Posts tonen met het label Trouw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Trouw. Alle posts tonen

donderdag 18 juli 2019

Waarom de vermissing van een witte vrouw meer aandacht krijgt

Dagelijks raken in Nederland tientallen mensen (eventjes) kwijt. Maar lang niet alle zaken komen in het nieuws. Waarom krijgt de ene vermissing veel meer aandacht dan de andere – en waarom die van een witte vrouw het meest?

TROUW, 12 juli 2019

Johan van Heerde

"In het geval van de vermissing van Loes speelt reflex op nieuwsredacties een belangrijke rol, denkt mediasocioloog Peter Vasterman, voorheen verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. “Iedereen denkt gelijk aan Anne Faber”, zegt hij. De Utrechtse studente (25) raakte in 2017 vermist tijdens een fietstocht en kreeg veel publiciteit. Bijna twee weken later werd ze gevonden. Faber bleek te zijn verkracht en om het leven gebracht. “Bij elk meisje dat verdwijnt komt het archetype van een jonge vrouw die in handen valt van de slechterik naar boven. Omdat de berechting van de dader nog vrijwel dagelijks in het nieuws is, denkt iedereen gelijk aan die zaak. Bij een jongen denk je simpelweg minder snel dat hij in handen van een misdadiger is gevallen.”

Link naar het hele artikel hier

Klik ook door naar

maandag 25 augustus 2014

Wat als commercie infiltreert in onafhankelijke journalistiek?

Trouw 25 augustus 2014

Marc Josten en Peter Vasterman 
Dat veel bedrijven de consument proberen te bereiken met ogenschijnlijke 'echte' journalistieke verhalen is geen probleem volgens Argos-eindredacteur  Marc Josten en mediasocioloog Peter Vasterman. Maar wel als deze zogenaamde 'content marketing' zich gaat mengen met onafhankelijke journalistiek.
  • 'Make stories, not ads' is de nieuwe slogan.
Het grote commerciële succes van de sociale nieuwssite Buzzfeed - getaxeerde waarde: 630 miljoen euro- is gebaseerd op nieuws dat tot doel heeft zo vaak mogelijk gedeeld te worden via de sociale media zoals Facebook, Twitter en Pinterest. Het gaat voor een deel om gesponsorde verhalen die nauwelijks als zodanig herkenbaar zijn tussen alle andere verhalen. Jonah Peretti, de oprichter van zowel Buzzfeed als de Huffington Post maakt er geen geheim van dat het doel is om advertenties te doen lijken op redactionele verhalen.

Hoewel sommige verhalen betaald worden door grote merken hanteert Buzzfeed wel degelijk journalistieke standaarden: onlangs werd een journalist ontslagen wegens plagiaat en bood de website haar excuses aan. Want ook de sponsors willen deugdelijke journalistieke verhalen en geen PR-praatjes waar de lezer niet meer intrapt.

vrijdag 31 januari 2014

Badr Hari moet in de krant, maar niet zoals nu

Gepubliceerd in Trouw 31 januari 2014 vrijdag

Waarom is Badr Hari zo populair bij de serieuze media? Mediasocioloog Peter Vasterman legt uit en heeft een opdracht voor die media die zich op kwaliteit willen voorstaan.


Badr Hari was een onbekende kickbokser die maar een paar keer per jaar in de sportkolommen opdook. Tót hij in de zomer van 2012 iets krijgt met Estelle, de vrouw van Ruud Gullit, die het overspelige stel op Schiphol blijkt te hebben bespioneerd. Smakelijk nieuws voor de roddelpers en de infotainmentmedia zoals 'RTL Boulevard', maar niet voor de serieuze media.
Dat verandert als Badr Hari even later gearresteerd wordt op verdenking van verschillende geweldsdelicten. Dan raakt de belangstelling van de media in een stroomversnelling met als resultaat zo'n 800 artikelen in de landelijke dagbladen en tientallen tv-reportages in journaal en actualiteitenrubrieken.


woensdag 26 september 2012

Media moeten niet bang zijn voor zelfonderzoek


Journalisten beroepen zich op de mythe van onafhankelijk waarnemer. Hun rol bij calamiteiten blijft onbesproken.

Gepubliceerd in Trouw (Podium; Blz. 18) van september 2012 (PDF)

Gelukkig, er komt weer een onderzoekscommissie die gaat evalueren hoe het allemaal zo mis kon gaan, ditmaal in Haren. Dat is een gebruikelijk ritueel na crises, rampen en grote ordeverstoringen. De centrale vraag is altijd of de autoriteiten wel adequaat hebben gereageerd op de crisissituatie. Dat is ook waar de aandacht bij de presentatie van het rapport vaak een jaar later naar uitgaat: wie heeft gefaald? En als het tegenzit kan de verantwoordelijke bestuurder, mede onder druk van de media, zijn biezen pakken.

Het onderzoek als reinigingsritueel. Maar wat opvalt in al die onderzoeksrapporten is dat de rol van de media wel als een soort gegeven ter sprake komt, maar niet wordt geëvalueerd. Toen afgelopen voorjaar het rapport uitkwam van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid over de brand in Moerdijk in januari 2011 logen de koppen in de kranten er niet om: zo'n beetje iedereen had gefaald. Chemie-Pack had de veiligheidsregels overtreden, Moerdijk hield te weinig toezicht en de omwonenden raakten verontrust door tegenstrijdige informatievoorziening.

dinsdag 11 mei 2004

Media: altijd kritiek maar nooit op zichzelf

Gepubliceerd in Trouw op 11 mei, 2004

PETER VASTERMAN

Kranten en media zijn niet te beroerd om zich specialistische kennis eigen te maken maar de gevolgen van hun eigen werk willen ze liever niet weten. Minister Donner heeft gelijk en legde zijn vinger terecht bij een gevoelige plek.

De uitspraken van minister Donner (justitie) ter gelegenheid van het NVJ-congres over persvrijheid op 3 mei in Amsterdam zijn hem zoals hij zelf al voorspelde op de nodige vermaningen komen te staan. Wil hij soms de media aan banden leggen? De persvrijheid aantasten?

woensdag 11 februari 1998

Wie is er bang voor Dittrichs mediahype?

Het forum waar Dittrich voor pleit zou een onafhankelijk media watch instituut moeten zijn.

In verkorte versie gepubliceerd in Trouw van 11 februari 1998.

Peter Vasterman

Het pleidooi van D66-Kamerlid Boris Dittrich voor het onderzoeken en evalueren van mediahypes is vorige week vrijwel unaniem neergesabeld in de media. Zo nam Netwerk Dittrichs voorstel maar meteen mee in een reportage over de Limburgse burgemeester die erin geslaagd is om met behulp van de rechter een weerwoord geplaatst te krijgen naast het beschuldigende artikel over zijn declaraties. Daarmee wekte Netwerk redactie de indruk dat een voorstel om de berichtgeving te evalueren in dezelfde lijn ligt als het muilkorven en censureren van de pers die terecht misstanden aan de kaak wil stellen. Deze Pavlov-reactie viel ook te lezen in veel andere commentaren op Dittrich's zogenaamde 'geraaskal' (de voorzitter van de NVJ): je moet de boodschapper van het (slechte) nieuws niet aanvallen, als er klachten zijn kun je de rechter of de Raad voor de Journalistiek inschakelen, en zeker, we discussiëren ons suf op de redactie over de kwaliteit van onze berichtgeving. In sommige reacties ging het vooral om de bron van het pleidooi: een politicus, en dan ook nog van dezelfde partij als de hoofdrolspelers in de crisis rond Justitie. Dat maakt Dittrich in de ogen van veel journalisten 'verdacht', probeert hij misschien D66 uit de wind te houden door de media verantwoordelijk te stellen voor de creatie van deze crisis?
Door al deze negatieve reacties dreigt helaas het kind met het badwater te worden weggegooid. Natuurlijk hebben de media een enorme invloed op de ontwikkeling van een dergelijke crisis. Journalisten verslaan niet alleen het nieuws, ze maken het ook, ze zitten niet in de zaal, maar staan op het toneel en zijn medespelers. En toch blijven veel journalisten vasthouden aan de quasi-naïeve beroepsopvatting van de neutrale verslaggever die alleen maar de feiten doorgeeft zoals ze plaatsvinden. De erkenning dat de media een rol spelen in de ontwikkeling van zo'n crisis zou het debat al een stuk interessanter maken.

Dittrich heeft gelijk als hij stelt dat een klacht bij de Raad voor de Journalistiek niet past bij een evaluatie van zo'n ingewikkeld proces als een mediahype, waar per definitie alle media bij betrokken zijn. Bovendien is er bij een hype sprake van een 'publicitaire' kettingreactie waarin ook de tegenspelers van de pers een belangrijke rol spelen en ook die kant van het verhaal moet aan bod komen. En inderdaad we hebben in Nederland geen tv-programma's of rubrieken in kranten waarin systematisch de berichtgeving wordt geanalyseerd. Dag- en weekbladen beschikken wel over media-rubrieken of media-katernen maar die gaan hoofdzakelijk over televisie, film en lifestyle, maar niet over de inhoud van de berichtgeving. Die stukken zijn eerder uitzondering dan regel, schrijven over elkaar wordt al gauw als iets 'incestueus' beschouwd. De uitgebreide reconstructie van Ruud Verdonck in Trouw van afgelopen zaterdag over de berichtgeving over de Gronings-Haagse crisis vormde een uitzondering op die regel, die waarschijnlijk nooit in de krant gestaan zou hebben als Dittrich zijn uitspraken niet had gedaan.
Het zou voor de professionalisering van de Nederlandse journalistiek een goede zaak zijn als men meer oog zou krijgen voor de speciale dynamiek die op gang komt wanneer de media zich massaal op een nieuwsonderwerp storten en in de samenleving allerlei reacties losmaken die ook weer nieuws worden. Het is van belang om na afloop terug te kijken en te analyseren wat de gevolgen zijn geweest, voor de media, voor de beeldvorming rond een bepaald onderwerp en mogelijk ook voor de slachtoffers van de hype.
In de Verenigde Staten bestaan tal van 'media watch' organisaties, zoals FAIR (Fairness and Accuracy In Reporting)The Center for Media and Public Affairs (CMPA), of The Freedom Forum(oprichter van het Newseum), die zich bezighouden met de 'performance' van de media door middel van onderzoeken, publikaties en discussies voor journalisten. Ook organisaties als de Society of Professional Journalists geven onderzoekers regelmatig opdracht om de rol van de pers achteraf te evalueren. En nergens in de Amerikaanse journalistiek wordt dit debat over de rol van de media als een bedreiging van de persvrijheid gezien, integendeel. Er is brede erkenning dat dit kan bijdragen tot kwaliteitsverbetering van de journalistiek. Ik zie niet in waarom dat ook niet in Nederland zou kunnen. Als het maar niet de vorm heeft van een 'gezaghebbend forum' dat 'jurisprudentie' oplevert, zoals Boris Dittrich dat formuleert, want dat doet teveel denken aan een juridische procedure om de verdachte te veroordelen in plaats van aan open debat op basis van gedegen onderzoek.