Posts tonen met het label Artikelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Artikelen. Alle posts tonen

dinsdag 30 april 2024

NRC Opinie: Dutch protocol in transgenderzorg is onhoudbaar.

CASS-onderzoek. Laat de Gezondheidsraad een onafhankelijk onderzoek doen naar de transgenderzorg in Nederland, betogen Jan Kuitenbrouwer en Peter Vasterman. 

Gepubliceerd in NRC van 29 april 2024. 

Published in English on DutchNews, May 9 2024.

De bom was al enige tijd onderweg, maar half april detoneerde hij dan. De Britse kinderarts Hilary Cass publiceerde haar onderzoek naar de huidige praktijk in de transgenderzorg. Met een team van tientallen onderzoekers werkte Cass, voormalig voorzitter van de Britse beroepsvereniging van kinderartsen, vier jaar lang aan een uitputtende review van al het beschikbare onderzoek op dit gebied. 


Met name het ‘Dutch Protocol’ had haar aandacht: van jongeren die van gender willen veranderen wordt de puberteit geblokkeerd en daarna krijgen zij ‘cross-sex’ hormonen om mannelijker dan wel vrouwelijker te worden. Het effect van deze behandeling is onomkeerbaar, die hormonen zal de patiënt de rest van zijn leven moeten blijven innemen.

Dat in Nederland ontwikkelde protocol gold jarenlang als internationale standaard. Maar volgens Cass is de wetenschappelijke basis uiterst zwak. Er is veel te weinig bewijs dat het echt werkt, terwijl de gezondheidsrisico’s aanzienlijk kunnen zijn. Bovendien is niet vast te stellen of een transidentiteit blijvend is. Kortom: dit is een experimentele behandeling van een onvoldoende begrepen aandoening. 


Voor insiders geen verrassing, in Zweden, Finland en diverse Amerikaanse staten werd al besloten het gebruik van puberteitsblokkers aan banden te leggen, vorige week volgde ook Schotland. In Engeland gebeurde dat reeds in 2022, op basis van Cass’ voorlopige rapportage. Wij schreven toen in NRC dat ook in Nederland een onafhankelijke review naar de transzorg moet worden uitgevoerd. Cass’ definitieve rapport bevestigt de urgentie: het Dutch Protocol is een medische Titanic, op weg naar een ijsberg. 



Het is steeds duidelijker geworden dat de patiënten die zich de laatste jaren in duizenden bij genderklinieken melden - driekwart meisjes - een heel ander type patiënt zijn dan waarvoor het protocol dertig jaar geleden bedacht werd. Zolang niet duidelijk is waar deze geëxplodeerde zorgvraag nu precies vandaan komt, moeten jongeren niet aan onomkeerbare behandelingen worden onderworpen, stelt Cass.

woensdag 14 juni 2023

Overheid moet regels maken voor behandelen genderdysforie

Minderjarigen overzien gevolgen van genderaanpassing nog niet

Gepubliceerd in Medisch Contact 21, 25 mei 2023

Trude Klijnsmit, radioloog en jurist gezondheidsrecht

Peter Vasterman, socioloog

 

Download PDF (zonder links en voetnoten)

 

Omdat het behandelen van genderincongruentie bij minder­jarigen geen onderdeel is van normaal medisch handelen, zou de overheid hier regels voor moeten opstellen. Min of meer zoals cosmetische behandelingen bij jongeren onder 18 jaar verboden zijn. De overheid heeft verschillende opties.



Genderincongruentie is het gevoel dat biologisch geslacht en beleefde gender uit de pas lopen. Bij de behandeling daarvan is genderbevestiging het centrale uitgangspunt.[1] [2] Van de psychologische begeleiding tot de behandeling met puberteitsremmers en crossseksehormonen en chirurgische aanpassingen, kortom in alle stadia van de behandeling, moet de genderkeuze van het kind tot 16 jaar gevolgd worden.

 

Dit roept echter vragen op. Is de subjectieve genderkeuze van een kind wel voldoende basis voor een ingrijpende en vaak onomkeer­bare medische behandeling? Is dit wel te beschouwen als regulier medisch handelen? [3]

Medisch handelen

Regulier medisch handelen is dát medisch handelen dat medisch geïndiceerd is, een concreet behandeldoel heeft en lege artis wordt uitgevoerd.[4] De medische indicatie omvat een duidelijke medische diagnose en een directe noodzaak om de patiënt te behandelen, omdat anders zijn gezondheid in gevaar komt. De behandeling moet daarnaast aantoonbaar kunnen bijdragen aan een oplossing van het medische probleem. Ten slotte moeten de middelen in een redelijke verhouding staan tot het doel van de behandeling. Van regulier medisch handelen zijn talloze voorbeelden te noemen, zoals de behandeling van appendicitis, nierstenen, mammacarcinoom, artritis, et cetera.

 

De medische beroepsgroep mag zelf inhoud geven aan regulier medisch handelen (‘zelfregulering’) en dat vastleggen in een medisch-professionele standaard. Niet alle medisch handelen valt echter onder zelfregulering. Er is namelijk ook medisch handelen zonder medische indicatie, bijvoorbeeld bij een groot gedeelte van de cosmetische chirurgie. Hier vormt niet de medische indicatie, maar de wens van de patiënt de basis voor de behandeling.

 

Vergelijk de behandeling van genderincongruentie met bovenstaande criteria voor regulier medisch handelen. Wat is om te beginnen de medische diagnose van genderincongruentie? Het is niet duidelijk wat genderincongruentie eigenlijk is en hoe dit objectief is vast te stellen.[5] Voorheen werd genderincongruentie als psychische stoornis geclassificeerd omdat er sprake kan zijn van psychisch lijden.[6] Lijdenslast wordt inmiddels echter niet meer als criterium beschouwd [7] en dus is genderincongruentie nu ook geen psychische stoornis meer. Maar het is ook geen ziekte in de zin dat de lichamelijke gezondheid in het geding is. Dat is ook de reden waarom de WHO spreekt van een “condition”, waarbij iemand zegt dat identiteit en sekse niet matchen. Zonder ziekte of stoornis vervalt echter de basis voor de medische diagnose van genderincongruentie.

zaterdag 7 januari 2023

Ook de transzorg moet aan medisch-wetenschappelijke standaarden voldoen.

De vraag naar transgenderzorg neemt snel toe. De oorspronkelijk Nederlandse behandeling met puberteitsremmers ligt steeds vaker internationaal onder vuur. Jan Kuitenbrouwer en Peter Vasterman pleiten voor onafhankelijk onderzoek.



Jan Kuitenbrouwer is journalist en publiceert in HP/De Tijd over genderkwesties. Peter Vasterman is mediasocioloog en doet onderzoek naar berichtgeving over genderissues. Beiden ondertekenden het manifest van stichting Gendertwijfel 



Exponentiële groei 

“Wachtlijsten transgenderzorg te lang: ‘Je gaat eraan onderdoor’,” kopte RTL Nieuws begin dit jaar. Nederlandse genderklinieken worden bedolven onder een bijna exponentieel groeiende vraag naar genderzorg. Het vorige kabinet installeerde een ‘kwartiermaker’ om een drastische uitbreiding van de capaciteit in gang te zetten. Maar: wat voor zorg zou dat eigenlijk moeten zijn? 


Tot 2010 meldden zich in Nederland gemiddeld zo’n 200 patiënten per jaar bij een genderkliniek, onder wie zo’n 60 kinderen en jongeren.(1) Rond 2013 verdubbelt plots het aantal aanmeldingen en vanaf dat moment gaat de lijn steil omhoog.(2) In 2022 staan er bijna 6000 mensen op de wachtlijst en zijn er ruim 5000 in behandeling, onder wie 1635 minderjarigen.(3) Ook in die groep is de groei enorm, er staan er ook nog eens ruim 1800 op de wachtlijst.(4) Zij ‘voelen zich niet thuis in hun eigen geslacht’ en willen ‘in transitie’. Deze groeitrend is internationaal. Minderjarige patiënten bij de Britse genderkliniek Tavistock: van 51 in 2009 naar 3585 in 2022. Ook daar stonden dit jaar duizenden kinderen op wachtlijsten.(5) 

maandag 9 mei 2022

Has that one scientific study actually shown that the expert statement can be dropped as advocates of the new Transgender Law claim?

“Everyone favours abolishing the expert statement, including the experts themselves.” A much-heard argument in the discussion about the new transgender law. But is this evident from the one study from 2017 that is constantly cited? Short answer: no. A critical analysis of 'Doing justice to gender identity. Evaluation of three years of transgender law in the Netherlands 2014-2017.’"

Peter Vasterman 

Download PDF

    Soon, the Netherlands will have a new law allowing anyone to change the gender on their birth certificate without any verification. One administrative act will say that you did not come into the world as a boy or girl but as a girl or boy. 

    The most significant change in the new transgender law is cancelling the so-called expert statement. In it, an expert, usually a psychologist from a gender clinic, states that someone has "the lasting conviction of belonging to the opposite sex from that stated on the birth certificate." Now that this declaration is to be dropped, the only thing that counts to change your passport is the “lived gender identity”: whether someone “feels” male or female inside. 

Consensus on abolishing the expert statement?

    In the debate on the Act, frequent reference is made to an evaluation study from 2017, which allegedly shows that this expert statement can be abolished, because the gender experts themselves, who issue these statements, would not see the point. That study, Recht doen aan genderidentiteit. Evaluatie drie jaar transgenderwet in Nederland 2014-2017 (Doing justice to gender identity. Evaluating three years of transgender law in the Netherlands 2014-2017), was commissioned by the Ministry of Justice and Security and carried out by Marjolein van den Brink, lecturer in law at the University of Utrecht.

    This "conclusion" is also repeatedly put forward by advocates of the law as the main argument for dropping the expert opinion. Thus Brand Berghouwer, chairman Transgender Netwerk Nederland, and Astrid Oosenbrug, chair of COC Nederland, in De Telegraaf (10 februari 2022): “At present, trans persons still need an 'expert statement' to change their registration. But according to the experts themselves, the statement adds nothing and can be abolished. This has emerged from a scientific evaluation commissioned by the government.” 

    Minister Dekker, the proposer of the law, also argued that the declaration could be dropped according to the experts consulted, based on the evaluation study. Both in the Memorie van Toelichting and in the answers by the minister to parliamentary questions, Dekker states: “According to the researchers, there is a considerable consensus among transgender persons, parents of transgender children, experts and officials that the expert statement, at least for adults, can be dropped. 

Appearances can be deceptive

    So the gender experts and all the groups consulted would argue in favour of abolishing the declaration. Although the report literally states this, appearances can be deceptive. The experts are “ambivalent” towards the declaration and are divided among themselves, but the civil servants are largely in favour of the declaration. Even among the various groups surveyed (parents of transgender children and visitors to the TNN website), a minority favours abolishing the declaration. Only the representatives of interest groups are unanimously in favour: Transgender Netwerk Nederland, COC Netherlands, patient organisation Transvisie and Nederlands Netwerk Intersekse/DSD (NNID).

    Moreover, on closer examination, the study shows numerous scientific and methodological flaws: not only were only three (!) gender experts interviewed, but the four surveys intended to serve as evidence are also seriously flawed. Samples are unclear, questionnaires are brief or incomparable, results and tables with percentages are missing, and in one case, only nine participants took part in the survey. This makes it difficult to check whether the results are balanced in the report, especially since Van den Brink reproduces answers from interviews and surveys rather selectively. 

Amazingly, new legislation is based on an evaluation, more like a quick scan than thorough scientific research.

vrijdag 6 mei 2022

Heeft dat ene wetenschappelijk onderzoek eigenlijk wel aangetoond dat de deskundigenverklaring kan vervallen zoals pleitbezorgers van de nieuwe Transgenderwet beweren?

‘Iedereen is voorstander van het afschaffen van de deskundigenverklaring, ook de deskundigen zèlf.’ Een veelgehoord argument in de discussie over de nieuwe transgenderwet. Maar blijkt dat wel uit dat ene onderzoek uit 2017, dat voortdurend wordt aangehaald? Kort antwoord: Nee. Een kritische analyse van “Recht doen aan genderidentiteit. Evaluatie drie jaar transgenderwet in Nederland 2014-2017.”


Peter Vasterman 

Download PDF van dit artikel 


    Binnenkort krijgt Nederland een nieuwe wet waardoor iedereen zonder enige toetsing het geslacht in zijn of haar geboortebewijs kan veranderen. Een administratieve handeling en er staat dat u niet als jongen of meisje ter wereld bent gekomen, maar als meisje of jongen. 

    De belangrijkste verandering in de nieuwe transgenderwet is het vervallen van de zogeheten deskundigenverklaring. Daarin geeft een expert, meestal een psycholoog van een genderkliniek aan dat iemand “de duurzame overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren dan is vermeld in de geboorteakte.” Nu deze verklaring komt te vervallen, is het enige dat telt om je paspoort te wijzigen de ‘beleefde genderidentiteit’: of iemand zich man of vrouw ‘voelt’ van binnen. 

 

Consensus over vervallen deskundigenverklaring?

    In het debat over de wet wordt veelvuldig verwezen naar een evaluatieonderzoek uit 2017 waaruit zou blijken dat deze deskundigenverklaring kan worden afgeschaft, omdat de genderdeskundigen zélf, die deze verklaringen afgeven, het nut ervan niet zouden inzien. Dat onderzoek, Recht doen aan genderidentiteit. Evaluatie drie jaar transgenderwet in Nederland 2014-2017, werd in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid uitgevoerd door Marjolein van den Brink, universitair docent Recht aan de Universiteit Utrecht.

    Deze “conclusie” wordt door voorvechters van de wet ook telkens aangevoerd als hét argument om de deskundigenverklaring te laten vallen. Zo schrijven Brand Berghouwer, voorzitter Transgender Netwerk Nederland, en Astrid Oosenbrug, voorzitter COC Nederland, in De Telegraaf (10 februari 2022): “Op dit moment hebben trans personen nog altijd een 'deskundigenverklaring' nodig om hun registratie te wijzigen. Maar volgens die deskundigen zelf voegt de verklaring niets toe en kan ze worden afgeschaft. Dat blijkt uit een wetenschappelijke evaluatie die de regering liet uitvoeren.” 

    Ook toenmalig minister Dekker, de indiener van de wet, voerde op grond van het evaluatieonderzoek aan dat volgens de geraadpleegde deskundigen de verklaring zou kunnen komen te vervallen. Zowel in de Memorie van Toelichting als in de antwoorden van de minister op Kamervragen stelt Dekker: “Volgens de onderzoekers bestaat er onder transgender personen, ouders van transgenderkinderen, deskundigen en ambtenaren een aanzienlijke consensus dat de deskundigenverklaring, in ieder geval voor meerderjarigen, kan vervallen. 

 

Vlag dekt lading niet 

    Dus niet alleen de genderdeskundigen, maar àlle geraadpleegde groepen zouden pleiten voor afschaffen van de verklaring. Zo staat het weliswaar letterlijk in het rapport, maar die vlag dekt de lading niet. De deskundigen staan ‘ambivalent’ tegenover de verklaring en zijn onderling verdeeld, maar de ambtenaren burgerzaken zijn in meerderheid juist voorstander van de verklaring. Zelfs bij de verschillende geënquêteerde groepen, (de ouders van transgender kinderen en bezoekers TNN website) is een minderheid voor afschaffen van de verklaring. Alleen de vertegenwoordigers van belangenorganisaties zijn daar unaniem voor: Transgender Netwerk Nederland, COC Nederland, patiëntenorganisatie Transvisie en Nederlands Netwerk Intersekse/DSD (NNID).

    Bovendien vertoont het onderzoek bij nadere bestudering tal van wetenschappelijke en methodologische onvolkomenheden: niet alleen zijn er slechts drie (!) genderdeskundigen geïnterviewd, er mankeert ook veel aan de vier enquêtes die als bewijsvoering moeten dienen. Steekproeven zijn onduidelijk, vragenlijsten summier of onvergelijkbaar, resultaten en tabellen met percentages ontbreken, en in één geval hebben maar negen deelnemers aan de enquête meegedaan. Dat maakt het moeilijk te controleren of de resultaten evenwichtig in de rapportage verwerkt zijn, temeer daar Van den Brink tamelijk selectief antwoorden uit interviews en enquêtes weergeeft. 

Het is verbazingwekkend dat nieuwe wetgeving gebaseerd wordt op een evaluatie, die meer weg heeft van een soort quickscan dan van een gedegen wetenschappelijk onderzoek.

donderdag 17 maart 2022

New Transgender Act is a major violation of the rights of women and girls

With the new Transgender Act, the distinction between men and women will be abolished and men who consider themselves women will soon have access to women’s changing rooms and prisons without gender adjustment.

Peter Vasterman en Renate van der Zee

De Volkskrant 15 februari 2022

Dutch version

In their response (O&D, 8 February) to the column by Martin Sommer (Opinie, 5 February), the three representatives of COC and Transgender Netwerk Nederland, Brand Berghouwer, Astrid Oosenbrug and Philip Tijsma, slalom like Olympic descenders past almost all controversies that the new Transgender law delivers. This law makes it possible to change from man to woman or vice versa from the age of 16 with a simple signature on the town hall, and perhaps soon also in X, non-binary.


There used to be strict requirements such as operations, but since 2014 a medical statement of ‘gender dysphoria’ is sufficient: a condition in which someone suffers from the discrepancy between one’s own gender identity and his or her sex. That condition has now also expired, the only thing that matters in the new law is the ‘experienced gender identity’: whether someone ‘feels’ to be really a man or woman inside.

Although the three authors mention the concept of gender identity once, they do not explain that it is a highly personal feeling that cannot or may not be challenged any further by anyone. It also remains unmentioned that according to the gender identity theory that feeling is completely separate from the male or female body in which that feeling is located.

Nor do they say that introducing a ‘feeling’ as the basis for a legal category results in abolishing the distinction between men and women. De facto this means the end of any physical space that is now accessible only to women or men.

vrijdag 18 februari 2022

Nieuwe Transgenderwet is forse inbreuk op de rechten van vrouwen en meisjes

Met de nieuwe Transgenderwet wordt het onderscheid tussen man en vrouw afgeschaft en hebben mannen die zich vrouw voelen straks ook zonder geslachtsaanpassing toegang tot vrouwenkleedkamers en -gevangenissen.  

De Volkskrant van 15 februari 2022

English translation

In hun reactie (O&D, 8 februari) op de column van Martin Sommer (Opinie, 5 februari) slalommen de drie vertegenwoordigers van COC en Transgender Netwerk Nederland, Brand Berghouwer, Astrid Oosenbrug en Philip Tijsma als olympische afdalers langs vrijwel alle controverses die de nieuwe Transgenderwet oplevert. Die wet maakt het mogelijk om vanaf  16 jaar met een simpele handtekening op het gemeentehuis van man in vrouw te veranderen of omgekeerd, en misschien binnenkort ook in X, non-binair. 


Vroeger waren er strenge eisen zoals operaties, maar sinds 2014 volstaat een medische verklaring van ‘genderdysforie’: een conditie waarbij iemand lijdt onder de discrepantie tussen de eigen genderidentiteit en zijn of haar geslacht. Ook die voorwaarde komt nu te vervallen, het enige dat telt in de nieuwe wet is de ‘beleefde genderidentiteit’: of iemand zich man of vrouw ‘voelt’ van binnen.

De drie auteurs noemen weliswaar één keer het begrip genderidentiteit, maar leggen niet uit dat het een hoogstpersoonlijk gevoel is dat door niemand verder kan of mag worden getoetst. Onvermeld blijft ook dat volgens de genderidentiteitstheorie dat gevoel helemaal losstaat van het mannelijk of vrouwelijk lichaam waarin dat gevoel zich bevindt. 

zondag 2 januari 2022

Terugblik 2021: mijn opinie raakte een snaar

Inspirerende kritiek, polarisatie, een rituele stoelendans – wat volgde er op het verschijnen van een opiniestuk in NRC?

NRC 31 december 2021

"Als pleiten voor kritische berichtgeving al ‘transfoob’ is, dan dient deze retoriek alleen nog maar om reputaties te beschadigen, niet meer om discriminatie te signaleren."

Gender

Peter Vasterman, mediasocioloog

‘Berichtgeving over gender-ingrepen bij tieners is te weinig kritisch. Steeds meer pubermeisjes melden zich bij genderklinieken. Nederlandse media moeten ook de keerzijde belichten, meent Peter Vasterman.” Dat stond in mei boven mijn opiniestuk over de vraag waarom de media met een grote boog heen lopen om de controverses die spelen in de transgenderwereld. Angst voor beschuldigingen van transfobie was mijn stelling, terwijl het wel de opdracht van de journalistiek is om kritisch te berichten over transgenderissues. „Dat is niet transfoob”, luidde de laatste zin.

Helaas bewees mijn artikel dat die angst voor transfobiebeschuldigingen terecht is. Er volgde een stortvloed aan reacties waarin toch wel erg vaak het woord ‘transfoob’ viel, naast termen als ‘onwetenschappelijk’, ‘gevaarlijk’, ‘suggestief’ en ‘respectloos.’ NRC werd bestookt met telefoontjes en (deels voorgekookte) e-mails, waarin excuses, rectificaties en soms zelfs het ontslag van de chef Opinie werden geëist. Het plaatsen van dit stuk zou mensenlevens in gevaar hebben gebracht.

Ook op sociale media ging het er wekenlang stevig aan toe. Maar er waren ook heel wat lezers die het terecht vonden dat dit onderwerp eindelijk aandacht kreeg in de media. En dat gebeurde daarna ook: na een radiodebat volgden interviews, columns, opiniestukken en zelfs een tv-programma.

Was het terugkijkend de moeite waard om al die transfobiebeschuldigingen te trotseren om het onderwerp aan de orde stellen? 

Als pleiten voor kritische berichtgeving al ‘transfoob’ is, dan dient deze retoriek alleen nog maar om reputaties te beschadigen, niet meer om discriminatie te signaleren. Dus ja, het was de moeite waard: al was het alleen al voor die verontruste ouders die mij mailden over hun kinderen in transitie – „krijgt mijn kind de juiste diagnose en de juiste zorg?” – maar niets durven te zeggen. En u weet wel waarom. 


woensdag 29 september 2021

Mediahypes en twitterstormen

Nu online op Skepsis.nl

Waarom leidt de ene kwestie tot een enorm mediaspektakel en groot maatschappelijk rumoer, en blijven andere, soms veel ernstiger kwesties onderbelicht? Welke rol spelen oude en nieuwe media in het aanzwengelen, onderhouden en versterken van ophef en hypes?


Door Peter Vasterman – Skepter 31.2 (2018)


In: Skepter 31.2 – Themanummer over risico’s en risicocommunicatie


De tweede Skepter van jaargang 31 is op 1 juni 2018 verschenen, een themanummer over risico’s en risicocommunicatie dat tot stand is gekomen met prof. dr. Daniëlle Timmermans (VUmc, RIVM) als gasthoofdredacteur. Wat u in dit nummer kunt verwachten, kunt u het beste lezen in de inleiding die op de Skepsis-website staat:  Over risico’s en risicocommunicatie. Voor de complete inhoudsopgave kunt u klikken op onderstaande afbeelding.

vrijdag 17 september 2021

The battle between sex and gender

What are the consequences if the difference between man and woman depends only on how someone feels? Peter Vasterman discusses three critical titles about the rise of gender identity

This review should have appeared in NRC Books on 3 September, but was cancelled at the very last moment after it had been approved as "an extremely good piece"-. For this online version, some paragraphs have been rewritten or extended.

For the Dutch translation click here

New transgender law
Soon everyone will be able to change their gender with a simple signature at the town hall. That is the essence of the new transgender law which the Lower House is currently debating. Previously, there were strict requirements such as operations, but since 2014 all it takes is a medical declaration of ‘gender dysphoria’: a condition in which someone suffers from the discrepancy between their own 'gender identity' and their sex. That condition will now also be abolished because the right to self-determination transcends everything. Physical characteristics no longer play a role, the only thing that counts in the new law is the ‘perceived gender identity': whether someone feels like a man or a woman inside. 

Although it is a remarkable step to give a subjective feeling an objective legal status, there is a broad consensus in parliament that this new law contributes to the emancipation of transgenders. It affects the recognition of a relatively small group in society, but this new law and the legitimisation of the concept of 'gender identity' does have major social consequences. For, if feelings become the decisive factor in distinguishing between men and women, then this will de facto mean the end of any social environment that is now accessible only to women or only to men. But there are many more negative consequences and they are the focus of a series of so-called 'gender critical' publications that have appeared in the past year. In writing on the issue, these authors are entering a minefield, for any criticism of gender identity is considered within the consensus to be a direct attack on transgender persons themselves and thus a reprehensible 'transphobia'.

dinsdag 14 september 2021

De strijd tussen sekse en gender

Wat zijn de gevolgen als het verschil tussen man en vrouw alleen nog maar afhangt van hoe iemand zich voelt? Peter Vasterman bespreekt drie kritische titels over de opmars van genderidentiteit


14/25-09-2021: 12.400 Views 



Deze bespreking zou op 3 september verschenen zijn in NRC Boeken, maar werd op het allerlaatste moment na eerdere goedkeuring door de chef Boeken -"ontzettend goed stuk"- alsnog gecanceld. Het zorgde voor veel discussie op de redactie en ook NRC Ombudsman Sjoerd de Jong was het niet met het besluit eens: "Een gemiste kans op zijn minst." Zie zijn column van 3 september 2021. Voor meer achtergrond lees het stuk Jan Kuitenbrouwer in HP/De Tijd over de Gender Special van NRC Wetenschap

Voor deze online versie zijn enkele alinea's herschreven of uitgebreid.

Nieuwe transgenderwet
Binnenkort kan iedereen met een simpele handtekening op het gemeentehuis van geslacht veranderen. Dat is de kern van de nieuwe transgenderwet die de Tweede Kamer momenteel behandelt. Vroeger waren er strenge eisen zoals operaties, maar sinds 2014 volstaat een medische verklaring van ‘genderdysforie’: een conditie waarbij iemand lijdt onder de discrepantie tussen de eigen 'genderidentiteit' en zijn of haar geslacht. Ook die voorwaarde komt nu te vervallen, omdat het zelfbeschikkingsrecht alles overstijgt. Fysieke kenmerken spelen geen rol meer, het enige dat telt in de nieuwe wet is de ‘beleefde genderidentiteit’: of iemand zich man of vrouw voelt van binnen. 

Hoewel het een opmerkelijke stap is om een subjectief gevoel een objectieve juridische status te geven, bestaat er in de Kamer brede consensus dat deze nieuwe wet bijdraagt aan de emancipatie van de transgenders. Het gaat om de erkenning van een relatief kleine groep in de samenleving, maar deze nieuwe wet en het legitimeren van het concept 'genderidentiteit' heeft wel degelijk grote maatschappelijke gevolgen. Want als het gevoel doorslaggevend wordt voor het onderscheid tussen mannen en vrouwen, betekent dat de facto het eind van iedere sociale omgeving die nu alleen voor vrouwen of alleen voor mannen toegankelijk is. Maar er zijn nog veel meer negatieve gevolgen en die staan centraal in een reeks zogenaamde ‘genderkritische’ publicaties die het afgelopen jaar zijn verschenen. Daarmee betreden deze auteurs een waar mijnenveld want iedere kritiek op genderidentiteit geldt binnen de consensus als een directe aanval op transgender personen zelf en dus als verwerpelijke ‘transfobie’.

dinsdag 18 mei 2021

Media reports about gender transitions of teenagers are not critical enough

More and more adolescent girls are registering at gender clinics. Dutch media should also highlight the downside, says Peter Vasterman.

Published in NRC,  May 17, 2021.

Dutch version here

At the Gender Talks helpline launched in March, peer supporters will talk to young people who have questions about gender issues, NRC wrote earlier this month. According to the report, transgender care institutions are inundated with applications, leaving 2,000 people on a waiting list: "Explanations for the increased medical need are the increased visibility and acceptance of trans people, and the improved care."


The report is typical of the coverage in many Dutch media about transgender issues. The tone is generally positive, the human interest stories dominate and the transgender advocacy organizations are the most important sources of information. It is all very empathic, as in the numerous programs, series and reports on television about transgender people.

But considering what is going on in the transgender world, it is remarkable that the media hardly pay any attention to the problematic sides of the gender transitions.

Indeed, more and more young people are registering at the gender clinics, but nowadays the vast majority are adolescent girls, not only in the Netherlands, but also in England, Sweden and the United States, for example. In the past there were more boys than girls, nowadays there are three times as many girls as boys at the clinics. This is evident from figures from gender clinics in many countries and from scientific research.

Berichtgeving over genderingreep bij tieners is te weinig kritisch

Steeds meer pubermeisjes melden zich bij genderklinieken. Nederlandse media moeten ook de keerzijde belichten, meent Peter Vasterman. 

NRC Handelsblad 17 mei 2021

English translation

Bij de in maart gelanceerde hulplijn Genderpraatjes gaan ervaringsdeskundigen in gesprek met jongeren die vragen hebben over genderkwesties, schreef NRC eerder deze maand. Volgens de reportage worden de instellingen voor transgenderzorg overspoeld met aanmeldingen, waardoor tweeduizend mensen op een wachtlijst staan: „Verklaringen voor de gestegen medische behoefte zijn de gegroeide zichtbaarheid en acceptatie van trans personen, en de verbeterde zorg.”

Het verslag is typisch voor de berichtgeving in veel Nederlandse media over transgender-issues. De toon is over het algemeen positief, de ervaringsverhalen domineren en de transgender-belangenorganisaties zijn de belangrijkste informatiebronnen. Het is erg invoelend, net als in de talrijke programma’s, series en reportages op televisie over transgenders.

vrijdag 27 maart 2020

“Ja maar bij de gewone griep zijn er in sommige jaren ook duizenden doden extra.”


In veel discussie over het coronavirus wordt er op gewezen dat er ieder jaar wel vele duizenden mensen overlijden door de jaarlijkse griep. ‘Oversterfte’ wordt dat genoemd omdat die aantallen pas achteraf naar voren komen als golven in de sterftecijfers. Doodgaan aan de griep wordt niet apart geregistreerd, omdat die vaak al verzwakte oudere patiënten overlijden door een longontsteking. Normaal is de oversterfte enkele duizenden gevallen maar soms zijn er zelfs met uitschieters tot bijna tienduizend extra doden zoals in de winter van 2017/2018. Er vielen toen dus ook maandenlang honderden doden per week. En inderdaad heeft de jaarlijkse griepepidemie in die winter ook voor een capaciteitscrisis gezorgd bij de een aantal ziekenhuizen.

dinsdag 19 juni 2018

Mediahypes en twitterstormen

Mediahypes en twitterstormen door Peter Vasterman

Waarom leidt de ene kwestie tot een enorm mediaspektakel en groot maatschappelijk rumoer, en blijven andere, soms veel ernstiger kwesties onderbelicht? Welke rol spelen oude en nieuwe media in het aanzwengelen, onderhouden en versterken van ophef en hypes?

In: Skepter 31.2 – Themanummer over risico’s en risicocommunicatie

De tweede Skepter van jaargang 31 is op 1 juni 2018 verschenen, een themanummer over risico’s en risicocommunicatie dat tot stand is gekomen met prof. dr. Daniëlle Timmermans (VUmc, RIVM) als gasthoofdredacteur. Wat u in dit nummer kunt verwachten, kunt u het beste lezen in de inleiding die op de Skepsis-website staat:  Over risico’s en risicocommunicatie. Voor de complete inhoudsopgave kunt u klikken op onderstaande afbeelding.




zondag 25 februari 2018

From Media Hype to Twitter Storm, News Explosions and Their Impact on Issues, Crises and Public Opinion.

Our new book was published this week: From Media Hype to Twitter Storm, News Explosions and Their Impact on Issues, Crises and Public Opinion. Edited by Peter Vasterman. Amsterdam University Press.  

The word media hype is often used as rhetorical argument to dismiss waves of media attention as overblown, disproportional and exaggerated. But these explosive news waves, as well as - nowadays - the twitter storms, are object of scientific research, because they are an important phenomenon in the public area. Sometimes it is indeed 'much ado about nothing' but in many cases these media storms have play an important role in political issues, scandals and crises. Twitter storms sometimes ruin reputations within hours. Although different concepts are used, such as media hypes, news waves, media storms, information cascades or risk amplification, all the studies in this book refer to the same process in which key events trigger a chain of reactions and interactions, building up huge news waves in the media or rapidly spreading social epidemics in the social media. This book offers the first comprehensive overview of this important topic. It is not only interesting for scholars and students in media and journalism, but also for professionals in PR and communication, crisis communication and reputation management.

The aim of this book is to bring together many of the above-mentioned scholars together in one book. It presents a varied collection of current and new studies, covering different theoretical perspectives and methodologies as well as detailed case studies. With thirty-one authors from eleven different countries, this book has a truly international scope. Chapters are not only about international hypes and online storms, but also about specific national events, crises, and media.

DOWNLOAD THE TABLE OF CONTENT AND THE INTRODUCTION BY PETER VASTERMAN HERE


Contributing authors:

  • Hans Mathias Kepplinger (Germany)
  • Adam Auch (Canada)
  • Marcello Maneri (Italy)
  • Wouter van Atteveldt, Nel Ruigrok, Kasper Welbers, and Carina Jacobi (Netherlands)
  • Stefan Geiß (Germany)
  • Anne Hardy (Belgium)
  • Charlotte Wien (Denmark)
  • Thierry Giasson, Marie-Michèle Sauvageau, and Colette Brin (Quebec, Canada)
  • Gonçalo Pereira Rosa (Portugal)
  • Ik Jae Chung (South-Korea/USA)
  • Pernille Carlsson and Christian Elmelund-Præstekær (Denmark)
  • Audun Beyer and Tine Ustad Figenschou (Norway)
  • Marianne Paimre and Halliki Harro-Loit (Estonia)
  • Annie Waldherr (Germany)
  • Vivian Roese (Germany)
  • Andrea Cerase and Claudia Santoro (Italy)
  • Augustine Pang, Jeremiah Icanh Lim Limsico, Lishan Phong, Bernadette Joy Lopez Lareza, and Sim Yee Low (Singapore)




maandag 20 november 2017

Hoofdstuk 13 Medialogica: kindermishandeling in de media

De sociale constructie van een maatschappelijk probleem

Peter Vasterman
’Verkeerde vragenlijst leidt tot veel onterechte verdenkingen van kindermishandeling’, meldt de Volkskrant begin dit jaar (20 maart 2017). Uit onderzoek is gebleken dat de vragenlijst die artsen verplicht moeten gebruiken om kindermishandeling op te sporen leidt tot een stortvloed aan valse meldingen. Op ruim vijftigduizend ingevulde formulieren bleken er 108 positief (0,2 procent), maar slechts in negen gevallen (0,018 procent) bleek de melding terecht, de overige 99 waren dat niet, in totaal 92 procent van alle meldingen. Bij de positieve meldingen ging het in de meeste gevallen overigens om emotionele verwaarlozing. Omgekeerd werden er ook mishandelde kinderen gemist: 0,01 procent. De vragenlijst voor deze verplichte screening werd nooit wetenschappelijk gevalideerd.

Het nieuws over de screening leverde een paar dagen discussie en controverse op in de media. Zo schreef de Volkskrant (21 maart 2017) in een commentaar dat het absurd is dat artsen in negen van de tien gevallen excuses moeten aanbieden aan de verdachte ouders. En NRC Handelsblad (28 maart 2017) publiceerde een kritisch opiniestuk waarin Ido Weijers, emeritus hoogleraar jeugdbescherming aan de Universiteit Utrecht, van leer trekt tegen de ‘bonte verzameling screenings- en risicotaxatie-instrumenten’ die gebaseerd zijn op groot wantrouwen tegenover de ouders en het streven naar het absoluut uitsluiten van risico’s. Allemaal het gevolg van een aantal schokkende gezinsdrama’s, terwijl intussen de algemene opvoedingssituatie zich in Nederland op een historisch en internationaal ongekend hoog peil bevindt, aldus Wijers.

In haar reactie in NRC (28 maart 2017) kiest Corinne Dettmeijer, Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, voor een lage drempel: liever ouders onterecht verdenken dan mishandelde kinderen naar huis sturen. ‘Dat is niet per se problematisch: screenen is iets anders dan een diagnose stellen. Een positieve uitslag van een screeningsinstrument betekent alleen dat nader onderzoek gewenst is, en dat is iets anders dan een “verdenking”.’ De ophef over de screening is in de media ook weer snel voorbij. In de maanden daarna volgen allerlei berichten die juist weer de nadruk leggen op de falende aanpak van kindermishandeling, zoals ‘Alarmbel ging, hulp bleef uit’ (Leidsch Dagblad, 12 mei 2017) of ‘Alarm om aanpak geweld’ (Noordhollands Dagblad, 22 mei 2017).

Dit soort berichten passen in de gebruikelijke beeldvorming in de Nederlandse media over kindermishandeling: er is sprake van een omvangrijk en ernstig maatschappelijk probleem – de gevallen die aan het licht komen vormen slechts het topje van de bekende ijsberg – terwijl de samenleving er maar niet in slaagt om, ondanks alle inspanningen, de zaak onder controle te krijgen. Hoe is dit mediabeeld tot stand gekomen in de afgelopen decennia en wat waren de gevolgen voor de definitie en de aanpak van het probleem. Om deze vraag te beantwoorden is het van belang om zowel naar de rol van de bronnen van het nieuws te kijken – vooral de professionals, de onderzoekers, beleidsmakers en hulpverleners – als naar de rol van de media en de manier waarop zij nieuws maken. De beeldvorming is het resultaat van de interactie tussen deze twee sectoren.

zaterdag 18 november 2017

1 op de 4 - Kindermishandeling, een publiek probleem

Jaarboek voor het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken
17 november  2017

1 op de 4 - Kindermishandeling, een publiek probleem
Jaarlijks zijn er in ons land meer dan 118.000 kinderen slachtoffer van kindermishandeling of verwaarlozing. Eén op vier Nederlanders heeft er ooit onder geleden of doet dat nog steeds. De cijfers dalen niet. We staan als samenleving machteloos tegenover een van de meest schadelijke van alle misdaden. Dat heeft veel te maken met onze omgang met dit wicked problem. We beschouwen het al snel als privéprobleem, want met de opvoeding van andermans kinderen bemoei je je niet. We weten ook niet goed wat er aan te doen is en wie dat dan moet doen.

In het nieuwe jaarboek van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken onderzoeken de meest deskundige experts kindermishandeling als publiek probleem. Hoe kunnen we er wel wat tegen doen? Met bijdragen van Sander van Arum, Hilde Bakker, Jurre van den Berg, Jan van Dam, Lia van Doorn, Sietske Dijkstra, Petri Embregts, Dana Feringa, Rien, Fraanje, Noud Frielink, Malou van Hintum, Mariëtte van den Hoven, Esmah Lahlah, Lilian Linders, Katinka Lünnemann, Hanan Nhass, Marijke Nijboer, Floor Peels, Lobke van Rijn, Jitske van der Sanden, Carlo Schuengel, Chris Sigaloff, Rutger Stafleu, Majone Steketee, Peter Vasterman, Caroline Vink, Jacques Wallage.

maandag 13 november 2017

Keuze voor Engels schaadt de inhoud op de universiteit

NRC  Opinie 13 november 2017

Bedenk dus wat er verloren gaat als de voertaal in de collegezaal Engels wordt

Tussen alle argumenten voor en tegen lesgeven in het Engels blijft één belangrijk aspect onderbelicht. Het overstappen naar Engels heeft namelijk ook grote gevolgen voor de inhoud van de colleges en werkgroepen. Omdat je geen gebruik meer kunt maken van Nederlandse literatuur, dat wil zeggen Nederlandstalige boeken, artikelen, rapporten, kunnen Nederlandse onderwerpen ook niet meer aan bod komen. Want Engelstalige publicaties daarover zijn doorgaans schaars. Tenminste op mijn vakgebied: media en journalistiek.

dinsdag 25 juli 2017

Het digitale schandaal als vorm van eigenrichting

Cahiers Politiestudies (ISSN: 1784-5300)
Jaargang 2017
43. Eigenrichting
May 10, 2017

Abstract: Het digitale schandaal als vorm van eigenrichting

“Schandalen zijn openbare terechtstellingen, maar zonder procedure, zonder formele regels
van bewijsvoering en bestraffing, zonder institutionele afhandeling” (De Swaan, 1996).

De sociale media zorgen voor een verandering van het schandaal als maatschappelijk proces waardoor het element van eigenrichting wordt versterkt. Het is voor iedere burger mogelijk geworden om normovertredingen vast te leggen, aan te klagen, via sociale netwerken te verspreiden en zo brede verontwaardiging te mobiliseren. Dat zorgt voor een ‘democratisering’  van de schandalisering, niet alleen wat de aanbrenger maar ook wat de aangeklaagde betreft.
Gingen schandalen vroeger uitsluitend om publieke personen tegenwoordig kunnen ook ‘gewone’ mensen bij een vastgelegde normovertreding object worden van een schandaal. De mogelijkheden (affordances) die sociale netwerken bieden werken golven van negatieve aanvallen (twitterstorms) op één persoon in de hand. Het is schandaal wordt zo nog veel sterker een vorm van eigenrichting: een openbare terechtstelling, maar dan zonder de gebruikelijke procedures die een eerlijke rechtsgang waarborgen. Een themanummer over eigenrichting

Peter Vasterman

Conferentie n.a.v. dit themanummer over Eigenrichting op donderdag 28 september 2107
Avans Hogeschool
Onderwijsboulevard 215
Den Bosch
Zaal OX 114

Cahiers op de Campus is een initiatief rondom de Cahiers Politiestudies (CPS) waarbij een breed publiek van wetenschappers, beleidsmakers en politiepersoneel de mogelijkheid krijgt kennis te maken met de Cahiers en de besproken vraagstukken. Naar aanleiding van het verschijnen van het themanummer over eigenrichting van het Cahier Politiestudies (nummer 43) organiseert CPS  samen met  de Stichting Maatschappij en Veiligheid en Avans hogeschool in  op 28 september 2017 aan de Onderwijsboulevard 215 in Den Bosch  (zaal OX 114) weer een 'Cahier op Campus'.



Tijdens deze studiemiddag onderzoeken we wat niet alleen wat vandaag de dag onder eigenrichting wordt verstaan, maar ook welke vormen van eigenrichting breed worden veroordeeld en welke vormen geaccepteerd lijken te worden.