Posts tonen met het label Onderzoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Onderzoek. Alle posts tonen

vrijdag 18 april 2025

From transsexuality to gender diversity. Hacking’s looping theory as an explanation for the sharply increasing number of adolescents seeking gender affirming medical care

New publication in peer reviewed journal Filosofie & Praktijk, Volume 46, Issue 1, apr. 2025, p. 42 - 68

Authors: Jilles Smids and Peter Vasterman.    



ABSTRACT

Over the past decade there’s been a surge in the number of young people seeking medical treatment to change their gender. What makes looking for explanations difficult is the problem that concepts such as transgender are moving targets: they are constantly changing. This study tries to solve this by applying Ian Hacking’s ‘looping theory’ on the historical development of these concepts. Hacking examined how classifications and labels influence self-perception and behavior, and vice versa, how the classified people fight for acknowledgement and a change of labels. Four socio-historic periods are identified, describing the interactions between political institutions, medical and health organizations, academic centers, advocacy groups, (social) media and the people involved. This study shows that the increase in medical transitions can partly be explained by the changing concept of trans into a non-medical identity label, with self-identification as the single defining characteristic. The result was a broadening of the eligible population.


Keywords: transsexuality, transgender, looping theory, medical transitions.

LINK TO ARTICLE



--------------------------------------------------------------------------------

PREVIEW


Content


Introduction


Theoretical framework

    The looping effect

    Joel Best’s social problems theory

    Transgender identities and looping effects


Methodology and research questions.

    A grid for socio-historic analysis

    Research questions

    The empirical research


Transgender identity as result of the interplay between social actors.

    1920-1980: Conceptualizing a rare phenomenon: transsexuality

    1980-1997: Contested medicalization.

    1997-2012: The medicalization of transgender adolescents.

    2012-2024. Further expansion and emerging criticism


Discussion: explaining the increased referrals with Hacking’s model


Conclusion


Literature


Introduction

    Over the past decade there’s been a surge in the number of young people (age 10-24) seeking medical treatment to change their gender, commonly described as transgender.  Despite the significant increase in capacity of gender clinics in the Netherlands, several thousands of young people are on slow waiting lists (Kwartiermaker Transgenderzorg 2022, p. 2). Besides this strong increase, there is also a striking reversal in sex ratio with natal female adolescents now largely outnumbering natal males (Arnoldussen et al. 2022, p. 2542). Comparable increases are reported in many other countries (Cass Review 2024, p. 24; Kolk et al. 2023, p. 13). The number of people identifying as gender diverse, transgender, or non-binary has also risen, largely driven by Generation Z females (Government of Canada 2022; U.S. Transgender Survey 2024; De Graaf et al. 2023, p. 28).

donderdag 16 november 2023

Hoezo polarisatie en verharding van het debat over transgenderzorg? Radboud transgender rapport op de snijtafel

Het media-onderzoek van de Radboud Universiteit doet niet wat het belooft, namelijk onderzoeken wat de rol is van de (sociale) media bij de toename van de vraag naar transgenderzorg. Wel betrekken de onderzoekers over de media allerlei stellingen die ze helemaal niet onderzocht hebben.
Een kritische analyse van het hoofdstuk over de (sociale) media in dit onderzoeksrapport en een schets van de vraagstellingen die wel onderzocht hadden moeten worden. Door: Peter Vasterman, mediasocioloog.  


"Mijn gender, wiens zorg? Onderzoek naar de toename in en veranderingen van de vraag naar transgenderzorg." (2023). Auteurs: Enny Das, Marion Wasserbauer, Charlie Loopuijt, Ilona Plug, I., Aafke Uilhoorn,  Anna van der Vleuten & Chris Verhaak.

 




Download artikel in PDF

 

Inhoudsopgave

Inleiding

Samenvatting in 10 punten

De context: empowerment of contagion.

Hoe is de rol van de (sociale) media onderzocht?

Wat levert de inhoudsanalyse op?

Houding journalist problematisch

Berichtgeving positief: toch verharding en polarisatie?

Conclusies nieuwsmedia wankel

De Twitter analyse

Samenhang theorie en empirie zwak.

De zichtbaarheidstheorie en het media-onderzoek

Empowerment theorie gebaseerd op essentialisme

Tot slot

Eindnoten

 

-------------------------------------------------------------

 

Inleiding

    Hoe valt de sterke toename van het beroep op de transgenderzorg de afgelopen jaren te verklaren? En wat is de verwachting voor de toekomst? Dat was op verzoek van de Tweede Kamer de onderzoeksopdracht van het ministerie van VWS aan de Nijmeegse onderzoekers van de Radboud Universiteit.

    De belangrijkste conclusie van het rapport "Mijn gender, wiens zorg?" dat in mei verscheen, is dat niet valt aan te tonen dat de toename van de zorgvraag het gevolg zou zijn van een sterke toename van het aantal transgender personen. Wel zorgt gebrek aan maatschappelijke acceptatie (minderheidsstress genoemd) voor een groeiende vraag naar specialistische (lees medische) transgenderzorg. Maar volgens de onderzoekers is dat een fuik waardoor een maatschappelijk probleem wordt gemedicaliseerd met een medische behandeling als eindresultaat.

 

Mijn gender, wiens zorg? P. 3


    Wat de rol van de (sociale) media betreft concluderen de onderzoekers dat deze aan de ene kant meer herkenning bieden en meer zichtbaarheid, maar dat ze aan de andere kant zorgen voor verharding en polarisatie die acceptatie kan schaden.

"Aan de hoeveelheid en inhoud van de media kunnen we afleiden dat de zichtbaarheid van transgender personen in de afgelopen jaren is toegenomen. De toon van het debat is over het algemeen positief, maar verhardt en polariseert in de meest recente jaren." (p.67)

De sociale media bieden vooral mogelijkheden om de genderidentiteit te ontwikkelen via contacten met anderen met dezelfde gevoelens:


"Sociale media kunnen bijdragen aan het vinden van taal, informatie en lotgenoten." Maar: "Dit betekent niet dat een (cis- of trans-) persoon in interactie met de transgendergemeenschap tot transgender ‘gemaakt’ wordt." (p.30).

 

    Maar hoe hebben de onderzoekers dit onderzoek naar de rol van de (sociale) media aangepakt? Hoe is de berichtgeving onderzocht en hoe jongeren omgaan met sociale media? Zijn alle relevante vragen wel aan bod gekomen? Bijvoorbeeld over de invloed van de (sociale) media op de identiteitsontwikkeling van jongeren? Of bijvoorbeeld over de framing van transgenderissues in de berichtgeving? Wat valt er te zeggen over de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek? Zijn de conclusies over de verharding en polarisatie gerechtvaardigd op grond van de inhoudsanalyse?

    Deze evaluatie van het Radboud media-onderzoek is belangrijk omdat het rapport een grote rol speelt in discussies over de sterke toename van het aantal jongeren dat een beroep doet op de transgenderzorg. In deze bespreking kijken we niet alleen naar de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek, maar ook naar de onderzoeksvragen die op dit moment centraal staan in de mogelijke verklaringen voor de toename van het aantal transgender personen in de afgelopen jaren.





donderdag 18 november 2021

Medialogica: kindermishandeling in de media

Hoofdstuk 13. Medialogica: kindermishandeling in de media
De sociale constructie van een maatschappelijk probleem

Peter Vasterman

NU ONLINE, eerder in 2017 gepubliceerd in het Jaarboek voor het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken:  1 op de 4 - Kindermishandeling, een publiek probleem

Naar aanleiding van het onderzoeksverhaal van Elize Lam bij Follow the Money ‘We hebben een veel te zwart beeld van kindermishandeling’ 18 november 2021Een onderzoek naar kindermishandeling in de lockdown liet zien dat die toenam, met liefst 25.000 meer kinderen. En de cijfers waren al zo hoog. Maar: waarop zijn die gebaseerd, en wat vertellen ze ons? ‘Emotionele verwaarlozing’ blijkt de grootste categorie te zijn, niet geweld tegen kinderen; dat daalt juist.


Inleiding

’Verkeerde vragenlijst leidt tot veel onterechte verdenkingen van kindermishandeling’, meldt de Volkskrant begin dit jaar (20 maart 2017). Uit onderzoek is gebleken dat de vragenlijst die artsen verplicht moeten gebruiken om kindermishandeling op te sporen leidt tot een stortvloed aan valse meldingen. Op ruim vijftigduizend ingevulde formulieren bleken er 108 positief (0,2 procent), maar slechts in negen gevallen (0,018 procent) bleek de melding terecht, de overige 99 waren dat niet, in totaal 92 procent van alle meldingen. Bij de positieve meldingen ging het in de meeste gevallen overigens om emotionele verwaarlozing. Omgekeerd werden er ook mishandelde kinderen gemist: 0,01 procent. De vragenlijst voor deze verplichte screening werd nooit wetenschappelijk gevalideerd. 

woensdag 12 juni 2013

Pandemic alarm in the Dutch media

Pandemic alarm in the Dutch media: Media coverage of the 2009 influenza A (H1N1) pandemic and the role of the expert sources

European Journal of Communication June 10. 
Published online before print June 10, 2013, doi: 10.1177/0267323113486235
Peter LM Vasterman
University of Amsterdam, The Netherlands
Nel Ruigrok
Netherlands News Monitor

Abstract
In 2009, the outbreak of a new flu virus in Mexico developed into the first pandemic in more than 40 years. For years the world had been warned about such a catastrophic global epidemic, but influenza A/H1N1 (also called swine flu or Mexican flu) turned out to be even milder than the common flu. This study is based on a content analysis of newspaper and television coverage from April to December 2009, and focuses on the volume and the content of the news coverage of the pandemic in the Netherlands. The research shows that media coverage was intensive and alarming, especially during the first and third stages of the epidemic. As it turns out, news sources had about the same share of alarming messages as the media. Therefore, although the media were indeed alarming in their coverage, they were so on the authority of their sources, the experts and the public health officials.

Download full text



vrijdag 25 januari 2013

Wilders en de media

    Meta-analyse van 41 artikelen, theses, rapporten, boeken en hoofdstukken 

    Tijdschrift voor Communicatiewetenschap, aflevering 1, 2013

Piet Bakker & Peter Vasterman

    Geert Wilders is populair bij communicatiewetenschappers. In de periode 2006-2011 zijn er tientallen publicaties over hem verschenen waarvan ruim veertig gebaseerd op empirisch onderzoek. In dit artikel wordt onderzocht welke methoden en theorieĂ«n dominant zijn binnen dit onderzoek, welke media en welke aspecten van de relatie tussen Wilders en de media aan bod komen. Daarnaast wordt gekeken of er conclusies te trekken zijn over ‘Wilders en de media’ na bestudering van deze grote hoeveelheid onderzoek. Op het eerste gezicht hanteren communicatiewetenschappers een grote variĂ«teit aan methoden en theorieĂ«n. Nadere analyse toont echter scheefheid binnen deze variĂ«teit aan. Het is vooral de media-inhoud die onderzocht wordt; redactiebeleid, mediastrategie en de effecten komen minder vaak aan bod. Daarnaast is er een sterke voorkeur voor het analyseren van gedrukte media. De scheefheid kan verklaard worden vanuit praktische overwegingen. De inhoud van media is eenvoudiger te onderzoeken dan hun beleid of hun invloed, waarbij gedrukte media eenvoudiger te analyseren zijn dan andere media. Bij de inhoudelijke analyse valt op dat media-aandacht in golven verloopt waarbij sterk ingezoomd wordt op incidenten die bewust gecreĂ«erd worden door Wilders, zonder dat media zich aan deze omklemming kunnen onttrekken.

woensdag 2 november 2011

Onderzoek naar cry wolf: de gevolgen van vals alarm

Het cry wolf effect

Waarschuwingssystemen zijn belangrijk. Ze waarschuwen voor dreigend gevaar en stellen mensen in staat zich voor te bereiden of om gericht actie te ondernemen. Maar wat als een waarschuwingssysteem vaak een vals alarm doet uitgaan? Verliezen mensen dan het vertrouwen in dat systeem? Wanneer treedt dat cry wolf effect op? Geloven we het volgende weeralarm nog wel als er paar keer voor niks groot alarm is geslagen? En hoe zit dat met de terrorisme waarschuwingen van de de NCTb (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding) met verschillende dreigingsniveau's ? En welke rol spelen de media hierbij?

Hier het rapport van het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement en de Universiteit van Amsterdam in opdracht van het Nationaal Crisiscentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Auteurs Jan Bos, Ana van Es (COT) en Peter Vasterman (UvA)

Onderzoek naar Copycat en de media

Imitatiegedrag en media

Zetten media aan tot imitatiegedrag? Bestaat het zogenaamde copycat effect? Laten daders van misdrijven zich beïnvloeden of inspireren door incidenten die daarvoor uitgebreid in het nieuws geweest zijn? Is veel media-aandacht voor vandalisme, brandstichting, mishandeling, zelfdoding en gezinsdrama's besmettelijk? Wat is daar over bekend? Hoe stel je het besmettingsgevaar bij incidenten vast? En wat zijn de beste communicatiestrategieën?

Hier het rapport van het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement en de Universiteit van Amsterdam in opdracht van het Nationaal Crisiscentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Auteurs Jan Bos, Ana van Es (COT) en Peter Vasterman (UvA)

dinsdag 7 juni 2011

Mexicaanse griep: alarmerende berichtgeving zorgt voor veel verontrusting

De berichtgeving rondom de uitbraak van de Mexicaanse griep in het voorjaar van 2009 was intensief en verontrustend: de Mexicaanse griep zou zich kunnen ontwikkelen tot een gevaarlijke pandemie met veel (dodelijke) slachtoffers, ook in Nederland. Vergelijkingen met de Spaanse Griep en dagenlang nieuws over de wereldwijde verspreiding van het virus versterkten dat beeld. De media brachten deze alarmerende boodschap weliswaar op gezag van wetenschappelijke experts en woordvoerders van bijvoorbeeld de WHO en het RIVM, maar er was weinig aandacht voor andere signalen en experts die het gevaar nuanceerden of relativeerden. Hoewel de epidemie in Nederland een mild verloop had, was de berichtgeving ook in het najaar van 2009 toen enkele kinderen overleden aan de griep sterk verontrustend.
Dit blijkt uit onderzoek van de Nederlandse Nieuwsmonitor naar de berichtgeving in de media over de Mexicaanse griep in 2009. Naast de landelijke dagbladen zijn ook de journaaluitzendingen van NOS, RTL4 en SBS6 meegenomen in het onderzoek en zijn de berichten op sociale media Nujij.nl, Fok.nl, Mexicaansegriep.eu en Zwangerschapspagina.nl geanalyseerd. De resultaten van het media-onderzoek zijn afgezet tegen de gegevens die beschikbaar waren over de reacties van het publiek, zoals het aantal geposte berichten op webfora, de ruim 800.000 telefonische vragen aan de grieplijn van Postbus 51 en de antwoorden op een serie opiniepeilingen (Risico- en crisisbarometer Nieuwe Influenza A van het Ministerie van Veiligheid en Justitie).

dinsdag 22 februari 2011

De digitale schandpaal

P.L.M. Vasterman in: Tijdschrift voor communicatiewetenschap, Vol. 38, (2010), p. 118-138

De invloed van internet op het verloop van affaires en schandalen
Door de opkomst van internet is het schandaal niet meer exclusief het
domein van de professionele media. Aan de hand van vier actuele cases
(DemminkDeplaDuyvendak en Herfkens) is de invloed onderzocht
van diverse types websites op de verschillende stadia waarin een affaire
zich ontwikkelt tot schandaal. Vooral de interactie tussen de semiprofessionele
blogs en de nieuwsmedia is van belang, de rol van de internetgebruiker
beperkt zich tot het (verontwaardigd) reageren op de onthullingen.


maandag 22 november 2010

Peer review van onderzoek, maar dan door journalisten

De afgelopen twee weken is op De Nieuwe Reporter gedebatteerd over het onderzoek dat in Nederland wordt gedaan naar de journalistiek. Aanleiding was een symposium op 12 november dat plaats vond naar aanleiding van een inventarisatie die de mediawetenschappers Kees Brants en Peter Vasterman hebben gemaakt van het onderzoek dat in Nederland gedaan wordt naar de journalistiek. In de laatste aflevering van de serie blikken zij terug op het debat en trekken een aantal conclusies.

zaterdag 4 september 2010

Journalism Studies in Nederland

Het septembernummer van het Tijdschrift voor Communicatiewetenschap bevat een themanummer onder redactie van Kees Brants en Peter Vasterman over Journalism Studies in Nederland.

Inhoud:

Kees Brants en Peter Vasterman: Journalism studies in Nederland: een inventarisatie

In dit artikel worden de resultaten gepresenteerd van een onderzoek onder de beoefenaren van journalism studies aan universiteiten en hogescholen in Nederland. Het laat een staalkaart zien van de thema’s die zij behandelen, de studieobjecten waarover zij publiceren, in welke tijdschriften, boeken en boekbijdragen, in welke taal, en welke onderzoeksmethoden zij daarbij over het algemeen gebruiken.

This article presents the results of a survey among journalism studies researchers from universities and schools of journalism in the Netherlands. It shows the themes they focus on, what they publish about, in what journals, books and book chapters, in what language, and what methods they generally apply in their research.

vrijdag 3 oktober 2008

Onderzoek naar berichtgeving over UMTS en fijn stof

Towards a Model for Evaluation of Reporting on Risk. The case of UMTS and Fine Particles.

The media's coverage of risk issues is often criticized for neglecting the scientific perspective on risk. This criticism, however, ignores the social context in which journalists operate: they have to report on people's worries about health-threatening issues and they have to cover actions taken by the government to address these worries. The media have to report on such issues, irrespective of the fact that in terms of scientific risk assessment the risk may be negligible. In this article, a new evaluation model for media coverage of risk is developed on the basis of a content analysis of two risk issues — universal mobile telecommunications system (UMTS) base stations and fine particle pollution (FPP) — and extensive consultation with prominent journalists, scientists and stakeholders in the Netherlands. The model defines criteria regarding sources, frames, amplification, risk perception, scientific data and the language used in the coverage. This approach offers a concrete starting point for the reporters who cover these issues in the daily news pages.

Key Words: frames • journalism • media • risk • sources

European Journal of Communication, Vol. 23, No. 3, 319-341 (2008)
DOI: 10.1177/0267323108092538

Co-authors: O. Scholten en N. Ruigrok.

woensdag 3 september 2008

Media en rampen

Rampen zijn groot nieuws en blijven vaak nog maandenlang de voorpagina’s beheersen. Hoe ziet de berichtgeving eruit in de verschillende fasen na een ramp? Welke ontwikkelingen in de journalistiek en het medialandschap spelen daarbij een rol? Wat zijn de gevolgen van de berichtgeving voor de getroffenen en voor de manier waarop de samenleving met de ramp omgaat?


Download dit artikel in het Themanummer Rampen en Calamiteiten van Psychologie & Gezondheid 2008 36/3


Media and disasters

Disasters have always been breaking news, but in the current competitive media landscape the media have an interest in expanding the disaster into a news spectacle, spanning several weeks afterwards. After the immediate on the spot reporting, the media will concentrate on two major stories: human interest and the question of guilt and political responsibilities. The focus on the personal and emotional stories is the result of a major shift of perspective in journalism in which the experiences of the citizens have become equally important as the view of the official sources. The ‘blaming’ news flow can be linked to changes in the perception on risk and disaster, for which the government is held responsible at any time. The interaction between media, public and government in the aftermath of the disaster may create a process in which a specific risk, connected to the disaster, is amplified over and over again. This forces the government to take drastic action that may not be in proportion with the actual risk. Exposure to all these post-impact news waves sometimes contributes to stress-related health problems among survivors and rescue workers.

zondag 23 december 2007

Mabel en de media

'Tegen onwaarheid is geen kruid gewassen'

Afgelopen dinsdag 18 december gepresenteerd in Den Haag: ons onderzoek naar de berichtgeving over de affaire Mabel Wisse Smit

In oktober 2003 ontstond de nodige commotie rond de aanstaande echtgenote van prins Johan Friso, mevrouw Mabel Wisse Smit. Aanleiding vormde een uitzending van Peter R. de Vries waarin een Chileense ex-lijfwacht van Bruinsma verklaarde dat mevrouw Wisse Smit eind jaren tachtig een liefdesrelatie had gehad met de later vermoorde crimineel Klaas Bruinsma. Politiek en media stortten zich op de 'onthulling', en het aantal berichten over wat al snel 'de affaire Mabel Wisse Smit' ging heten, steeg explosief. Premier Balkenende en toenmalig minister van Justitie Donner lieten zich naderhand kritisch uit over de rol van de media. Premier Balkenende sprak al snel van een hype, minister Donner repte van een 'lynchpartij'. Aan de hand van een groot aantal kenmerken van berichtgeving gaan de onderzoekers na of en in hoeverre media tijdens een affaire de rollen van 'aanjagen', 'aanklagen' en 'veroordelen' vervullen. Ze analyseerden de uitzending van Peter R. de Vries en de berichtgeving over Mabel Wisse Smit in Algemeen Dagblad, De Telegraaf, de Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw in de periode 1 juli tot en met 31 december 2003.

Download hier het volledige rapport of de samenvatting.

Hier een verslag van de presentatie en de forumdiscussie georganiseerd door de Stichting Mediadebat in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag op 18 december.

Het onderzoek in de pers:
AD:
‘Media joegen schandaal Mabel aan’ AD

NRC Handelsblad: Charlie da Silva en de kranten. Nederlandse Nieuwsmonitor onderzoekt rol van media bij Mabelgate
Nederlands Dagblad: 'Media en politiek stookten 'Mabelgate' op'
De Journalist, Herman Spinhof: Spinhof: Nieuwsmonitor onderzocht Mabel Wisse Smit affaire. Retoriek met retoriek bestreden. Met reactie van Peter R. de Vries.

Op internet:
Peter Olsthoorn: Mabel in de sandwich. Charlie da Silva bepaalde politiek en media.
Robert van Waning: De journalistiek schuift telkens haar verantwoordelijkheid af.


maandag 3 september 2007

Media Landscape - The Netherlands

The Dutch Media Landscape

Het Nederlandse medialandschap.

Auteurs: Piet Bakker en Peter Vasterman

Excerpt from EUROPEAN MEDIA GOVERNANCE: THE NATIONAL AND REGIONAL DIMENSIONS, published by Intellect (http://www.intellectbooks.com).

zaterdag 2 juni 2007

MESSENGER— media, science & society - engagement & governance in Europe

MESSENGER was a 12-month project funded by the European Union under the 'Science and Society' section of the Sixth Framework Programme for Research and Technological Development. It is being undertaken by the Oxford-based Social Issues Research Centre(SIRC) in partnership with theAmsterdam School of Communications Research (ASCoR).

The SIRC team:
Dr Peter Marsh (project coordinator), Simon Bradley (project
coordinator), Francesca Kenny (senior research associate), Carole
Love, Elanor Taylor, Zoe Khor, Patrick Alexander, Kate Kingsbury,
Jeanne Feaux Croix, Natalia Lorenzoni, Gurval Durand, Ivan
Costantino, Emilie Fergusson, Mauro Sarrica, Patrizia Bassini,
Nadine Beckman.
The ASCoR team:
Dr. Otto Scholten (supervision & research), Dr. Peter Vasterman
(supervision & research), Dr. Nel Ruigrok (content analysis),
Christine Pawlata (content analysis), Annemiek Verbeek
(interviews key-persons), Sacha Wamsteker (interviews
key-persons).
Copies of this report and all associated materials can be viewed and downloaded from the project website at:
http://www.sirc.org/messenger

Output of the Messenger project:

The ASCoR project: 

3.9 The ASCoR media analysis. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 127

3.9.1 Evaluating the news media . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 127
3.9.1.1 Media criticised . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . 127
3.9.1.2 Criticism criticized . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 127
Operational modes. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 127
Social amplification of risk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .128
Risk perception . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .129
Framing risk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 129
3.9.2 Evaluation criteria for risk coverage. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 130
3.9.3 Content analysis to explore evaluation criteria . . . . . . . . . . . . .131
3.9.4 A typical example? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  133

3.9.5 Introduction to UMTS and FP pollution as risk issues . . . . . . 133
3.9.5.1 UMTS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
3.9.5.2 Fine particle pollution . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .134
3.9.6 Hypothesis content analysis UMTS and FPP . . . . . . . . . . . . .  135
3.9.7 Methodology of content analysis . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
UMTS sample. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .137
FPP sample. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  139
3.9.8 Results of the quantitative content analysis of newspapers . . 141
3.9.8.1 Sources in the news on UMTS and FPP . . . . . . . . . . . . . . . . 141
Quotes and paraphrases. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .141
3.9.8.2 Subject or object position. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. 143
3.9.8.3 Defining power . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  146
Summary actors . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .148
3.9.8.4 Issues in the news . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
Actors and issues . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
Conclusions – actors and issues . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .153
3.9.8.5 How do the media evaluate the different actors? . . . . . . . .  154
3.9.9 Frames in the coverage. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  155
3.9.9.1 Operational questions . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . 157
3.9.9.2 Results of the analysis of frames in the coverage. . . . . . . . . 158
3.9.9.3 Summary: framing UMTS and FPP . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . 161
3.9.10 Whose language is being used?. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  161
3.9.11 The TNO study . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  . . . . 162
3.9.12 Content analysis conclusions . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163
3.9.12.1 Sources . . . . . . . . . . . . . . . . . .  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
3.9.12.2 Issues . . . . . . . . . . . . . . . .  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
3.9.12.3 Media and actors . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
3.9.12.4 Frames. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 165
3.9.12.5 Language and scientific information . . . . . . . . . . . . . . . . .. 165


Second Part ASCoR

4.3 Course materials for journalists . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184

4.3.1 Self-instruction course in Risk Communication . . . . . . . . . . . . 184
4.3.2 Reporting on Risk Assessment. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . 184

4.3.2.1 Risk Communication Basics . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
4.3.2.2 Risk Assessment Basics . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . 185
4.3.2.3 Reporting Health Risk Stories . . . . .  . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
4.3.2.4 Some fragments from Risk Communication Basics. . . . . .  . 185

Outrage Factors.. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ... . . 185
Risk Communication Guidelines. . . . . . . . . . . . . . . . . . .  . . . . . . . . 186
Helping the Audience Evaluate Risk . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . 186
Risk Comparisons. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  . . . . . . . . . . . . . . 186

4.3.3 Power lines as health issue . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187
4.3.3.1 Excerpt from the simulation Power lines as health issue . . 187

4.3.4 Risk Communication Literature Review. . . . . . . . . . . . . . . . . 188