeste commentaren: het zou goed zijn als de leeftijdsgrens wordt verhoogd want er is onvoldoende bescherming tegen de pedofielen.
DE VERANDERDE WAARNEMING
Een schokkende gebeurtenis als de zaak Dutroux werkt op deze manier heel lang door in het nieuws. Er onstaat een publicitair sneeuwbaleffect dat ervoor zorgt dat het thema kinderporno/prostitutie zich als een olievlek in de media gaat verspreiden. Situaties die lange tijd werden geaccepteerd, genegeerd of zelfs doodgezwegen - zoals prostitutie door jongeren- worden nu geherinterpreteerd en als ernstige maatschappelijke problemen gedefinieerd. Voor een deel is dat het werk van actiegroepen, belangengroepen en andere maatschappelijke stromingen die de sleutelgebeurtenis aangrijpen om hun visies naar voren te brengen. Voor een andere deel is dat het directe gevolg van de dynamiek die zich in de periode na een key event meester maakt van de media.
De publiciteitsgolf leidt uiteindelijk tot een verschuiving in de maatschappelijke consensus, zoals treffend wordt geïllusteerd door de verwijdering van een foto bij een tentoonstelling van Robert Mapplethorpe, waarover NRC Handelsblad: schreef: "De galeriehouders besloten een van de foto's uit de verzameling, Rosalie (1976) te schrappen, omdat die foto een driejarig meisje toont dat op een bank zit en onder haar jurkje geen ondergoed draagt. De beslissing volgt op een goede raad van de Britse politie, die van oordeel is dat in de huidige context van internationale pedofiliezaken de waarneming van foto's met (halfnaakte) kinderen niet meer dezelfde is als in 1976."

vrijdag 27 september 1996

Helft Nederlanders vindt media-aandacht voor VVD-leider overdreven, blijkt uit steekproef bureau Interview Grote publiek gunt Bolkestein zijn vakantie op Cyprus

de Volkskrant, 27 september 1996

Hella Rottenberg 

De deskundigen roepen 'Reageer', en: 'Kom terug', maar het grote publiek lijkt Bolkestein zijn vakantie op Cyprus van harte te gunnen. 'Er gebeuren ergere dingen', en: 'Als iemand bekend is, wordt er zo'n heisa over gemaakt.' Het bureau Interview heeft in opdracht van de Volkskrant honderd Nederlanders naar hun mening gevraagd in de kwestie-Bolkestein. Verreweg de meesten vinden zijn terugkeer op zaterdag vroeg genoeg.

Bij de VVD-fractie stromen de adhesiebetuigingen binnen. Niet dat de telefooncentrale overbelast raakt, maar wie belt laat blijken mee te leven met Bolkestein en de liberale partij. Een aanmelding voor lidmaatschap kwam binnen, van een CDA'er nota bene, die zich vreselijk kwaad maakte over de 'hetze' van de media.

De vraag is of de affaire bij het grote publiek dezelfde opwinding veroorzaakt als bij de media en rond het Binnenhof. Uit de verkennende steekproef blijkt dat veel mensen de aandacht die de media deze week aan Bolkestein besteden, overdreven vinden. Maar ongeveer net zovelen vinden het terecht dat de naam Bolkestein het nieuws en de commentaren beheerst.

De rondvraag geeft aan dat de meningen ook half om half verdeeld zijn over de vraag of de politiek snel met een standpunt dient te komen over belangenverstrengeling. Of Bolkestein in vergelijking met andere kamerleden meer of minder ethisch handelt, durft men over het algemeen niet te zeggen. Ze hebben er geen oordeel over.

De mediabelangstelling is buiten proporties, vindt de helft van de respondenten uit de steekproef, want 'een belangrijk man als Bolkestein mag best lobbyen, hij weet wat hij doet', 'hij houdt de mensen in Nederland aan het werk' en 'ze moeten hem met rust laten'.

De andere helft van de respondenten is het daar niet mee eens. Zij denken dat de politieke zuiverheid in het geding is en dat de zaak de aandacht krijgt die zij verdient. 'Twee petten op kan niet', zegt iemand. Een ander meent: 'De kiezer kiest een partij, niet een bedrijf'. Sommigen ergeren zich aan de 'hautaine' houding van Bolkestein, alsof hij zich alles kan veroorloven.

Tegelijkertijd vinden de meeste ondervraagden het helemaal niet nodig dat Bolkestein eerder terugkomt van Cyprus. 'Het is belachelijk om hem op zijn vakantie lastig te vallen', 'het is nu toch al gebeurd, die paar dagen maken niets uit', zo luidt de teneur van de antwoorden.

Niet alleen collega-politici en media denken daar anders over, ook deskundigen op het gebied van public relations zijn ervan overtuigd dat Bolkestein er veel verstandiger aan had gedaan meteen op de aantijgingen te reageren.

Charles Schwietert, die als voormalig staatssecretaris op dit punt ervaring heeft en nu specialist is op het gebied van imago-beschadiging, gaf Bolkestein deze raad: 'Reageren! Pak het initiatief. Je moet de trend doorbreken! Zoiets waait nooit vanzelf over.'

Volgens docent Peter Vasterman van de Utrechtse hogeschool voor journalistiek, die een proefschrift over media-hypes schrijft, breidt de berichtgeving zich als een olievlek uit, zolang het object in kwestie zich in zwijgen hult. 'De opwinding verdwijnt op het moment dat Bolkestein reageert. Media moeten elke dag iets over de affaire melden, en die blijft dus in het nieuws. Als er geen nieuws is, wordt het jagen op nieuws zelf nieuws. De achtervolging van Bolkestein op Cyprus kregen we in het Journaal te zien.'

De eerste presentatie van een schandaal zet de toon, zo blijkt uit onderzoek. Het is vervolgens erg moeilijk om de beeldvorming nog te wijzigen. Hoe langer iemand wacht met het geven van tegenargumenten, des te minder kans op succes, meent Vasterman.

Bolkestein stuurde als commissaris een brief over een MSD-medicijn naar het prive-adres van minister Borst. In de Netwerk-uitzending daarover kwamen politici aan het woord die dit veroordeelden als iets onbehoorlijks. De brief van de VVD-leider had ook anders kunnen worden uitgelegd, namelijk als bewijs dat hij correct had gehandeld en zijn functies van fractievoorzitter en commissaris van MSD scheidde. De uitleg van dezelfde gebeurtenissen, kortom, kan sterk verschillen.

Bovendien blijkt bij affaires vaak later dat de feiten toch iets anders liggen. Vasterman: 'Naarmate de tijd verstrijkt, lijken de oorspronkelijke feiten er steeds minder toe te doen. Media brengen reacties op de eerste onthulling. En dan volgen weer reacties op reacties. Het natrekken van de oorspronkelijke feiten gebeurt veel minder.'

De concurrentie tussen de media is groter dan vroeger, en journalisten zijn bang nieuws te missen. Daardoor ontstaat vrij snel eenstemmigheid. Ook de ontzuiling en depolarisering is daar debet aan. Kon je er vroeger gif op innemen dat wanneer De Telegraaf iemand aanviel, de Volkskrant hem in bescherming nam en andersom, tegenwoordig ligt dat genuanceerder. In de zaak-Bolkestein neemt ook De Telegraaf een kritisch standpunt in.

Of Bolkestein blijvende schade oploopt, durven opiniepeilers en pr-deskundigen niet te voorspellen. Het hangt van talrijke factoren af: wordt hij sympathiek gevonden of bestaat er latente antipathie tegen hem; is hij in staat helder en consistent weerwerk te leveren; wordt hij zichtbaar gesteund door prominente figuren om hem heen; wekt de affaire morele verontwaardiging bij het publiek of is de kwestie onduidelijk en te technisch?

Hoe belangrijk de media en de publieke opinie ook mogen zijn, ze geven niet automatisch de doorslag bij het maken en breken van een politieke carrière. 'De machtsverhoudingen zijn heel bepalend', zegt Vasterman. Een mooie illustratie vormen Lubbers en Brinkman. Beiden werden beschuldigd van onoorbaar gedrag en belangenverstrengeling. Lubbers liep geen schram op, Brinkman kwam ten val.

Bij de VVD is geen spoortje onzekerheid merkbaar over de goede afloop. Op een afdelingsavond in het liberale bolwerk Wassenaar, druk bezocht door gesoigneerde heren en enkele dames, lopen de emoties hoog op als het gaat om de monetaire toekomst van Nederland. Moeten we ons wel aansluiten bij de EMU? Kunnen we er ooit nog uit als het niet bevalt?

De kwestie-Bolkestein wordt nonchalant weggewoven. 'Ontzettend opgeklopt', zegt een VVD-wethouder. 'Ik begrijp het wel. De VVD heeft succes. We staan op 43 zetels. Dat wekt grote ergernis op bij D66 en PvdA.'

'Een hetze van de linkse pers', oordeelt een gepensioneerde ondernemer. 'Het stelt niets voor. Wat noem je zuiverheid? Ik vraag ook wel eens wat aan de wethouder die ik goed ken.'





Classification