Posts tonen met het label Blogs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Blogs. Alle posts tonen

dinsdag 12 maart 2024

Review onderzoek UMCG: "Ruim één op de tien jongeren heeft tijdens de vroege tienerjaren de wens van het andere geslacht te willen zijn. Naarmate kinderen ouder worden, verdwijnt deze wens vaak."

“I wish to be of the opposite sex.”

"UMCG-onderzoek: twijfels over gender bij jongeren op latere leeftijd vaak weg. Dit blijkt uit het onderzoek Development of Gender Non‐Contentedness During Adolescence and Early Adulthood, gepubliceerd in Archives of Sexual Behaviour.” 

In het persbericht van het UMCG legt onderzoeker Sarah Burke uit dat het relatief vaak voorkomt dat jongeren vragen en twijfels hebben rondom hun genderidentiteit, maar dat dit hoort bij de puberteit en dat het normaal is. Hoewel de onderzoeksresultaten opvallend zijn -genderissues komen blijkbaar veel voor bij jongeren-  is er in de media maar weinig aandacht voor. NOS Nieuws en het Dagblad van het Noorden schrijven erover, maar voor de rest blijft het stil (zie aan het eind van dit stuk voor vervolgpubliciteit). 

En dat is jammer want dit onderzoek sluit aan bij de discussie over de oorzaken van de snel groeiende vraag van jongeren naar transzorg en de lange wachtlijsten. Op X zagen zowel de critici van die transzorg, als de belangenbehartigers het onderzoek als bevestiging van de eigen standpunten. Zie je wel: de gendertwijfel is bij veel jongeren tijdelijk, dus extra voorzichtigheid is geboden met ingrijpende behandelingen als puberteitsremmers. Of, zie je wel; er is een kleine groep bij wie de genderonvrede sterker wordt, dus die transzorg is hard nodig. 

Het onderzoek stelt dus dat er relatief veel jongeren zijn die op enig moment bezig zijn met het idee dat ze liever van het andere geslacht willen zijn. Maar liefst 19 procent van de onderzochte jongeren van 12 tot 25 speelt op enig moment wel eens met die gedachte. Bij kinderen van 12 zegt tien procent dat wel eens te denken, maar bij de meeste jongeren verdwijnt dat naarmate ze ouder worden. Behalve bij een kleine groep van twee procent bij wie dat gevoel juist sterker wordt naarmate ze volwassen worden. Dat komt vaker voor bij meisjes en bij jongeren met psychische klachten. 

Dat klinkt aannemelijk allemaal: maar hoe is dit precies onderzocht en is er wel voldoende bewijs voor deze conclusies? Zijn jongeren wel zoveel bezig met die zogenaamde genderonvrede? Neemt dat gevoel inderdaad af als ze opgroeien? En hoe zit het met die kleine groep bij wie dat gevoel toeneemt? Bij nadere beschouwing duiken de nodige conceptuele en methodologische problemen op, waardoor de conclusies minder stevig zijn dan ze worden gepresenteerd. 

Het lijkt erop dat deze studie de genderonvrede onder jongeren behoorlijk overschat, zowel kwantitatief als kwalitatief. Dat komt door de vage definitie van genderonvrede, het gebruik van maar één stelling met beperkte antwoordmogelijkheden en het boven op elkaar stapelen van resultaten. Bovendien is er in de loop der jaren een enorme uitval, waardoor conclusies over toe- en afnames wankel zijn. En de data van de algemene groep lopen maar tot 2016, dus van voor de grote toename bij de genderklinieken. 

vrijdag 16 februari 2024

Transgender mensen in de VS: vooral jong, non-binair en geboren als vrouw

In februari 2024 verschenen de voorlopige resultaten van “The 2022 U.S. Transgender Survey,” in opdracht van the National Center for Transgender Equality.  Doel van de uitgebreide vragenlijst is om de ervaringen van transgender mensen te beschrijven. 


Ruim 90.000 mensen ondervraagd


Het onderzoek is gebaseerd op 92.329 respondenten vanaf 16 jaar, onder wie 84.170 mensen ouder dan 18 jaar. De onderzoekers claimen representativiteit op grond van extra weging van verschillende factoren zoals leeftijd, ras/etniciteit, opleiding en regio om vertekening in de steekproef te voorkomen. Het onderzoek heeft niet vastgesteld hoeveel transgender mensen er zijn op de totale populatie. Het voorlopige rapport geeft de eerste resultaten weer over de kenmerken van de respondenten


Geboren vrouwen in de meerderheid 


Die bevestigen het internationale beeld dat -in tegenstelling tot vroeger- de transgender mensen die als vrouw zijn geboren in de meerderheid zijn, namelijk 55 tegen 45 procent. 



Non-binair grootste groep, vooral geboren vrouwen 

woensdag 31 januari 2024

Hoeveel jongeren zeggen een transgender of genderdiverse identiteit te hebben? Een analyse van de cijfers uit onderzoek ‘Seks onder je 25e’.

Ruim 92.000 jongeren (tussen 12 en 25 jaar) identificeren zich als transgender, genderdivers of non-binair, dat zijn er bijna 29.000 meer dan vijf jaar geleden. Een toename van 45 procent. De toename komt vooral voor rekening van de meisjes die nu 63 procent van deze groep uitmaken. Vooral 'non-binair' en 'gendertwijfel' zijn sterk toegenomen in tegenstelling tot de transgender identiteit. Dat zijn de belangrijkste resultaten van het onderzoek Seks onder je 25e ten aanzien van genderidentiteiten. 

Onlangs verschenen de resultaten van het onderzoek 'Seks onder je 25e', dat om de vijf jaar wordt gehouden onder tienduizenden jongeren in Nederland. Dit is het vierde onderzoek na edities in 2005, 2012 en 2017. Uitgevoerd door Soa Aids Nederland en Rutgers in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het RIVM. 

In de media was vooral aandacht voor het feit dat de leeftijd voor de ‘eerste keer’ blijft stijgen. Maar het onderzoek stelt ook vragen over genderidentiteit. Jongeren is gevraagd of ze volgens hun gevoel een jongen, een meisje, tussen een jongen en meisje in, zowel jongen als meisje, of geen jongen en ook geen meisje zijn, zich anders te voelen of dit nog niet te weten. Als het antwoord ‘het tegenovergestelde van toegewezen sekse’ is, geldt dit als ‘transgender’ identiteit. De andere antwoorden vallen onder de categorie ‘genderdivers’. Als iemand zich geen jongen of meisje voelt betekent dat een non-binaire identiteit. De onderzoekers gebruiken dezelfde categorieën als bij de vorige editie in 2017, op één nieuwe antwoordcategorie na namelijk: ‘tussen jongen en meisje in.’ Zie Tabel 3.2.1 uit het rapport, pagina 28.

woensdag 1 november 2023

Statistieken transgenderzorg deel 2: nieuwe data aanmeldingen Amsterdam

Er zijn eindelijk actuele cijfers beschikbaar over het aantal aanmeldingen bij de genderkliniek in Amsterdam over de afgelopen vier jaar. Het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie (KZcG) van Amsterdam UMC heeft een soort jaarverslag gepubliceerd, getiteld Samenwerken aan betere genderzorg dichter bij huis. Jaarbeeld 2019-2022. Het vorige rapport Genderzorg in ontwikkeling Jaarbeeld 2011 - 2018 dateert uit 2019. 

Bron Jaarbeeld 2019-2022

In het nieuwe rapport staan de cijfers over de aanmeldingen van 2019 tot en met 2022 in een grafiek uitgesplitst per maand. Het is niet duidelijk waarom de jaren per maand met elkaar worden vergeleken, dat zou alleen zin hebben als die registratie per maand bijzondere betekenis zou hebben. Dat lijkt hier niet het geval. Bovendien geeft deze grafiek geen goed beeld van de ontwikkelingen in die vier jaar. Als we alle cijfers vanaf 2000 tot en met 2022 bij elkaar zetten, zien we de volgende trends. 

zondag 8 januari 2023

Statistieken transgenderzorg en transgender personen

Een overzicht van alle beschikbare actuele statistieken over transgenderzorg en transgender personen in Nederland. 

Inhoud: 

De vraag naar transgenderzorg is de afgelopen jaren explosief gestegen. In 2022 zijn er 5.280 mensen in behandeling bij een genderkliniek of GGZ-instelling, terwijl er 5.753 op de wachtlijst staan. Zo’n 30 procent is jonger dan 18 jaar. Die sterke toename begon rond 2013 en versnelde de afgelopen vijf jaar.    

zaterdag 31 december 2022

Een reactie op een reactie: "Wees zuinig op de genderzorg"



In hun reactie (Wees zuinig op de genderzorg) op ons NRC opiniestuk over puberteitsremmers (Ook transzorg moet aan medisch-wetenschappelijke standaarden voldoen) van 31 december 2022 negeren de KZcG behandelaars/onderzoekers tal van kritiekpunten: 

1. puberteitsremmers leveren gezondheidsrisico’s op

2. deze behandeling is niet wetenschappelijk onderbouwd (Zie: internationale reviews)

maandag 9 mei 2022

Has that one scientific study actually shown that the expert statement can be dropped as advocates of the new Transgender Law claim?

“Everyone favours abolishing the expert statement, including the experts themselves.” A much-heard argument in the discussion about the new transgender law. But is this evident from the one study from 2017 that is constantly cited? Short answer: no. A critical analysis of 'Doing justice to gender identity. Evaluation of three years of transgender law in the Netherlands 2014-2017.’"

Peter Vasterman 

Download PDF

    Soon, the Netherlands will have a new law allowing anyone to change the gender on their birth certificate without any verification. One administrative act will say that you did not come into the world as a boy or girl but as a girl or boy. 

    The most significant change in the new transgender law is cancelling the so-called expert statement. In it, an expert, usually a psychologist from a gender clinic, states that someone has "the lasting conviction of belonging to the opposite sex from that stated on the birth certificate." Now that this declaration is to be dropped, the only thing that counts to change your passport is the “lived gender identity”: whether someone “feels” male or female inside. 

Consensus on abolishing the expert statement?

    In the debate on the Act, frequent reference is made to an evaluation study from 2017, which allegedly shows that this expert statement can be abolished, because the gender experts themselves, who issue these statements, would not see the point. That study, Recht doen aan genderidentiteit. Evaluatie drie jaar transgenderwet in Nederland 2014-2017 (Doing justice to gender identity. Evaluating three years of transgender law in the Netherlands 2014-2017), was commissioned by the Ministry of Justice and Security and carried out by Marjolein van den Brink, lecturer in law at the University of Utrecht.

    This "conclusion" is also repeatedly put forward by advocates of the law as the main argument for dropping the expert opinion. Thus Brand Berghouwer, chairman Transgender Netwerk Nederland, and Astrid Oosenbrug, chair of COC Nederland, in De Telegraaf (10 februari 2022): “At present, trans persons still need an 'expert statement' to change their registration. But according to the experts themselves, the statement adds nothing and can be abolished. This has emerged from a scientific evaluation commissioned by the government.” 

    Minister Dekker, the proposer of the law, also argued that the declaration could be dropped according to the experts consulted, based on the evaluation study. Both in the Memorie van Toelichting and in the answers by the minister to parliamentary questions, Dekker states: “According to the researchers, there is a considerable consensus among transgender persons, parents of transgender children, experts and officials that the expert statement, at least for adults, can be dropped. 

Appearances can be deceptive

    So the gender experts and all the groups consulted would argue in favour of abolishing the declaration. Although the report literally states this, appearances can be deceptive. The experts are “ambivalent” towards the declaration and are divided among themselves, but the civil servants are largely in favour of the declaration. Even among the various groups surveyed (parents of transgender children and visitors to the TNN website), a minority favours abolishing the declaration. Only the representatives of interest groups are unanimously in favour: Transgender Netwerk Nederland, COC Netherlands, patient organisation Transvisie and Nederlands Netwerk Intersekse/DSD (NNID).

    Moreover, on closer examination, the study shows numerous scientific and methodological flaws: not only were only three (!) gender experts interviewed, but the four surveys intended to serve as evidence are also seriously flawed. Samples are unclear, questionnaires are brief or incomparable, results and tables with percentages are missing, and in one case, only nine participants took part in the survey. This makes it difficult to check whether the results are balanced in the report, especially since Van den Brink reproduces answers from interviews and surveys rather selectively. 

Amazingly, new legislation is based on an evaluation, more like a quick scan than thorough scientific research.

woensdag 26 mei 2021

Gendertransities: hoezo mogen de media daar niet kritisch over berichten? Evaluaties van de reacties deel 2

 In Transjongeren lopen gevaar als debat ongefundeerd gevoerd wordt (NRC 20 mei 2021) bekritiseren Marte Hoogenboom en Tammie Schoots mijn opiniestuk waarin ik betoog dat de media aandacht moeten besteden aan de problemen en controverses die (internationaal) spelen in de wereld van de gendertransities. En dat de angst voor beschuldigingen van transfobie geen reden is om dat niet te doen. 

    Toen ik het artikel schreef, wist ik nog niet hoe heftig die beschuldigingen van transfobie zouden worden op Twitter. Ik heb vaak Twitterstorms geanalyseerd – het woord komt voor in de titel van mijn boek uit 2018 (From Mediahype to Twitterstorm), maar het is een bijzondere ervaring om zelf het middelpunt te zijn van een golf van tweets die ruim een week duurde. 

maandag 24 mei 2021

Is de nieuwe groep van kinderen met genderdysforie inderdaad anders? Evaluatie van de reacties deel 1

Evaluatie reacties deel 1

Mijn NRC artikel Berichtgeving over gender-ingrepen bij tieners is te weinig kritisch van 18 mei heeft veel reacties en discussies opgeleverd. Tijd voor een evaluatie van die reacties. 

Eerst het interview in NRC van 20 mei met Thomas Steensma van de VUmc genderkliniek: Zijn de zorgen over transjongeren bij de genderpoli terecht?

In dit interview stelt hij dat er geen verschil is tussen de nieuwe groep van meisjes die zich sinds 2013 in groten getale meldt bij de kliniek en de kleinere groep van merendeels jongens in de periode daarvoor. 

Citaat: "Nee. Er is inderdaad sinds 2012 een enorme toename van mensen die het geslacht ‘meisje’ toegewezen kregen, maar ze zijn niet meer of minder genderincongruent dan degenen die bij de geboorte als jongen werden geregistreerd, of eerdere aanmelders. Ook uit een cohortstudie met alle 1.072 adolescenten die naar ons zijn doorverwezen tussen 2000 en 2016 zien we geen verschil. Vrijwel alle jongeren die bij ons komen ervaren serieuze problemen met hun geboortegeslacht.”  

vrijdag 15 mei 2020

OA Book of the Week: From Media Hype to Twitter Storm


NO SHELF REQUIRED

Digital books and digital content (in all incarnations) and the ways they transform the world.

In an effort to draw attention to quality Open Access scholarly content available on the newly launched Open Research Library (ORL), a central hosting platform for peer-reviewed Open Access books, NSR highlights popular titles in ORL’s comprehensive and growing collection each week, including a wide variety of academic fields and disciplines.

MAY 7, 2020

This week’s pick:



The word media hype is often used as rhetorical argument to dismiss waves of media attention as overblown, disproportional and exaggerated. But these explosive news waves, as well as – nowadays – the twitter storms, are object of scientific research, because they are an important phenomenon in the public area. Sometimes it is indeed ‘much ado about nothing’ but in many cases these media storms have play an important role in political issues, scandals and crises. Twitter storms sometimes ruin reputations within hours. Although different concepts are used, such as media hypes, news waves, media storms, information cascades or risk amplification, all the studies in this book refer to the same process in which key events trigger a chain of reactions and interactions, building up huge news waves in the media or rapidly spreading social epidemics in the social media. From Media Hype to Twitter Storm: The Dynamics of Self Reinforcing Processes in News Waves (Amsterdam University Press) offers the first comprehensive overview of this important topic. It is not only interesting for scholars and students in media and journalism, but also for professionals in PR and communication, crisis communication and reputation management.

——————

Peter L.M. Vasterman is media sociologist and assistant professor emeritus, Media and Journalism, at the Department of Media Studies of the University of Amsterdam.

woensdag 18 juni 2014

Geweldsinflatie: cijfers, definities en methoden in het rapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel

In haar reactie op mijn opiniestuk in NRC Handelsblad op 2 juni over de opgeblazen misbruikcijfers stelt Corinne Dettmeijer, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen, dat “minder erg seksueel geweld ook erg is.” Daarmee bevestigt zij precies de begripsinflatie die ik bekritiseerde in mijn stuk: ‘minder erg’ is niet ‘even erg’, maar ‘minder erg’, daarom noemen we ‘minder erg.’ En dus is niet alles seksueel geweld, tenminste niet in de betekenis van die termen in het gangbaar taalgebruik. Door alles maar geweld te noemen vallen nuances weg.

























Dat de hoge cijfers voor seksueel geweld in het rapport Op goede grond, De aanpak van seksueel geweld tegen kinderen van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel Dettmeijer gebaseerd zijn op begripsinflatie blijkt vooral uit het feit dat Nederland dan met die 42 procent geweld tegen meisjes (tot 18 jaar) eenzaam aan de top van de wereldranglijst zou staan. Op de tweede plaats Australië met 21,5 procent, gevolgd door de VS met 20 procent, terwijl België op 8,9 procent uitkomt.[1] Ook overtreffen haar cijfers die van het eerste onderzoek van Nel Draijer[2] eind jaren tachtig die op een op drie ‘ooit’ uit kwam voor vrouwen in alle leeftijdsgroepen.

Bovendien wekt de graphic van de trechter (zie bovenstaande illustratie) de indruk dat al die 62.300 gevallen van seksueel geweld ten onrechte maar zelden bij de hulpverlening en justitie terecht komen. 

zondag 23 februari 2014

Ethische besef ontbreekt bij de freelancers die de woonplaats van Benno L onthulden


Op De Nieuwe Reporter verscheen een terugblik op de journalistieke ophef over het bekend maken van de nieuwe woonplaats van Benno L: Reconstructie: Rumoer over de onthulling vande woonplaats van Benno L. Geschreven door Elif Isitman en Theresia Schouten die voor deze primeur tekenden. 


Een korte reactie. 

Dit is natuurlijk geen reconstructie, maar een terugblik van enkele hoofdrolspelers, wederhoor ontbreekt volledig. De auteurs betreuren het dat er een discussie over journalistieke ethiek uit voort is gekomen in plaats van een debat over de “plaatsing van zedendelinquenten” (moet dat niet ‘ex-zedendelinquent’ zijn overigens?).

Maar die discussie was toch te voorzien? Evenals de ophef onder de buurtbewoners?
De vraag is waarom beide auteurs in dit artikel niet ingaan op hun eigen afweging om dit ‘nieuws’ ter publicatie aan te bieden. Ze verschuilen zich achter de stelling dat ze er een nieuwsverhaal van wilden maken maar wel met “genuanceerde, niet sensationele inslag.”  

donderdag 10 oktober 2013

De Badr Hari affaire in cijfers




Vandaag, 10 oktober  begint de rechtszaak tegen kickbokser Badr Hari.
Vanwege het bovenstaande interview met AT5 over het mediacircus heb ik even in Lexus Nexus gekeken naar de hoeveelheid artikelen in de landelijke dagbladen.

Dat leverde sinds 2007 in totaal 847 artikelen op, waarvan de meeste werden gepubliceerd vanaf het moment dat hij een relatie krijgt met Estelle in juni 2012: "Ruud Gullit knock-out. Kickbokser verovert hart van Estelle (De Telegraaf 13 juni 2012). In 2012 en 2013 tot begin oktober: 719 vermeldingen. Voorlopig hoogtepunt in de berichtgeving is in november 2012 (111 vermeldingen) nadat Badr Hari werd gearresteerd (28 oktober) vanwege verdenking van de mishandeling van zakenman Koen Everink.  De Telegraaf heeft de meeste artikelen waarin de kickbokser wordt genoemd (139), gevolgd door Het Parool (111), de Volkskrant (109) en AD/Algemeen Dagblad (106). Hekkensluiter is het Reformatorisch Dagblad met vijf vermeldingen. 
Update oktober volgt na afloop van het proces.




vrijdag 4 oktober 2013

Mediahypes over dakloze gezinnen

Voor de Correspondent schreef correspondent 'Maatschappij, gedrag en groepen' Vera Mulder deze week een verontrustende reportage over het toenemend aantal dakloze gezinnen in Nederland met als kop: 
Met papa en mama in de daklozenopvang. En als intro: Drieduizend kinderen in Nederland zijn op dit moment dakloos. Een derde meer dan in 2009. Hoe is het om de opvang je thuis te moeten noemen?


In mijn reactie op dit stuk op de site van de Correspondent leek het me wel interessant om er op te wijzen dat we in het verleden wel vaker larmoyante, maar onjuiste verhalen hebben gehoord over dakloze gezinnen. 

donderdag 3 oktober 2013

Het naïeve idealisme van Bart Brouwers in Na de deadline

Onlangs verscheen Na de deadline. Journalistiek voorbij de crisis waarin Bart Brouwers zijn toekomstvisie op de journalistiek ontvouwt. Brouwers is de oprichter van het netwerk van regionale websites Dichtbij.nl, eigendom van de Telegraaf Media Groep. 


'Journalistiek is interactief, interactiviteit bepaalt journalistiek succes.'


Tot nog toe is de meeste aandacht uitgegaan naar zijn opmerkelijke pleidooi voor overheidssteun voor 'relevante' journalistiek. Hoewel de verleiding groot is om op die discussie door te gaan, is het interessanter om te kijken naar de aannames die ten grondslag liggen aan zijn visie op de journalistiek waarin interactiviteit centraal staat. Brouwers pleit voor samenwerking  'in alle fasen van het journalistieke proces' met uiteenlopende partners: burgers, experts, freelancers, overheden, dataleveranciers, bedrijven, en merken ('vroeger bekend als de adverteerders').  Maar op grond van welke analyse? Welke maatschappijvisie, en meer specifiek welk beeld van de hedendaagse burger (vroeger bekend als het publiek) ligt aan de basis van Brouwers theorie?



maandag 9 september 2013

Goed nieuws: het valt reuze mee met de knip- en plakjournalistiek. En het is niet erger dan vroeger

Peter Vasterman

Het is jammer dat Anne Kroon de resultaten van haar onderzoek naar persberichten van Nederlandse universiteiten in het DNR artikel presenteert onder de vlag van de opmars van de knip- en plakjournalistiek. Niet alleen de kop boven het artikel verwijst daarnaar, maar ook de derde alinea waarin Nick Davies aan bod komt met zijn ‘alarmerende term churnalism’. Dat is de man die in zijn veelgeprezen boek Flat Earth News (2008) niet alleen achteraf heeft voorspeld dat de milleniumbug een hoax was, maar die ook beweerde dat maar liefst 80 procent van al het nieuws in de Britse media uit de koker van de PR afkomstig was. Dat cijfer viel overigens zo hoog uit omdat de onderzoekers uit Cardiff waar Davies zich op baseerde, ten onrechte persberichten en berichten van persbureaus bij elkaar optelden. [1]
Het verbaast me dan ook niet dat Marcel van Lingen, hoofdredacteur van het ANP, zich in zijn kuif gepikt voelde door het stuk van Anne Kroon. Want volgens haar onderzoek zou het ANP, meer dan andere media, zich schuldig maken aan het ‘zonder toegevoegde informatie’ doorplaatsen van persberichten van de Nederlandse universiteiten. Dat bijna 40 procent (soms is in de scriptie sprake van 30 procent) van de persberichten zo op het ANP-net terecht kwam, acht Kroon ‘zorgwekkend,  ‘omdat uit eerder onderzoek blijkt dat journalisten informatie van persagentschappen niet consequent controleren. Het is dus mogelijk dat PR-kopij via persagentschappen in de nieuwsmedia terecht komt.
De kranten daarentegen worden vrijgepleit “van massale copy-paste journalistiek.” Of het ANP daadwerkelijk de doorgeplaatste persberichten niet checkt, kan Anne Kroon natuurlijk niet beantwoorden met haar inhoudsanalyse. Daar had de ANP-hoofdredacteur een punt.

woensdag 4 september 2013

Awayness, hoe goeroes als Jay Rosen ons met buzzwords het bos insturen


In het themanummer van 3 september van de Columbia Journalism Review onder de titel What is journalism for? krijgt nieuwe media goeroe Jay Rosen de kans om er weer eens een nieuwe definitie van journalistiek tegenaan te gooien. Het gaat volgens hem niet om de vraag ‘wie is journalist?’, maar om ‘wat is journalistiek?’
 En wat is het antwoord volgens Rosen, de grand old man van civic journalism? Na wat omzwervingen langs de Koopman van Venetië van Shakespeare, een Engelse vissersdorpje met 200 inwoners en de Mexicaanse dichter Octavio Paz komt hij tot de niet bepaald wereldschokkende conclusie dat journalistiek een venster op de wereld biedt en daarmee een oplossing voor het probleem van ‘the rising “awayness” of things. 
“Journalism enters the picture when human settlement, daily economy, and political organization grow beyond the scale of the self-informing populace.”
Goeroes zijn altijd dol op nieuwe termen waarvan ze hopen dat het buzzwords worden die gaan rondzingen. Maar ik betwijfel of ‘awayness’ gaat scoren. 
Journalistiek is volgens Rosen: ‘ik ben hier en jij niet en daarom vertel ik wat hier gebeurt.’ 

Journalistiek is dus een verslag van iets dat buiten onze horizon plaatsvindt.  Goh, echt waar joh?
Mag een verslag van iets waar ik wel bij geweest dan ook?

dinsdag 2 juli 2013

De journalist als vrijwilliger in het buurthuis van Jeff Jarvis

There are no journalists


We zijn eruit. Journalisten bestaan niet meer. Eindelijk heeft de bekendste en meest invloedrijke denker, Jeff Jarvis een nieuwe definitie gegeven van de journalistiek in de toekomst. We waren jarenlang dolende, maar Jeff heeft eindelijk aangegeven waar het heen gaat (of moet?).
Eerst maar even wat journalistiek allemaal niet (meer?) is volgens deze visionair: geen inhoud, geen zelfstandig, geen professioneel beroep, geen industrie, geen schaars goed, geen redactie product, geen verhaal format. Geen journalisten dus.
Nee het is DIENST: journalistiek helpt communities om hun eigen kennis te organiseren zodat ze zich beter zelf kunnen organiseren. Laat die begrippen even inwerken: ‘helpen’, ‘gemeenschap’, ‘organiseren.’
Iedereen kan het
Het zijn woorden die vooral denken aan het klassieke welzijnswerk dat inmiddels in hoog tempo wordt afgebroken om zo de ‘buurt terug te geven aan de bewoners’ zoals dat tegenwoordig in gemeentelijk jargon heet. Geïnspireerd door de ‘Jarvissen’ van het toekomstbestendige welzijnsbeleid.
Want ook Jarvis spreekt over een ‘dienst’, die net als in het welzijnswerk teruggegeven kan (nee, moet) worden aan de buurt. En die dus ook door de buurtbewoners zelf kan worden uitgevoerd, zodat ze zich zelf ook beter kunnen organiseren. En die mogen zich dan journalist noemen. Want professionals zijn niet meer nodig. “Anyone can help do that.”
De echte journalist
Maar ho even, dan spreekt Jarvis toch weer over de ‘true journalist’ die zou moeten willen dat iedereen daaraan mee doet. Hé, er is dus toch nog een echte journalist, maar is dat een professional of een vrijwilliger die tussendoor ook bingo’s organiseert in het buurthuis? Dat is niet duidelijk in zijn betoog. Op zich is het niet vreemd om het doel van journalistiek te formuleren in termen van een maatschappelijk belang, namelijk zorgen voor een goed geïnformeerde burger. Maar Jarvis beperkt de rol van de journalist  tot het helpen van de gemeenschap bij het organiseren van informatie.
De community helpen
Eerst die community: het klinkt mooi (wie zou niet de gemeenschap willen dienen?), maar wat bedoelt Jarvis met een community: een buurt, een gemeente, een subcultuur, een groep gelijkgestemden, een land? En kun je dan ook voor verschillende communities werken? En wat als die communities met elkaar in de clinch liggen?

maandag 18 maart 2013

Wie stelt, moet bewijzen. Onderzoek Commissie Cohen, sloppy science? DEEL 3


Op de website van De Nieuwe Reporter reageren de onderzoekers van de Commissie Cohen, Lidwien van de Wijngaert en Thomas Boeschoten op mijn kritiek. Hier volgt mijn antwoord. 

In tegenstelling tot wat de onderzoekers van Cohen beweren, suggereer ik helemaal niet dat zij de rol van de massamedia ‘bagatelliseren.’ Ik volg hun conclusie en die luidt namelijk: de media hebben een “niet-doorslaggevende rol” gespeeld, “omdat er op Facebook al een kritieke massa was bereikt.” Bovendien hebben volgens de commissie Cohen de media –een paar uitzonderingen daargelaten- neutraal over Haren bericht. Merkwaardig genoeg was het volgens het rapport wel weer een ‘mediahype’, en ook in hun reactie gebruiken onderzoekers weer die term. 

Indachtig het oude adagium ‘wie stelt, moet bewijzen,’ ging ik in het rapport op zoek naar die bewijzen. En tot mijn verbazing ontbraken de bewijzen voor die kritieke massa waarvan dan kennelijk op Facebook sprake was.

zondag 10 maart 2013

Onderzoek Commissie Cohen, sloppy science? DEEL 2


In tegenstelling tot wat het rapport van de commissie Cohen meldt, is er wel degelijk een spectaculaire stijging van het aantal mobiliserende oproepen NADAT de media Project X Haren hebben ontdekt.


Het verschil tussen relatieve en absolute aantallen.

De onderzoekers hebben de 52.277 Facebookberichten geanalyseerd op mobiliserende uitspraken zoals: “Ga mee, nodig je vrienden, uitnodigen, nodig al je, vrienden uit, teller, aanmeldingen, uitgenodigd en kom op.”
Uit het onderzoek blijkt dat het aantal threads met mobiliserende uitspraken rond de drie procent ligt per dag. Alleen in de eerste paar dagen ligt dat hoger, zo rond de zeven procent.
Zie deze grafiek (p. 29, deelrapport 2)


Met threads bedoelen de onderzoekers: “een post met eventuele comments”. Het is wel merkwaardig dat de onderzoekers nergens het absolute aantal threads noemen binnen de 52.277 berichten. Bij geen enkele grafiek staat N vermeld, de totale populatie waar de grafiek betrekking op heeft (voorgeschreven in een wetenschappelijke publicatie). Bovendien is niet duidelijk of een thread ook meerdere mobiliserende uitspraken kan bevatten en of die dan ook zwaarder wegen. In een onderzoek behoort dat te worden toegelicht.