zondag 8 januari 2023

Statistieken transgenderzorg en transgender personen

Een overzicht van alle beschikbare actuele statistieken over transgenderzorg en transgender personen in Nederland. 

Inhoud: 

De vraag naar transgenderzorg is de afgelopen jaren explosief gestegen. In 2022 zijn er 5.280 mensen in behandeling bij een genderkliniek of GGZ-instelling, terwijl er 5.753 op de wachtlijst staan. Zo’n 30 procent is jonger dan 18 jaar. Die sterke toename begon rond 2013 en versnelde de afgelopen vijf jaar.    


De beginperiode

In de periode van 2000 tot 2012 meldden zich ongeveer 200 patiënten per jaar bij de Amsterdamse pionier van deze zorg: de VU genderkliniek. Zo’n 60 daarvan waren kinderen en jongeren. Zie grafiek 1 en 2. In vergelijking met 2012 schiet het aantal patiënten omhoog van 289 naar 5280.

Grafiek 1 Aanmeldingen 1972/2014


Sekse ratio

In de jaren tot en met 2014 was het gemiddelde ‘geboren als man’ 73 procent, en ‘geboren als vrouw’ gemiddeld 23 procent. In de laatste periode verandert dat in resp. 64 en 36 procent. De actuele cijfers van de Kwartiermaker Transgenderzorg bevatten geen data over de veranderende M/V verhouding. Bovendien gaan de cijfers van de Kwartiermaker maar terug tot 2019, het eerste jaar waarin een Voortgangsbrief is uitgebracht. 

Wel zijn er data over het aantal aanmeldingen van adolescenten in de periode 2000-2018, uitgesplitst naar M/V. Zie grafiek 2. Hier blijkt uit dat het aantal tienermeisjes veel sterker is toegenomen dan het aantal jongens. Tot en met 2013 is de sekse ratio gelijk, maar vanaf 2014 verandert deze ten gunste van de meisjes: in 2018 zijn er drie keer zo veel meisjes als jongens die zich aanmelden: 75 procent. 

Grafiek 2: Aanmeldingen adolescenten 2000/2018

Het aantal adolescenten is gestegen van 10 in 2000 naar 238 in 2016. En naar 471 in 2018. De cijfers uit 2017 en 2018 zijn bij benadering omdat er wel data zijn over kinderen en adolescenten, maar niet over adolescenten. Op grond van de verhouding in de voorgaande jaren is dat aantal geschat. De omslag doet zich voor in 2013 wanneer het aantal in een jaar verdubbelt, een groei die zich scherp voortzet, voornamelijk bij meisjes. Van 2012 tot 2018 stijgt het aantal meisjes van 30 naar 352, een toename van 1074 procent, bij de jongens is dat de helft: 493 procent. In totaal gaat het in die 18 jaar om 1.959 aanmeldingen, waarvan 75 procent valt in de periode 2013/2018. Zie Grafiek 2.  

In behandeling

In 2022 zijn er twee genderklinieken en 11 GGZ-aanbieders van genderzorg bijgekomen en zijn de aanmeldingen gestegen tot 5.280. In vergelijking met tien jaar geleden is dat een toename van 1728 procent (2012: 289; 2022: 5.280). Naar verwachting neemt dat aantal in 2023 verder toe met 1.350 naar 6.630 patiënten. Zo’n dertig procent daarvan is jonger dan 18, in 2022 zijn dat 1.635 kinderen en jongeren. In tien jaar tijd is dat een toename van 1728 procent, ofwel maal de factor 18 (van 288 naar 5.280). Zie grafiek 3. 

Grafiek 3: Zorgaanbod 2019/2022

Wachtlijsten

Het toenemend aantal aanmeldingen heeft geleid tot lange wachtlijsten. Er zijn pas data beschikbaar van 2018, toen er 1491 mensen op de wachtlijst stonden: 902 volwassenen en 589 kinderen en jongeren. In 2022 is dat aantal gestegen tot 5.753, bestaande uit 3.905 volwassenen en 1.848 kinderen. Dat is een toename van bijna 300 procent. De Kwartiermaker heeft het eerder in maart 2022 gepubliceerde cijfer van de wachtlijsten (totaal 7.731) gecorrigeerd voor dubbeltellingen. Naar schatting schrijft één persoon zich gemiddeld op 1,53 wachtlijsten in. Op een totaal aantal aanmeldingen van 8.630 leidt dat tot het genoemde aantal: 5.753 Zie Grafiek 4.

Grafiek 4: Wachtlijsten 2018/2022

Bij de minderjarigen is op grond van de aanmeldcijfers in grafiek 2 aan te nemen dat de sekse ratio 75/25 procent. Toegepast op de minderjarigen op de wachtlijst volgt de volgende verdeling in aantallen geboren meisjes en geboren jongens. Zie Grafiek 5.
Grafiek 5: Sekse ratio


Endocrinologie
De transgenderzorg bestaat niet alleen uit psychologische maar ook uit endocrinologische zorg (puberteitsremmers en cross-sex hormoonbehandelingen). Ook die vorm van zorg is de afgelopen jaren sterk uitgebreid. Naar verwachting zijn er in 2023 3.930 behandelplekken (bij genderklinieken en ‘gewone’ ziekenhuizen), tegen 1.245 in 2019. Dat is een verdrievoudiging. Zie grafiek 6.  


Grafiek 6: Endocrinologisch zorgaanbod

Vraag en aanbod
Vraag en aanbod bij de psychologische zorg zijn in de afgelopen vier jaar, sinds 2019, allebei verdubbeld. Zie grafiek 7.
Grafiek 7: Vraag en aanbod transzorg

Tavistock in Londen
Ter vergelijking de cijfers van de grootste Engelse genderkliniek Tavistock. 
Ook hier neemt het aantal verwijzingen begin jaren tien sterk toe: in 2015 verdubbelt het aantal van 691 naar1409. In 2021/22 zijn er 3585 aanmeldingen, net als in Nederland vermenigvuldiging met de factor 17. Zie grafiek 8. 

Grafiek 8: GIDS Referrals 2011/2022

En net als in Nederland vindt er een grote verschuiving plaats in de man/vrouw verhouding. Tien jaar geleden was die verhouding ongeveer gelijk, in 2021/22 is meer dan 54 procent vrouw, 24 procent man en is van 22 procent onbekend tot welk geslacht ze behoren. In 2018 toen van iedereen op 5 personen bekend was tot welke sekse zij behoorden was de verhouding M/V: 28 versus 72 procent. Zie grafiek 9. 
Grafiek 9: Sex ratio GIDS referrals

Grafiek 10: Age referrals GIDS

In grafiek 10 een leeftijdsverdeling van alle aanmeldingen bij Tavistock in de afgelopen tien jaar. De grootste groep is die van de 15 en 16 jarigen, bij elkaar 43 procent. 

Voor de periode 2000/2018 zijn ook data beschikbaar over de leeftijdsverdeling van de jongeren die zich hebben aangemeld bij de Amsterdamse genderkliniek KZcG. De grootste groep is hier iets ouder dan die van Tavistock, namelijk 16 en 17 jaar. In deze grafiek is ook duidelijk dat die groep voor ruim 70 procent uit meisjes bestaat. 


Grafiek 11 Leeftijdsopbouw aanmeldingen 2000/2018 in Amsterdam


Transgenderidentiteit en genderdiversiteit in Nederland
In haar oratie in oktober 2022 gaf de nieuwe hoogleraar Gender- en geslachtsvariaties Baudewijntje Kreukels een schatting van het aantal volwassenen en kinderen met een ‘transgenderidentiteit’ en ‘genderdiversiteit’. Overigens zonder daarbij definities te vermelden. 



Als we dit omrekenen naar het totaal aantal kinderen en adolescenten in Nederland (CBS) ontstaat het volgende beeld. 

Volgens de lage schatting (1,2%) zouden er dan ruim 31 duizend kinderen en adolescenten zijn met een transgenderidentiteit. Volgens de hoge schatting (2,7%): ruim 70 duizend. Er staan ongeveer 1.800 jongeren op de wachtlijst en zijn er ruim 1.600 in behandeling, totaal 3.400, dat is respectievelijk 11 en 5 procent van het totaal. Bij genderdiversiteit liggen de percentages veel hoger: variërend van 65.244 tot 219.219 mensen. 


Bij volwassenen leveren de geschatte percentages de volgende resultaten op. 




Dat betekent dat er dus zo’n 74 tot 141 duizend mensen (0,44 tot 0,84%) zijn die een transgenderidentiteit hebben, terwijl er zo’n 137 tot 860 duizend mensen (0,81 tot 5,1%) genderdivers zijn. Niet duidelijk is of dit aparte groepen zijn of dat ze tot beide groepen kunnen behoren. Duidelijk is wel dat transgender en genderdivers bij jongeren veel meer voorkomt dan bij ouderen.

Canadese data 

Dat blijkt ook uit recente Canadese data van Statistics Canada


Genderdiversiteit komt het meeste voor bij jongeren van 20 tot 24 jaar: 0,85 procent. Transgender mannen zijn gemiddeld tien jaar jonger dan transgender vrouwen. Tweederde van de non binaire mensen is jonger dan 35. Bij ouderen van boven de 65 is dat 0,14 procent. 

Engelse data 
In het onderzoek “Gender identity: age and sex, England and Wales: Census 2021” is gevraagd naar zowel sekse als genderidentiteit. Ook hier blijkt dat trans het meest voorkomt bij jongeren en dat het in de meeste gevallen mensen zijn die aangeven als vrouw te zijn geboren. 
Dat mensen zeggen dat hun genderidentiteit anders is dan hun bij de geboorte geregistreerd geslacht komt het meeste voor bij jongeren van 16 tot 24 jaar. Bij deze cijfers gelden deze mensen als trans: 1,00% (63.000) zich identificeerde als zodanig. In de totale bevolking is dat 0,54% (262.000). Het aandeel mensen dat zich identificeert als trans daalt met elke opeenvolgende leeftijdsgroep.




Van de mensen die de geslachtsvraag als vrouw beantwoordden, waren degenen tussen 16 en 24 jaar het meest waarschijnlijk geïdentificeerd als trans (1,16% of 36.000). Dit komt deels omdat de 0,39% (12.000) die zich identificeerden als non-binair groter is dan voor oudere leeftijdsgroepen.



Bronnen. 
De data over de periode 1972-2014 komen uit: C.M. Wiepjes (cs) (2018). The Amsterdam Cohort of Gender Dysphoria Study (1972-2015): Trends in Prevalence, Treatment, and Regrets. J Sex Med 2018;15:582-590. 
Bron kinderen: A.L.C. de Vries, P.T. Cohen-Kettenis (2012). Clinical Management of Gender Dysphoria in Children and Adolescents: The Dutch Approach. Journal of Homosexuality. Volume 59, 2012 - Issue 3. 
Bron adolescenten: M. Arnoldussen, T. D. Steensma, A. Popma, A.I.R. van der Miesen, J.W.R. Twisk, A.L.C. de Vries (2019). Re-evaluation of the Dutch approach: are recently referred transgender youth different compared to earlier referrals? European Child & Adolescent Psychiatry (2020) 29:803–811. En: Amsterdam UMC — Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie: Genderzorg in ontwikkeling Jaarbeeld 2011 - 2018. En: Jongen/meisje. interview | Bas, Lynn en Amy wisten op jonge leeftijd al helemaal zeker dat ze in het verkeerde lichaam woonden. Trouw 10 oktober 2015
Bron leeftijdsverdeling: M. Arnoldussen · F.B.B. de Rooy, A.L.C. de Vries, A.I.R. van der Miesen, A. Popma, T.D. Steensma (2022). Demographics and gender related measures in younger and older adolescents presenting to a gender service. European Child & Adolescent Psychiatry
BPC Kreukels (2022). Gender en geslacht in transitie. Oratie.