donderdag 20 mei 1999

De rampzalige berichtgeving over de nasleep van de Bijlmerramp 


Peter Vasterman

Niet alleen voor de politiek, ook voor de journalistiek is er reden tot een kritische terugblik op de nasleep van de Bijlmerramp. Een analyse van de berichtgeving over de Bijlmerenquête


In verkorte versie gepubliceerd in De Journalist van 20 mei 1999.

De speciale rol van de pers bij deze enquête

Er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken hoe het eindrapport 'Beladen vlucht' ontvangen zou zijn als de enquêtecommissie het hele vooronderzoek en al die 89 verhoren in alle stilte zou hebben verricht. Dan zou er zeer waarschijnlijk met hele andere ogen gekeken zijn naar het rapport dat afrekent met alle complottheoriën, geruchten en speculaties rond de nasleep van de Bijlmerramp. Geen giftige lading, geen wapens, geen explosieven, geen plutonium, geen fraude met de ladingpapieren, geen gebrekkig onderhoud, geen onderschatting van het aantal slachtoffers, geen vreemde mannen in witte pakken, geen betrokkenheid van geheime diensten, geen extra gezondheidsrisico's door het verarmd uranium, geen 'spontane' vorming van gifgas Sarin, geen mycoplasmabesmettingen, alleen, heel misschien, een relatie tussen een aantal gevallen van auto-immuunziekten en de ramp, al is dat verband nog lang niet wetenschappelijk aangetoond. De commissie legt wel een verband tussen 'gezondheidsklachten' (let wel: niet 'de gezondheidsklachten') en de ramp, maar doelt daarmee voornamelijk op klachten die verband houden met post traumatisch stress stoornis (PTSS). De belangrijkste kritiek op de overheid en de verantwoordelijke bewindslieden heeft dan ook betrekking op het niet adequaat en niet tijdig reageren op de maatschappelijke onrust waardoor dit soort gezondheidsklachten kon toenemen. Als de pers dit rapport op 22 april om 6.00 uur 's morgens zou hebben opengeslagen zonder dat er een openbare enquête zou hebben plaatsgevonden, dan zou de oorlog in Kosovo ook op die dag de voorpagina's hebben beheerst en zou de politieke storm binnen een dag zijn overgewaaid. Het rapport zou met andere woorden één grote ontnuchtering hebben opgeleverd.

Dat het anders is gelopen, heeft te maken met het hele maatschappelijke proces dat zich sinds het begin van de openbare verhoren heeft afgespeeld: de live uitzendingen, de berichtgeving in de media, de reacties van 'Bijlmerslachtoffers', de commentaren van deskundigen, en niet te vergeten de uitspraken en beschuldigingen van de commissieleden zelf tijdens persbriefings of via lekken. Hoogtepunt of zo men wil dieptepunt in dat geheel vormde de opwinding en soms zelfs paniek over de vermeende gevaarlijke, explosieve lading en het zogenaamd 'onder de pet' houden daarvan.

De media hebben in dat proces uiteraard een zeer belangrijke rol gespeeld, niet alleen door de dagelijkse verhoren te verslaan, maar ook door het plaatsen van al die brokjes informatie in bredere kaders waardoor de grote lijnen voor het publiek duidelijk moesten worden. En dat was moeilijk, want de verhoren bleken stukjes te zijn van een zeer grote, maar onbekende legpuzzel. Bovendien legden getuigen verklaringen af (onder ede!) waarvan op dat moment (nog) niet duidelijk was of dat de definitieve feiten over dat onderdeel zouden zijn. Door het ontbreken van afgeronde feiten en de context van de verklaringen stond de pers voor de moeilijke opgave om gaandeweg zelf een context aan te geven en zelf de getuigenverklaringen op hun waarde te schatten. De commissie die de verhoren uitvoerde, beschikte op basis van het uitgebreide vooronderzoek al over veel meer achtergrondinformatie dan de verslaggevers. Bovendien kon de commissie door de volgorde van de verhoren, de vraagstellingen, de manier van ondervragen de regie houden over de inhoud en de toonzetting van deze 'primaire' informatiestroom.

Wie de zeer uitvoerige berichtgeving in de vijf landelijke dagbladen in al die maanden probeert te overzien, komt tot de conclusie dat de media zich niet bepaald hebben beperkt tot een feitelijke verslaglegging van de verhoren en de werkzaamheden van de commissie. Er waren eigen onthullingen ('Borst wist van giftige stoffen.' Trouw), verontwaardigde koppen op de voorpagina's (Algemeen Dagblad: 'Zes jaar belazerd.'), en felle commentaren ('Eindelijk erkenning.' de Volkskrant). Sommige artikelen over de verhoren leken meer op theaterrecensies dan op een afstandelijke verslagen, zo overheerste de eigen mening van de verslaggever over het 'zwakke optreden' van menig getuige.
Daarnaast kenmerkte de berichtgeving zich door uiterst selectieve weergaven van de verhoren, door gebrek aan context, door slecht onderbouwde 'onthullingen', en vooral door een soort onderdompeling in de verontwaardiging en de emotie van het moment. En dat was riskant want telkens diende zich weer nieuwe informatie aan, waardoor de bodem onder die harde oordelen werd weggeslagen.

De Bijlmertape: een meeslepende onthulling

Dat de onthulling beruchte Bijlmertapes over de gevaarlijke lading leidde tot een schokgolf door de media en vervolgens door Nederland, was niet zo verwondelijk. Die 'regiefout', eufemistisch gesproken, valt vooral de commissie zelf aan te rekenen, wel kwalijk is dat de pers in die opwinding is meegegaan en nauwelijks aandacht besteedde aan al die signalen die al meteen in de richting van een canard wezen. Nog op dezelfde dag verklaart ramponderzoeker Erhart van de Rijksluchtvaartdienst al dat er sprake is van een 'misverstand', hetgeen twee dagen later nog eens wordt bevestigd door rampenonderzoeker Wolleswinkel, maar zij zijn voor de buitenwacht eerder verdachten dan getuigen. Als hun verklaringen al werden gemeld - sommige kranten deden zelfs dat niet - dan werden ze vervolgens niet serieus genomen. Trouw bijvoorbeeld begint het kleine artikel over het verhoor van Erhart als volgt: 'Onderzoeker F. Erhart was er tot gisteren van overtuigd dat er geen gevaarlijke lading en munitie in het vrachtvliegtuig heeft gezeten. "Het berust ook op een misverstand," verklaarde hij gisteren tegenover de parlementaire enquêtecommissie.' Zowel in Trouw als in De Telegraaf ontbreekt twee dagen later in het verslag van Wolleswinkel zijn bevestiging van het voorlezen van de verkeerde lijst. 'Naar verluidt is ook de positie van ramp-onderzoeker Wolleswinkel sinds zijn uiterst zwakke optreden gistermiddag bij de enquêtecommissie uiterst wankel.' Aldus De Telegraaf die 'vergeet' te melden dat Wolleswinkel onder ede had verklaard dat de El Al medewerker de verkeerde lijst had voorgelezen.

Bepalend voor alle grote stukken en commentaren is het bewust geheim houden van de informatie dat er een explosieve, giftige lading aan boord was. 'Gevaarlijke vracht Boeing verzwegen. Ramptoestel vervoerde explosieven en gif. Politici verbijsterd.' (de Volkskrant Woede om doofpot El Al-gif (De Telegraaf ) 'Zes jaar belazerd.' Explosieven, gif en gassen aan boord El Al-toestel.' (Algemeen Dagblad) Iedereen is in de ban de grote onthulling hetgeen aanleiding is voor allerlei beschouwingen over het indienen van schadeclaims, de mogelijkheden voor strafrechtelijke vervolging, het beschadigde vetrouwen in de overheid, en natuurlijk over de politieke gevolgen. 'Kabinetscrisis reël optie na Bijlmerenquête,' speculeert Algemeen Dagblad.
NRC Handelsblad houdt nog een slag om de arm in een nieuwsanalyse ('Als Wolleswinkel en Erhart gelijk hebben met hun bewering dat de lading geen extra gevaren heeft opgeleverd voor de hulpverleners ter plaatste, verliest ook de poging van enkele luchtvaartfunctionarissen om de kwestie in de doofpot te stoppen aan betekenis. Die werkten dan immers in het luchtledige: een luchtbel laat zich moeilijk is de doofpot stoppen. Maar de versie van de deskundigen is nog allerminst bewezen.'), maar alleen de Volkskrant komt drie dagen na de Bijlmertape met een achtergrondverhaal dat het begrip 'gevaarlijke stoffen' zoals gebruikelijk in de luchtvaart enigszins nuanceert: ook cosmetica en parfum vallen daar namelijk onder. De gevaarlijke stoffen deskundigen in dit artikel zijn verbaasd over zoveel onkunde en massahysterie. En die lijkt er inderdaad te zijn en dan niet alleen in de politiek zoals De Telegraaf meldt. Volgens Algemeen Dagblad zijn 'veel mensen echt in paniek.' Bijlmeradvocaten platgebeld.' Naar later blijkt hebben zich na deze opzienbarende week nog honderden mensen met gezondsklachten gemeld.

Een week na de Bijlmertape, wanneer zo ongeveer alle media nog in de ban zijn van de giffen, gassen en explosieven in de lading, komt de Volkskrant met een opmerkelijke onthulling: 'Ramp-Boeing vervoerde geen explosieven.' Op basis van het bestuderen van de gevaarlijke stoffenlijst van de vlucht New York-Amsterdam-Tel Aviv, gecombineerd met de ladingsplattegrond, komt deze krant tot de conclusie dat de gevaarlijke vracht op Schiphol is uitgeladen. 'De El Al-medewerker heeft abusievelijk de gevaarlijke stoffenlijst, de Notoc over de hele vlucht doorgenomen.' Vreemd genoeg blijft het in de andere media stil, deze belangrijke primeur wordt niet overgenomen, de andere media blijven nog dagenlang vasthouden aan het beeld van de gevaarlijke explosieve lading. Zo maakt Trouw zich nog steeds druk over wie er van de geheime lading geweten zou moeten hebben; 'Politie kende gevaarlijke lading in ramp-Boeing.' Maar deze informatie kwam niet door bij commissaris Welten en de hulpverleners.(Trouw 11/2/99) In een van de laatste alinea's vermeldt de krant wel dat de meeste vracht in Amsterdam werd uitgeladen, maar er wordt geen verband gelegd met het voorlezen van de verkeerde lijst door de El Al medewerker.

Pas na het verhoor op vrijdag 12 februari van brandweercommandant Ernst begint het besef door te dringen dat, zoals NRC Handelsblad schrijft, het bericht over de gevaarlijke lading 'non-informatie' was, maar Trouw heeft een dag later voorlopig alleen 'twijfel' of het bericht over de gevaarlijke lading juist was. NRC Handelsblad op 13 februari: 'Deed de Bijlmerenquête Nederland vorige week nog op zijn grondvesten schudden met de onthulling over pogingen van verkeersleiders om informatie over de gevaarlijke lading onder de pet te houden, deze week bleef daar weinig van over. In het NOS Journaal erkende ook voorzitter Th. Meijer dat dit nieuws 'een lading heeft gekregen die achteraf misschien anders had moeten worden gebracht.'
Algemeen Dagblad zet de kop 'Lading van Boeing niet gevaarlijk' voor deze zekerheid maar tussen aanhalingstekens. De Telegraaf probeert de onwelgevallige boodschap van 'brandweerbaas' Ernst nog enigszins te ontzenuwen door de toevoeging dat "Comissieleden na afloop van de verhoren lieten doorschemeren de verschillen (met de voorgesprekken, PV) in de verklaringen van de brandweercommandant heel merkwaardig te vinden." En Trouw ('Uranium onbekend.') vindt niet de 'non-informatie' van Ernst het belangrijkste, maar de uitspraak dat de leiding van de brandweer en de politie niet op de hoogte waren van het verarmd uranium. In een nieuwsanalyse signaleert Trouw nu ook eindelijk twijfels over de tapes, maar wijst er vervolgens wel op dat er geen bewijzen, geluidsbanden of logboeken zijn die het verhaal van Ernst ondersteunen.

Ook al groeit de twijfel over de vermeende gevaarlijke lading, voor veel commentatoren is dat geen probleem: het feit dat de verkeersleiders informatie onder de pet hielden is inmiddels het 'werkelijke' schandaal, niet of het achterhouden extra risico's heeft opgeleverd voor de hulpverleners. Opvallend is dat commentatoren over het algemeen niet terug komen op eerder ingenomen standpunten, al waren die gebaseerd op onjuiste onthullingen.
Als uiteindelijk El Al medewerker Aaij aan de beurt is bij de verhoren, slaagt De Telegraaf er onder de kop 'Medewerker El Al geeft fouten toe,' in om hem verantwoordelijk te maken voor de commotie die is ontstaan. 'De giffen, explosieven en bevoren gassen (...) zijn uitgeladen in Amsterdam. El Al medewerker gaf dit gisteren voor de enquêtecommissie toe. Hij had tot zijn spijt de verkeerde ladinglijst met gevaarlijke stoffen voorgelezen.'

Gebrek aan context

Of het nu gaat om het onderhoud van de El Al vliegtuigen, het vervoer van gevaarlijke stoffen, of het niet doorspelen van informatie, telkens ontbreekt het in de meeste kranten aan achtergrondinformatie. Is het onderhoud van El Al slechter dan van andere luchtvaartmaatschappijen? Is het ongebruikelijk dat vliegtuigen vertrekken met een lange lijst van 'carry-overs', uitgestelde reparaties? Het plaatsen van de informatie uit de verhoren in een bredere context (wat is gebruikelijk in de luchtvaart?) zou verontrustende koppen als 'El Al onderhield toestellen slecht.' (Volkskrant), El Al sjoemelde met onderhoud.' (De Telegraaf) of 'Ramptoestel had tal van gebreken.' (NRC Handelsblad) hebben kunnen voorkomen. In het eindrapport schrijft de commissie dat de lijst met uitgesteld onderhoud 'niet van invloed' was op de 'directe luchtvaardigheid.'
Het gebrek aan context leidt ook bij allerlei andere kwesties tot verkeerde interpretaties en tal van onrustbarende of zelfs paniekzaaiende koppen.
Vooral de eindeloze reeks van artikelen over de vraag of ministers, topambtenaren of andere gezagsdragers al dan niet op de hoogte waren van bepaalde informatie, of ze die hadden moeten hebben en of ze er iets anders mee hadden moeten doen dan ze deden, is volkomen buiten proporties, vooral ook omdat in de meeste gevallen de context van de gezondheidsrisico's onduidelijk is. Met andere woorden de lezer krijgt geen antwoord op de vraag of het al dan niet doorsluizen van informatie op een bepaald moment daadwerkelijke extra risico's heeft opgeleverd voor hulpverleners en omwonenden. Een paar voorbeelden: 'RLD gaf gegevens uranium niet door.' (NRC Handelsblad) 'Onderzoeksteam wist al snel van uranium El Al. (de Volkskrant) 'Politie kende gevaarlijke lading in ramp-Boeing.' (Trouw) Helemaal bizar worden dit soort beschuldigingen als op dat moment al zeker is dat er geen gevolgen zouden zijn geweest, bijvoorbeeld omdat er geen sprake was van een giftige lading. Terwijl op dan al duidelijk is dat de zogenaamde giffen en gassen zijn uitgeladen, draait het bij het verhoor van top-ambtenaar Weck om de vraag of hij geweten heeft van die onjuiste informatie en waarom hij er niets mee heeft gedaan. 'Weck ontkent kennis over vracht Boeing.' (de Volkskrant). 'Tomambtenaar Weck geeft geen duidelijkheid.' (Trouw) Uiteraard heeft de enquêtecommissie zelf ook veel bijgedragen aan deze beeldvorming door voortdurend op deze kwesties door te vragen.
Het ontbreken van context tijdens de enquête zorgt ervoor dat de kranten kunnen blijven vasthouden aan de impliciete veronderstelling dat hier een groot (gezondheids-)schandaal is de maak is.

Eenzame primeurs

Dat de media met eigen onthullingen rond de enquête proberen te komen is begrijpelijk en nastrevenswaardig, vooropgesteld dat de primeurs op deugdelijke feiten en betrouwbare bronnen berusten. Dat de kranten gedurende de enquête elkaars primeurs niet overnamen, was al een signaal voor het feit dat de media weinig vertrouwen hadden in het voorpaginanieuws van de concurrentie. En als een krant er zelf ook niet meer terugkomt, dan slaat toch wel de twijfel over de kwaliteit van de onthullingen toe. Ook als de commissie tijdens de verhoren en ook in het eindrapport later de vloer aanveegt met bepaalde 'theoriëen', komen de kranten die er groot mee geopend hebben er niet meer op terug. Een paar voorbeelden.

Zo meldt Trouw op 10 februari: 'Borst wist van giftige stoffen. Minister deed sinds eind december niets met vondst cesium tussen resten El Al-Boeing.'
Het gaat volgens de krant om het radio-actieve afvalproduct Cesium-137, dat is aangetroffen in KLM hangar 8. 'Cesium-137 is gevaarlijk bij huidcontact en inademing en kan na jaren huid- en eierstokkanker veroorzaken.' Aldus Trouw. Deze 'schokkende' onthulling, een week na de Bijlmertapes, bevestigt het beeld van een overheid die de aanwezigheid van gevaarlijke radio-actieve stoffen geheim probeert te houden. De andere media negeren deze verontrustende primeur echter volledig. Een dag later meldt Trouw in een artikel over 'de met uranium en cesium besmette hangar' en passant dat het Cesium een overblijfsel is van de kernramp in Tsjernobil in 1986 en dat de commissie aan Borst heeft meegedeeld dat er geen sprake is van risico's. Einde onthulling.

Ander voorbeeld: volgens Trouw (op 5 maart 1999) is er waarschijnlijk plutonium aan boord geweest. Onder de kop 'Onderzoek naar plutonium mocht niet,' komt de krant met de onthulling dat de rechercheurs die wilden uitzoeken of er vier kilo plutonium aan boord was, van de zaak zijn gehaald. Trouw baseert zich op allerlei anonieme bronnen zoals 'kringen rond de commissie', 'bronnen binnen de luchtvaartpolitie' en 'vrienden' van de rechercheurs, die zeggen dat een van hen 'enkele maanden moest meerijden in een surveillance-auto op de Veluwe.' Hoewel Trouw schrijft dat de aanwezigheid van het plutonium - 'vooral bekend door zijn toepassing in kernwapens' -nooit bewezen is, wekt het artikel de indruk dat de hele gang van zaken buitengewoon verdacht is. Bovendien sluit het artikel aan op een eerdere onthulling van Trouw in oktober van 1998 dat de Ramp-boeing een nucleaire lading aan boord had. Uitgezonderde de Telegraaf die een keer melding maakt van 15 metalen bollen (geschikt voor vervoer van plutonium) die in hangar 8 opduiken en weer verwijnen, wordt ook deze primeur door de andere media genegeerd. En dit keer komt Trouw er zelf ook nooit meer op terug, ook niet na afloop van de enquête.

De Telegraaf voert tijdens de enquête een geheel eigen koers: deze krant werkt nauw samen met de als 'privé-onderzoeker' aangeduide L. Bertholet, die verschillende ijzers in het vuur heeft liggen: het geheimzinnige, gemodificeerd mycoplasma, de mannen in witte pakken en natuurlijk de (nog steeds) explosieve, giftige lading. De Telegraaf op 13 februari: 'Bloedafwijking door EL Al-ramp. Golfsyndroombacterie KLM-man bewezen.' De Bijlmerzieken zijn het slachtoffer van vergiftiging door deze 'gemene onzichtbare bacterie', hetgeen bewijst 'dat het rampvliegtuig gevaarlijke chemicaliën voor chemische en biologische oorlogsvoering aan boord had.' Verder brengt De Telegraaf als primeur dat 'de mannen in witte pakken bestaan' en dat het leden van een speciale defensie eenheid zijn die gevaarlijke materialen moesten afvoeren De uiteraard anoniem geciteerd 'bron zegt ernstig ziek te zijn evenals een aantal van zijn collega's.' 'Een andere bron heeft als liaison-officier het transport van de eenheid naar het rampterrein verzorgd. (...) Volgens de liaison-officier kent het ministerie van Defensie de aard van de klachten van de zieke Bijlmerbewoners. "Op verzoek van de Amerikanen is daar niets mee gedaan".'
Op 6 maart, dus weken na de 'non-informatie' van de Bijlmertape besteedt De Telegraaf weer een hele pagina aan Berthelet die stelt dat de 'Ramp-Boeing vol verborgen gevaren zat'. 'Aan boord was onder andere kwik, kankerverwekkende verf, fluor-waterstof, explosieven en helium....' Zelfs de verf op het vliegtuig is volgens de Telegraaf 'zeer gevaarlijk' en 'kankerverwekkend.'

Ook dit zijn onthullingen die niet door de andere media serieus worden genomen. Alleen Trouw schrijft in een een klein kritisch stukje dat de mycoplasmatheorie uiterst dun en speculatief is, aangezien het om een zwak virusje gaat dat de brand niet kan overleven. Het mycoplasma komt aan de orde tijdens het verhoor van Internist Prof. R.M. Kurk, die de theorie over het genetisch gemanipuleerde Mycoplasma zeer speculatief noemt. En dat is nu juist de uitspraak die De Telegraaf niet vermeldt in de ene alinea over dit verhoor. Geruisloos maakt de krant een bruggetje tussen de zestig Schiphol medewerkers met een bloedafwijking en het mycoplasma. Voor De Telegraaf blijft het mycoplasmaverhaal overeind. Over de mannen in witte pakken en de kankerverwekkende verf doet De Telegraaf er later het zwijgen toe, ook na verschijning van het eindrapport. Het eindrapport: 'In Nederland wordt door enkelen het gemanipuleerd mycoplasma, ten onrechte, in verband gebracht met de Bijlmerramp. Volgens deze mensen bevatte de El Al-Boeing gemanipuleerd mycoplasma voor de ontwikkeling van biologische wapens in Israël.'

Stategische lekken

In de berichtgeving valt op dat Algemeen Dagblad en Telegraaf vaak met nieuws komen dat is gebaseerd op anonieme bronnen, meestal in de vorm van 'volgens bronnen rond de commissie.' Veel van die 'onthullingen' betreffen informatie uit de voorgesprekken van de commissie waaruit zou blijken dat bijvoorbeeld Wolleswinkel ongenadig hard is aangepakt, omdat hij gestraft moest worden voor zijn hooghartige houding tijdens het voorgesprek.
Zo voorziet Algemeen Dagblad (12/3/99)onder de kop 'Dubieus optreden minister. Jorritsma ernstig in de fout.' Volgens deze krant heeft Jorritsma de commissie uitgedaagd: 'Volgens bronnen rond het onderzoek heeft zij de commissie onder druk gezet tijdens haar voorgesprek. (Algemeen Dagblad 17/2/99) Andere lekken uit de commisie gaan over wie wat op welke moment geweten zou moeten hebben. Opvallend is dat deze onthullingen wel een rol spelen in de daaropvolgende berichtgeving en dan vooral als er gespeculeerd wordt over de mogelijke gevolgen voor bewindslieden. Dat de enquêtecommissie misschien een bepaalde beeldvorming nastreeft (of ministers voor hun openbare verhoor onder druk wil zetten) door het selectief laten uitlekken van informatie komt in geen enkele krant aan bod. Een goed voorbeeld is het eerder genoemde stuk in de Telegraaf: (6/3/99) 'Naar verluidt is ook de positie van ramp-onderzoeker Wolleswinkel sind zijn uiterst zwakke optreden gistermiddag bij de enquêtecommissie uiterst wankel.'
Als de woede om de vermeende doofpot op zijn hoogtepunt is, wordt deze nog eens extra gevoed door lekken dat zeggen dat 'deze gevoelige informatie wel degelijk bekend was in de top van het ministerie.' (De Telegraaf 4/2/99). Daarnaast maken Trouw, Algemeen Dagblad en Telegraaf vaak gebruik van anonieme bronnen om speculatieve theoriëen te onderbouwen, bijvoorbeeld over de aanwezigheid van plutionium of over de mannen in witte pakken. Voor de lezer is deze informatie uiteraard volkomen oncontroleerbaar.

Gezondheidsrisico's zitten niet tussen de oren

Bij de verhoren van de getuigen in de 'week van de gezondheidsklachten' blijkt hoeveel problemen de kranten hebben met een evenwichtige weergave van de uitspraken van de deskundigen en het plaatsen van die uitspraken in de juiste context. Ook al is het belang van de lading enigszins afgezwakt, toch hangt over de berichtgeving in deze week de veronderstelling dat er een direct verband 'moet' zijn tussen de de ramp en de gezondheidsklachten van de Bijlmerbewoners en hulpverleners. Vanuit dat perspectief wordt selectief geciteerd uit de verhoren, geruststellende, relativerende informatie wordt genegeerd, gebagatelliseerd of ontkracht door verontrustende koppen.
Een mooi voorbeeld is de context waarin De Telegraaf de uitspraak plaatst van de ECN-stralingsdeskundige tijdens de verhoren dat het gezondheidsrisico van het stof van verarmd uranium in hangar 8 te vergelijken is met het roken van ongeveer één sigaret: "Commissieleden zeiden na afloop dat hier niet teveel conclusies aan verbonden mogen worden." De verslaggevers lijken zich -gesteund door de commissie- te willen vastklampen aan de iedere aanwijzing dat de lading, het verarmd uranium of dan maar de hele kerosinebrand de gezondheidsklachten 'moeten' hebben veroorzaakt. Dit leidt ertoe dat tegen het eind van de week het uranium als dé oorzaak van de auto-immuunziekten wordt aangewezen. Hoewel AMC-patholoog Jan Weening alleen heeft gesproken over 'toxische stoffen' en niet over verarmd uranium, kopt de Telegraaf : 'Uranium oorzaak Bijlmerklachten.' (6/3/99). Hoewel alle onderzoekers in deze week uitsluiten dat het verarmd uranium extra gezondheidsrisico's heeft veroorzaakt, is dat niet het beeld dat uit de berichtgeving naar voren komt. Als de informatie al in een kop terecht komt, staat de uitspraak tussen aanhalingstekens om duidelijk te maken dat het 'een opvatting' is en geen feit. 'Uranium El Al Boeing verwaarloosbaar risico.' (NRC Handelsblad.)

Verder valt op dat verschillende verhoren nauwelijks in de dagbladen zijn terug te vinden. Het verhoor van psychiater Gersons die de commissie informeert over posttraumatische stress-stoornis, de aandoening waar toch de meeste 'Bijlmerpatiënten' aan lijden, bevat blijkbaar zo weinig nieuws dat alle kranten maar een kleine alinea de moeite waard vinden. Men lijkt geen 'tussen de oren' verhalen te willen horen, maar harde theorieën over verbanden met giftige stoffen. De Telegraaf, de Volkskrant en Trouw negeren het verhoor van AMC onderzoekscoördinator IJzermans volledig, waardoor de lezers van deze krant op dat moment niet worden geïnformeerd over waar het nou precies om draait bij het AMC onderzoek. En dat is jammer want in de berichtgeving is toch al voortdurend verwarring over 'de weigering van het AMC om een gericht lichamelijk onderzoek uit te voeren.' Deze formulering wekt de indruk dat het AMC patiënten een individueel onderzoek en een behandeling heeft geweigerd, terwijl dat niet zo is. Iedereen die klachten heeft, is onderzocht en wordt of werd behandeld, ook de mensen met de auto-immuunziekten. Bij het AMC onderzoek gaat het in werkelijkheid om een epidemiologisch onderzoek om het verband tussen de ramp en de klachten wetenschappelijk te bewijzen. Bij de eerste stap, het onderzoeken van klachtenpatronen, bleken de klachten van de 'Bijlmerpatiënten' ver uiteen te lopen, de meest voorkomende (18 maal), maar statistisch niet significante combinatie, was die van vermoeidheid en hoofdpijn. Geen 'Bijlmersyndroom' dus, maar de meeste dagbladen, uitgezonderd NRC Handelsblad vinden deze informatie te ingewikkeld voor de lezer die nog steeds ervan uit moet gaan dat doodzieke patiënten in de kou blijven staan.
In de berichtgeving over het verhoor over de verschillende onderzoeken naar de gezondheidsrisico's rond de brand valt op dat minimale interpetatie- en meningsverschillen breed worden uitgemeten (NRC Handelsblad: 'Onzekerheid over gevaar van brand.'), ten koste van de aandacht voor de overeenkomstige conclusies, namelijk dat de brand, noch het uranium extra gezondheidsrisico's heeft opgeleverd. Zo vermoedt een van de onderzoekers dat zich in de smeulfase dioxines hebben gevormd en zou het beter zijn geweest als de brandweer met perslucht had gewerkt. Volgens Trouw beschouwt deze onderzoeker dioxine als het 'grootste risico voor de betrokkenen van de Bijlmerramp', terwijl hij in werkelijkheid stelt dat iedereen dagelijks dioxines opneemt en dat niet uit de literatuur is op te maken 'of eenmalige piekdoseringen inderdaad tot klachten kunnen leiden.'
Aan het eind van deze verhoorweek is er weinig meer over van de extra gevaren van de lading, het verarmd uranium, de dioxines en het mycoplasma, behalve dan het 'opvallend hoge' aantal gevallen van auto-immuunziekten die inmiddels zijn getraceerd. De meeste kranten besteden daar uitvoerig aandacht aan, want dit biedt eindelijk houvast: 'Uranium oorzaak Bijlmerklachten.' (De Telegraaf), 'Steeds meer ziektegevallen,'(Trouw ), 'Mogelijke relatie ramp en ziekten.' (de Volkskrant). Maar ook bij dit onderwerp ontbreken in de dagelijkse verslaggeving vaak context en kritische twijfel: hoe staat het met de statistische valkuilen bij dergelijke 'clusters'? De wetenschapsredacteuren van NRC Handelsblad ('Bijlmersyndroom nog niet bewezen.') en later de Volkskrant ('Een Bijlmerramp in de nieren.') besteden daar wel aandacht aan. En de Volkskrant publiceert enige tijd later een opiniestuk van een statisticus die maant tot voorzichtigheid: 'Een ding is zeker: typeringen als 'onrustbarend' en 'zeer hoog' werken sterke gevoelens van onbehagen in de hand. Echter wanneer de context van de gepubliceerde getallen niet duidelijk is, is het verstandig om ons af te vragen of dergelijke krachtige taal wel op zijn plaats is.'

Het verdriet van de politiek

Hoogtepunt is de laatste week van de verhoren waarin de verantwoordelijke bewindslieden in de getuigenbank zullen plaatsnemen. Veel aandacht krijgen de onverwachte tranen van 'ijskonijn' Maij-Weggen: vier zwart-wit foto's op de voorpagina van NRC Handelsblad, een grote kleurenfoto als voorpagina opening van De Telegraaf , drie zwart wit foto's op pagina 3 van Trouw. Vaak laten de verslaggevers zich verleiden tot recenserende stukken: 'Zenuwachtige Jorrtisma blijft met moeite overeind.' (NRC Handelsblad) 'Maij beleefde een moeilijk ochtend en ongeveer een uur nadat haar verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie was begonnen werd ze overmand door emoties. (...) Ze verloor haar zelfbeheersing en barstte in tranen uit.' (NRC Handelsblad) Wie het verhoor heeft gezien, weet dat de ex-minister bepaald niet in tranen uitbarstte. Onder de kop: 'Maij plengt 'tranen van onschuld.' geeft Algemeen Dagblad een uitvoerige beschrijving van de scène.
Over het algemeen is er in de kranten weinig aandacht van de afwegingen van Borst om geen grootscheeps ongericht onderzoek te laten verrichten naar de gezondheidsklachten. Algemeen Dagblad doet dat wel: 'Grote onderzoeken zouden volgens haar voor nieuwe onrust hebben gezorgd, terwijl de kans op succes minimaal was omdat er geen informatie was over de exacte lading.(...) Borst sprak van een moeilijke afweging waar ze niettemin nog steeds achter staat.' De meeste kranten leggen de nadruk op haar uitspraken dat ze 'er bijna van overtuigd is' dat men nu iets op het spoor is en dat bij een volgende ramp onmiddelijk een bevolkingsonderzoek gestart dient te worden. 'De minister durfde geen antwoord te geven op de vraag of de klachten minder onherstelbaar zouden zijn geweest als eerder was besloten tot uitgebreid lichamelijk onderzoek.' Aldus Trouw die daarmee opnieuw suggereert dat de mensen met auto-immuunziekten niet zijn onderzocht en behandeld.

De politieke lading van een ontnuchterende eindrapport

De dag voor het eindrapport verschijnt, opent NRC Handelsblad al met de kop: 'Conclusie enquête Bijlmerramp: Kamer onjuist en te laat ingelicht.' De opeenvolgende kabinetten hebben in de periode 1992 tot 1999 de Tweede Kamer 'onzorgvuldig, onvolledig, ontijdig of onjuist' geïnformeerd over de Bijlmerramp. Ook zou er sprake zijn van een directe relatie tussen de gezondheidsklachten en de Bijlmerramp en heeft traagheid en onderschatting bij de overheid die klachten ook nog doen toenemen. Opvallend is dat de dagbladen zich in hun 'voorpublicaties' onmiddellijk richten op de politieke consequenties: 'Borst in de tegenaanval. Snoeiharde kritiek in Bijlmer-rapport.' (Algemeen Dagblad), 'Borst onder vuur vanwege Bijlmerramp.' (de Volkskrant), 'Wim Kok op de pijnbank.' (De Telegraaf). Geen woord over de achtergronden van het lek: was het een fraai staaltje speurwerk of was de Commissie zelf verantwoordelijk voor het uitlekken? Wie zou er belang kunnen hebben bij een dergelijke toonzetting? In de dagen daarna blijven de pijlen gericht op de politiek en de onvermijdelijke tegenaanval van Kok en Borst. ('Kok: rapport Bijlmer zwak onderbouwd.' (NRC Handelsblad) De Telegraaf: 'Eindrapport duidelijk over fouten in Bijlmerramp. Borst: als 't zo blijft stap ik op.'

Maar het meest opvallend in alle samenvattingen, conclusies en analyses over het rapport is dat de kranten zelf niet meer terugkijken op hun eigen berichtgeving. Hoe moeten de lezers de conclusies in het eindrapport nu rijmen met alles wat ze wekenlang in hun krant hebben kunnen lezen, namelijk dat het uranium de oorzaak is van de auto-immuunziekten, dat de dioxines het grootste risico vormden, dat de verf op het vliegtuig kankerverwekkend was, dat er misschien plutonium aan boord was, dat het mycoplasma het Bijlmersyndroom veroorzaakt, dat er wel degelijk geheimzinnige mannen in witte pakken rondliepen, dat het onderhoud bij El Al gebrekkig was, dat er spookpiloten rondvlogen, dat El Al de vrachtbrieven al vanaf het begin in bezit had, enz. Men doet net alsof dat allemaal nooit is gepubliceerd. Er zijn wel commentaren over werkwijze van de commissie -met name over de Bijlmertape- maar de berichtgeving zelf blijft volledig buiten beschouwing, alsof de media geen enkele rol hebben gespeeld in het hele maatschappelijk proces rond de Bijlmerenquête. Het was echter niet uitsluitend de Commissie die de regie voerde over de beeldvorming tijdens de enquêteweken, ook de media hebben een bijdrage geleverd aan de verontrusting en verontwaardiging die achteraf in de meeste gevallen niet terecht was.

Zonder overigens haar eigen rol te evaluaren, wijst de commissie in het eindrapport op de nadelen van de openbare verhoren: 'Er ontstaat in korte tijd een eenzijdig beeld van het onderwerp van parlementair onderzoek. Immers, tijdens de openbare verhoren komen doorgaans alleen die zaken aan de orde die niet goed zijn verlopen. Deze beelden komen vervolgens sterk uitvergroot in de huiskamer terecht. Pas in de eindrapportage kan een totaalbeeld ontstaan van het proces en de wijze waarop invulling is gegeven aan de verantwoordelijkheid.'
'Er ontstaat in korte tijd een eenzijdig beeld van het onderwerp van parlementair onderzoek.' Schrijft de Commissie in haar eindrapport. 'Immers, tijdens de openbare verhoren komen doorgaans alleen die zaken aan de orde die niet goed zijn verlopen. Deze beelden komen vervolgens sterk uitvergroot in de huiskamer terecht. Pas in de eindrapportage kan een totaalbeeld ontstaan van het proces en de wijze waarop invulling is gegeven aan de verantwoordelijkheid.' Het is de vraag wat doorslaggender is voor de politieke gevolgen: dat 'totaalbeeld' of die andere beeldvorming die tot stand komt in dat enigszins chaotische maatschappelijk proces waarin de media een hoofdrol spelen?

Bijlmerlinks

EEN BELADEN VLUCHT, HET COMPLETE EINDRAPPORT. [Sdu Uitgevers] Parlementaire Enquête BijlmerrampDE VOLKSKRANT DOSSIER BIJLMERRAMPNRC HANDELSBLAD BIJLMERRAMPDE RAMP VANDAAG. Samengesteld door Digitale Stad, Lokale Nieuwsdienst Amsterdam en Stadsblad De Nieuwe Bijlmer.
DE BIJLMERRAMP EN DE VERZWEGEN FEITEN . Stichting Sociale Databank Nederland