dinsdag 28 oktober 2008

Bloggen versus journalistiek en de controleerbaarheid van de methode

Het blijft merkwaardig dat de discussie over de vraag hoe de bloggen zich verhoudt tot journalistiek nu al jaren zorgt voor begripsverwarring, drogredenen en andere onzuivere redeneringen. Een goed voorbeeld daarvan is de discussie tijdens weblogconferentie Blog08 op 24 oktober 2008.

Mankerende vergelijkingen zijn typisch voor het niveau van het debat: “Vragen of bloggen journalistiek is, is vragen of aardbeienijs ook ijs is,” aldus mediablogger Paul Bradshaw, die de hele discussie maar tijdverspilling vindt. Op dezelfde manier is het natuurlijk allemaal een vorm van communicatie, maar daar schiet je niks mee op, want dan valt reclame, voorlichting en propaganda ook allemaal onder ‘ijs’.

maandag 20 oktober 2008

Llink Atlas: creër je eigen mediahype

In het Radio 1 programma Atlas van Llink van 19 oktober 2008 een poging van radiomaker Rolf Hartogensis een mediahype te veroorzaken rond een nieuwe probleemwijk, ditmaal in Boskoop. Beluister de uitzending, waarin de mediahype aan bod komt in het tweede uur.

’Omroep bedient te kleine groep’

De actualiteitenrubrieken van de publieke omroep berichten voor een selectieve groep. „We doen journalistiek iets niet goed”, zegt NPO-voorzitter Hagoort.
De publieke omroep is er voor iedereen. Daarom moeten de actualiteitenrubrieken ’Nova’, ’Netwerk’ en ’EenVandaag’ zich meer inspannen om ook Telegraaflezers en mensen die op Wilders of Verdonk stemmen te bedienen. Daarvoor pleit Henk Hagoort, de hoogste man bij de publieke omroep, vandaag in deze krant.
Trouw 16 oktober

Afgezien van de vraag wat nou precies links of rechtse journalistiek is tegenwoordig duikt er ook nog een ander probleem op in de redenering van NPO-voorzitter Hagoort. Hij gaat er namelijk van uit dat “de publieke omroep er voor iedereen is,” en de actualiteitenrubrieken zich daarom moeten inspannen om ook Telegraaflezers en Verdonk- en Wildersstemmers te bedienen.
Als voorzitter van de nieuwe constructie NPO heeft Hagoort wellicht het idee gekregen dat de publieke omroep een geheel is die heel Nederland als doelgroep heeft. Maar zo zit ons omroepbestel niet elkaar: de zendtijd is in handen van omroepen die toegang gekregen hebben tot radio en televisie omdat ze een geestelijke of maatschappelijke stroming vertegenwoordigen. De pluriformiteit van de publieke omroep ligt dus verankerd in dit toelatingscriterium. Het gaat er niet om dat de Telegraaflezer zicht herkent in Netwerk, maar dat de KRO- en NRCV- achterban dat doet.
Als een maatschappelijke stroming zich niet vertegenwoordigd voelt dient er een aspirant omroep opgericht te worden die zendtijd krijgt op basis van voldoende leden. Dat betekent dus dat er voor de Telegraaflezers en Wilderstemmers (de nieuwe conservatieven en de maatschappelijke teleurgestelden in het Motivaction onderzoek naar leefstijlen) voldoende mogelijkheden zijn om deel uit te gaan maken van de NPO. Kijk naar de komst van omroepen als BNN, Max en Llink in de afgelopen jaren. Je kunt je inderdaad afvragen waarom de nieuwe stromingen die sinds 2002 hebben aangediend slecht vertegenwoordigd zijn in de media, maar niets verhindert dat zij weekbladen (Opinio), dagbladen, websites (Geenstijl.nl) of omroepen oprichten die hun geluid laten horen. Bovendien zijn er nog de commerciële omroepen met programma’s als Hart van Nederland, waar deze groepen (volgens Hagoort) wel naar kijken.

Het probleem is natuurlijk dat de publieke omroep in een soort spagaat zit: een de ene kant dienen de omroepen maatschappelijke stromingen te vertegenwoordigen, aan de andere kant wil de Publieke Omroep als geheel concurreren met de commerciële zenders, vandaar ook de zenderprofilering op de drie netten, die overigens was gebaseerd op de Motivaction lifestyle indeling (en niet op de maatschappelijke stromingen).

vrijdag 3 oktober 2008

Onderzoek naar berichtgeving over UMTS en fijn stof

Towards a Model for Evaluation of Reporting on Risk. The case of UMTS and Fine Particles.

The media's coverage of risk issues is often criticized for neglecting the scientific perspective on risk. This criticism, however, ignores the social context in which journalists operate: they have to report on people's worries about health-threatening issues and they have to cover actions taken by the government to address these worries. The media have to report on such issues, irrespective of the fact that in terms of scientific risk assessment the risk may be negligible. In this article, a new evaluation model for media coverage of risk is developed on the basis of a content analysis of two risk issues — universal mobile telecommunications system (UMTS) base stations and fine particle pollution (FPP) — and extensive consultation with prominent journalists, scientists and stakeholders in the Netherlands. The model defines criteria regarding sources, frames, amplification, risk perception, scientific data and the language used in the coverage. This approach offers a concrete starting point for the reporters who cover these issues in the daily news pages.

Key Words: frames • journalism • media • risk • sources

European Journal of Communication, Vol. 23, No. 3, 319-341 (2008)
DOI: 10.1177/0267323108092538

Co-authors: O. Scholten en N. Ruigrok.

donderdag 2 oktober 2008

Het televisienieuws en de macht. Onderzoek naar politiieke kleur nader bekeken

Onder de kop “Tv volgt de macht” doet de laatste editie van Dag verslag van het onderzoek van VU-politicoloog André Krouwel naar de vermeende politieke kleuring van de Nederlandse televisiejournalistiek.
Belangrijkste resultaten: journaals volgen braaf de macht, media kunnen niet worden beschuldigd van linkse partijdigheid en de linkse oppositie komt te weinig aan bod.
“Als er politici aan het woord komen in het NOS Journaal of RTL Nieuws zijn dat in tweederde van de gevallen bewindslieden of kamerleden van regeringspartijen.”
“Slechts bij grote uitzondering is het woordgebruik links of progressief te noemen, net iets vaker dan rechts of conservatief.”
“Willen onze journaals de macht kritischer benaderen, dan zullen zij echt iets meer oppositieleden aan het woord moeten laten. Het lijkt soms Italië wel, waar premier Berlusconi de redacties van zijn eigen zenders naar zijn hand heeft gezet.” Aldus Krouwel.

Op de cover meldt Dag: “Tv-journaals zijn dol op de regeringspartijen en de ministers.”

Maar is dat wel zo? Kanttekeningen bij dit type inhoudsanalyse.

Het onderzoek van Krouwel gaat uit van twee (impliciete) veronderstellingen, namelijk:
• dat je op grond van de vraag hoeveel aandacht bepaalde politici krijgen uitspraken kunt doen over de politieke kleur van het medium
• en dat als blijkt dat de media meer aandacht besteden aan de politieke macht dat zij daarmee niet kritisch opereren ten aanzien van die macht.

Beide aannames zijn discutabel, ze veronderstellen dat een gelijkwaardige verdeling van de media-aandacht over het politieke spectrum het meest neutraal is en dat het de opdracht van de media zou zijn om dat na te streven. Bovendien is de vraag of de hoeveelheid aandacht veel zegt over de manier waarop de media vormgeven aan het nieuws waarin die politieke partijen voorkomen. Al die publiciteit over Wilders was toch niet bepaald onkritisch te noemen.Stel dat we een links kabinet zouden hebben, zijn de media dan links als ze veel aandacht beteden die linkse partijen? Of omgekeerd rechts bij een rechts kabinet? En wat doen we dan met een links-christelijk-kabinet als dat van Balkenende?


Krouwel lijkt uit te gaan van een tamelijk naïef model waarin de hoeveelheid media aandacht voor een politieke partij in overeenstemming zou moeten zijn met het aantal zetels in de Tweede Kamer. Of op z’n minst zou de oppositie evenveel aandacht moeten krijgen als het kabinet en de regeringspartijen. Waar Krouwel geen rekening mee houdt is dat de media zich bij hun nieuwskeuze niet laten leiden door dit soort afwegingen, maar dat ze in eerste instantie uitgaan van nieuwswaarde. En standpunten en besluiten van de regering en de regeringspartijen hebben per definitie meer nieuwswaarde dan het standpunt van een oppositiepartij, want die regeren het land niet. Nieuwswaarde heeft met macht te maken en actoren die zich lager in de machtshiërarchie bevinden moeten zich op andere manieren onderscheiden om tot het nieuws door te dringen. Bijvoorbeeld door extreme standpunten in te nemen zoalsPVV-er Wilders doet. Of bijvoorbeeld door die op een intelligente manier aan te vallen zoals D66-er Pechtold doet (van dat splinterpartijtje!).

Het is interessant om te zien dat de gigantische hoeveelheid media-aandacht die Wilders ten deel is gevallen in het afgelopen jaar helemaal niet past in het door de onderzoekers gehanteerde model van media die braaf de macht volgen. Wilders blijkt in de onderzoeksperiode ook op televisie de meest genoemde politicus, maar de voorsprong op Balkenende en Bos is klein volgens de onderzoekers. Maar hoe valt dat te verklaren als de media zich sterk zouden laten leiden door de regeringspartijen?

De linkse oppositie is volgens het onderzoek vrijwel afwezig op de Nederlandse televisie, in tegenstelling tot collega’s als Pechtold en Verdonk. Heeft dat iets te maken met de politieke kleur van de media? Met het volgen van de regeringspartijen? Dat lijkt me niet: de media volgen ook hier de machtsverhoudingen, zij het in dit geval de ‘virtuele’ verhoudingen. Verdonk is belangrijk omdat ze op een gegeven moment 20 zetels scoorde in de peilingen en dus een machtsfactor van betekenis beloofde te worden. En D66 is de afgelopen maanden met 15 zetels af en toe zelfs de PvdA gepasseerd in de peilingen.
Het is dus de vraag of de in dit onderzoek gehanteerde aannames en criteria geschikt zijn om uitspraken te doen over de politieke kleur van de media.

Krouwel lijkt verder een tamelijk klassieke links rechts indeling te hanteren (maar om dat zeker te weten zouden we het volledige onderzoek moeten zien), waarbij onderwerpen ‘links’ of ‘rechts’ kunnen zijn en de uitleg daarbij ook weer links of rechts. Dat lijkt me een tamelijk problematische aanpak in een politiek tijdperk waarin de klassieke tegenstellingen juist door elkaar zijn geschud en rechtse politici als Verdonk of Wilders ook zeggen op te komen voorde emancipatie van minderheden, vrijheid van meningsuiting en de gelijkheid van mannen en vrouwen, vroeger typisch linkse issues. Zoals Houtman, Achterberg en Duyvendak afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad schreven: de SP combineert een economisch links programma met een cultureel rechtse agenda, terwijl de PVV en TON precies het omgekeerde doen.
“Nieuwrechts put daarmee, opmerkelijk genoeg ten dele uit dezelfde traditie als bijvoorbeeld Groenlinks.” Dat is ook de reden volgens de auteurs waarom Nieuwlinks “min of meer sprakeloos” achterblijft. “Het zijn argumenten waarop links niet gemakkelijk afwijzend kan reageren.”
In het licht van dit soort ontwikkelingen is het dan ook zeer de vraag hoe de onderzoekers de onderwerpen en de toelichting als links of rechts op een schaal van -2 naar + 2 kunnen scoren. Ik ben benieuwd naar de gehanteerde criteria bij een onderwerp als ‘Wilders ageert tegen toenemend geweld tegen homo’s. ’

Dit geeft de beperkingen aan van kwantitatieve inhoudsanalyses die gebaseerd zijn op tamelijk eenvoudige coderingsschema’s (links/rechts of positief/negatief), zonder rekening te houden met het bredere kader van de grote veranderingen in het Nederlandse politieke landschap.

woensdag 3 september 2008

Media en rampen

Rampen zijn groot nieuws en blijven vaak nog maandenlang de voorpagina’s beheersen. Hoe ziet de berichtgeving eruit in de verschillende fasen na een ramp? Welke ontwikkelingen in de journalistiek en het medialandschap spelen daarbij een rol? Wat zijn de gevolgen van de berichtgeving voor de getroffenen en voor de manier waarop de samenleving met de ramp omgaat?


Download dit artikel in het Themanummer Rampen en Calamiteiten van Psychologie & Gezondheid 2008 36/3


Media and disasters

Disasters have always been breaking news, but in the current competitive media landscape the media have an interest in expanding the disaster into a news spectacle, spanning several weeks afterwards. After the immediate on the spot reporting, the media will concentrate on two major stories: human interest and the question of guilt and political responsibilities. The focus on the personal and emotional stories is the result of a major shift of perspective in journalism in which the experiences of the citizens have become equally important as the view of the official sources. The ‘blaming’ news flow can be linked to changes in the perception on risk and disaster, for which the government is held responsible at any time. The interaction between media, public and government in the aftermath of the disaster may create a process in which a specific risk, connected to the disaster, is amplified over and over again. This forces the government to take drastic action that may not be in proportion with the actual risk. Exposure to all these post-impact news waves sometimes contributes to stress-related health problems among survivors and rescue workers.

woensdag 27 augustus 2008

‘Geweldsgolf is vaak gefabriceerd’.

DIT Magazine Politie Regio Brabant Zuidoost. September 2008, nummer 7.

Berichtgeving weerspiegelt niet altijd de werkelijkheid
Stoeptegel van het viaduct, poederbrief, zinloos geweld. Het nieuws in de media over één ernstig geweldsmisdrijf leidt vaak tot een reeks nieuwe berichten over meer vergelijkbare incidenten. Toeval of niet? Hype of werkelijkheid? “Een golf van incidenten is voor een groot deel door de media gefabriceerd”, aldus mediasocioloog Peter Vasterman.

maandag 14 april 2008

Krankzinnige nieuwe trend bij de METRO

"Krankzinnige nieuwe trend"
"Dodelijke valkuilen: behalve in Limburg nu ook in bos Nijmegen"
"Ook in de bossen bij Nijmegen is een levensgevaarlijke val aangetroffen. Gaat het om dezelfde dader(s), die in het bos bij Helden in Limburg twee dodelijke valkuilen groeven? Of heeft Nederland, na het spannen van ijzerdraad over fietspaden en het gooien van stenen van viaducten, te maken met een krankzinnige nieuwe trend?" “Dit zijn misselijkmakende aanslagen op willekeurige, onschuldige mensen.”


Een fraai staaltje sensatiejournalistiek in de Metro van maandag 14 april 2008. In de bossen bij Nijmegen heeft auto van staatsbosbeheer een lekke band opgelopen door een kraaienpoot. Dit ‘incident’ wordt onmiddellijk in verband gebracht met een ander geval, namelijk de twee valkuilen die begin april in de bossen van Helden zijn ontdekt. Er is geen enkele aanwijzing dat beide incidenten iets met elkaar te maken hebben, maar de verslaggever speculeert meteen over een “krankzinnige trend”, want volgens hem staan de incidenten niet op zichzelf. Bovendien suggereert hij dat de politie deze ‘aanslag’ geheim heeft gehouden om mogelijk copieergedrag te voorkomen.

“WAT NAMELIJK BIJNA niemand weet, is dat anderhalve week eerder, op 21 maart om precies te zijn, een soortgelijke aanslag werd gepleegd in de bossen bij Nijmegen.”


Beetje vreemd want de lekke band heeft verschillende kranten gehaald op 22 maart. Nog vreemder is om in de kop te schrijven: “dodelijke valkuilen nu ook in Nijmegen.” Is een kraaienpoot een dodelijke valkuil?
Wat verder opvalt in dit Metro stuk is het totaal overspannen taalgebruik: even verder is de lekke band al veranderd in een “halve moordaanslag” en verbaast de verslaggever zich erover dat de politie geen groot alarm heeft geslagen over “weerzinwekkende incident.”
Volgens de Nijmeegse politie is de kans klein dat de incidenten iets met elkaar te maken hebben. Overigens zijn er in 2005 ook al een keer kraaienpoten opgedoken in de bossen bij Nijmegen, dus het is niet ondenkbaar dat het inderdaad werk is van stropers zoals de politie stelt. Het is de vraag waarom Metro deze “boobytraps” tot “waanzinnige” hoogten opklopt waardoor wandelaars het idee krijgen ieder moment slachtoffer te kunnen worden van "misselijkmakende" (gelukkige voor de wandelaars geen dodelijke) aanslagen?
Het vervelende is dat dit soort sensatiejournalistiek wel degelijk copieergedrag kan uitlokken, als je maar hard genoeg roept dat het een nieuwe trends is.